Tussentijds

Door Aart Mak

In een week waarin mijn dochter het leven schonk aan een zoon en mij dus promoveerde tot grootvader, was ik tegelijk bezig met het begrip tussentijds. Tussentijds, dat is: tussen de tijden. Vreemd misschien, want als er zich iets lang tevoren en helemaal niet tussendoor aandient, is het een geboorte. We spreken niet voor niets van verwachting en dat betekent dat je lang vooruitkijkt. Hoewel het wel zo is dat de mededeling dat ze zwanger was door haar expres heel terloops – tussentijds - in een verhaal over iets heel anders werd gedaan. Ik had het niet zien aankomen. En ook later bleef ze lange tijd bijna onopgemerkt zwanger. Ze droeg een kind, maar verder merkte je aan haar niet zoveel afwijkends. Ze was zo vrolijk en mooi zwanger dat Astrid al eens opmerkte dat het wel eens een jongetje kon worden. Het gebeurt dat het zwanger zijn van een meisje de moeder bijna opeet, in kracht en in schoonheid. Maar deze zwangerschap was lichtvoetig en tot het laatst liet mijn dochter zich zien en deed ze mee aan het leven van moderne dertigers. Met één uitzondering als het om haar generatie gaat. Ze wilde, samen met haar vriend, niet weten wat het zou worden, een jongen of een meisje. Dat wordt wel duidelijk bij de geboorte en dan is de verrassing en de blijdschap des te groter. Deze, ik noem het maar wat kwikzilverige manier van zwanger zijn, past dan misschien wél bij het woord tussentijds.

Ik zal nu ook maar uitleggen wat ik onder dat woord tussentijds versta: tussen de regels door openbaart zich het echte leven. In een TuimelTekst heet het dat ‘Alles tussentijds gebeurt.’ Dat is weer een andere invalshoek voor dezelfde levenswijsheid. Want wat doe je meestal als hedendaags mens? Je kijkt op je klok of in je agenda. Het leven speelt zich van uur tot uur en van dag tot dag af. En dan is het weer weekend en dan wordt het weer maandag. En dan heb je vakantie en dan moet je weer aan het werk. Het leven als een, vanuit de klokketijd gezien, rechte en overzichtelijke weg. En met andere mensen die op dit moment ook leven zijn wij tijdgenoten. We delen dezelfde indrukken, we zijn erfgenamen van dezelfde cultuur, we bepalen met elkaar, politiek en maatschappelijk, wat we belangrijk vinden en hoe de toekomst eruit gaat zien. Maar daarmee hebben we het leven nog niet te pakken. Terwijl we brood eten, vallen de kruimels op onze schoot. En als we van iemand afscheid nemen, zwerven diens woorden nog lang door ons hoofd. En als we in een ziekenhuis belanden, tuimelen we in een andere, evengoed bestaande wereld.

Het lijkt op wat de schrijver Lewis Carroll zo prachtig heeft verbeeld met zijn Alice in Wonderland. Er zijn in ieders leven konijnenholen waardoor je, per ongeluk of met opzet, in een compleet andere wereld terecht komt. Dat is wat ik tussentijds noem. In het Nederlands kennen we de uitdrukking dat het lijkt alsof de tijd even stil staat. Dan kan gebeuren bij het overlijden van iemand die je lief is. Een gevoel van een enorme ruimte. Je zintuigen lijken zich teruggetrokken te hebben. Er is alleen maar dat tijdloze, dat moment dat seconden- en misschien wel minutenlang duurt, maar dat is alleen maar meten achteraf. Op het moment zelf – en dat zijn altijd heel schokkende of heel gelukkig makende gebeurtenissen – ben je uit de tijd, om de titel van een mooi boek van mijn Bloemendaalse collega aan te halen. Dat wat wij waarnemen en als informatie met elkaar delen, dekt bij lange na niet wat wij als het echte leven ervaren. Nu weet ik ook niet goed wat dan het echte leven is – als je dat al kunt weten, maar ik weet wel dat ik mij te vaak laten afleiden door alles wat wij met elkaar belangrijk vinden en me laat begoochelen door het nieuws, de commentaren, de trends, de statistieken en zo de wereld die schuil gaat onder het bekende en gangbare leven over het hoofd zie.

Tenzij ik kijk naar de clowns of me verdiep in iemand die ernstig ziek is. Volgens Jezus moet je tot je door laten dringen wat er in een kind omgaat en hoe zo’n kleintje de wereld ervaart. Waarschijnlijk is dat een andere wereld dan ik ken. Ik kan ontroerd raken door wat ik zie of lees. Ik ervaar op zo’n moment, zonder dat ik daar woorden aan kan geven, een diep besef van verbondenheid of geluk dat ik besta. Soms luister ik naar iemand en hoor ik niet wat hij zegt maar iets anders. En ik besef dat hij, net als ik ook, zich hult in zogenaamd begrijpelijke woorden om de essentie die veel te breekbaar en te kostbaar is, te verbergen. Dat wat ik geloof noem, gaat hier voor zeker de helft ook over. Het is het weten van een bestaande wereld die alleen en dan nog bij vlagen te vinden is door woorden als liefde, overgave, verlies ook en een diepe ontroering. En wat dit allemaal met dat kleine jongetje dat nu voortaan bij mijn leven hoort  te maken heeft? Wat denkt u, moet ik dat nog uitleggen?

Terug naar overzicht…