Tijdreiziger

Door Ds. Aart Mak

Er zijn momenten dat een mens ineens een tijdreiziger is. Je zit wat voor je uit te staren en ineens ben je jaren terug. Het is woensdagmiddag, je bent vrij van school en je zit met Lego te spelen op het zeil van de vloer van de woonkamer. Je hoort de geluiden van die tijd om je heen, de tikkende klok, je moeder aan het praten met iemand, een fietser die het huis over het grindpad nadert. Misschien dat die reis terug in de tijd maar een paar seconden duurt. Je keert weer terug in je huidige lichaam en je bent je bewust dat waar je was en met wie je was, allemaal voorbij zijn gegaan. Zo zijn sterfdagen van vader of moeder, of van je overleden man of vrouw, of juist geboortedagen van kinderen die niet meer leven, als onrustige wateroppervlakten waar zich allerlei draaikolken in bevinden. Ze trekken je zomaar mee naar beneden, de diepte van de tijd in en opnieuw beleef je de verschrikkelijke momenten, je raakt vervuld door weemoed, je beleeft het als was het vandaag, en je bent zowel waarnemer als betrokkene. Als betrokkene word je meegevoerd door emoties, als in een zichzelf steeds maar herhalende film. En als waarnemer kijk je naar die film, in de hoop dat iemand hem stil zet, terugdraait en er een ander einde aan geeft. Dat is allemaal terugreizen in de tijd.

De afgelopen week was een week waarin met name Duitsers maar ook andere Europeanen gebeurtenissen die als ijs in de tijd opgesloten zitten, opnieuw bewust samen en persoonlijk beleefden. Het begint dan met data. Op 9 november vluchtte de Duitse keizer Wilhelm II naar ons land om daar zijn domicilie in eerst Amerongen en later Doorn te kiezen. Zijn leger stond op het punt zich over te geven. Hij zou wellicht als oorlogsmisdadiger aangeklaagd worden. Twee dagen later, de 11e november 1918, werd de wapenstilstand gesloten. Die dag werd later de dag waarop het einde van de Eerste Wereldoorlog zou worden herdacht in landen als België en Frankrijk. Ook in Groot-Brittannië, daar heet deze dag Remembrance Day. Het symbool is de klaproos, de poppy, waarmee allerlei Engelsen van hoog tot laag zich tooien als herinnering aan de ontelbare slachtoffers van die verschrikkelijke oorlog. Hierover ging de afgelopen week dat korte maar heftige debat tussen de Britse voetbalbonden enerzijds en de wereldvoetbalbond, de FIFA, anderzijds.

We gaan weer terug van 11 naar 9 november. Op die dag, vijf jaar later, in 1923, plegen Hitler en zijn partijgenoten een staatsgreep  die mislukt. Het zal bekend gaan staan als de Putsch in een bierhal in München. Hitler wordt gearresteerd en gevangengezet. In de gevangenis schrijft hij op wat hem bezielt, Mein Kampf dus. In de jaren die volgen komt hij vrij en werkt hij zich via de wankele democratie van de Republiek van Weimar op tot het centrum van de macht. Het is 1938 en weer 9 november. Twee dagen eerder had een Duitse jood, Herschel Grynszpan, in Parijs vijf kogels afgevuurd op een landgenoot die daar werkte bij de Duitse ambassade. Het motief was de woede van de jongeman over de gedwongen deportaties van Pools-Duitse joden, toen al. De man van de ambassade, Vom Rath, overleed twee dagen later aan zijn verwondingen. Dat was voor Joseph Goebbels het signaal om alles wat Joods was te beschimpen en de SA op te roepen de Joden een lesje te leren. Die nacht zou bekend gaan staan als de Kristallnacht. Die avond en nacht in 1938 worden algemeen gezien als het begin van de holocaust.

En nu reizen we weer in de tijd, het wordt jaren later, het is het jaar 1989 en weer is het 9 november. Günter Schabowski, een van de hoogste partijleiders in de DDR, houdt aan het begin van de avond een bijzondere persconferentie. Er is iets bijzonders aan de hand. De man is bereid zonder voorwaarden vooraf vragen van journalisten te beantwoorden. Dit was niet gebruikelijk in de DDR van toen. Niets ging spontaan. In enigszins gebroken Duits stelt een Italiaanse journalist een vraag over een nieuwe reisregeling voor de burgers van de DDR. Schabowski geeft een ingewikkeld antwoord waarin hij het beleid van de partij verdedigt. Maar dan zegt hij plotseling: ‘Maar vandaag is, voor zover ik weet een beslissing genomen... We hebben besloten dat iedere DDR-burger de grens over mag.’ Onmiddellijk volgt de vraag wanneer deze regel in werking treedt. Schabowski bladert in zijn papieren, kijkt op en zegt dan: ‘Dat geldt, voorzover ik weet, ..vanaf nu.’ Het is bijna 7 uur in de avond. En dan valt de muur. De beelden staan nog in ons aller geheugen gegrift.

November is een merkwaardige maand. Voor de Romeinen die anders telden dan wij, was het de negende maand. Nog steeds is dat in de naam novem (negen) herkenbaar. November is de slachtmaand, de laatste maand van de herfst, ook wel de nevelmaand genoemd. Volgens de oude kerkelijke traditie begint de maand met Allerheiligen en Allerzielen. Over terugreizen in de tijd gesproken. De protestanten die aanvankelijk niet veel moesten hebben van de bij die dagen horende volksdevotie, zijn inmiddels ook zo ver dat ze in diezelfde maand, voordat de Adventstijd begint, ook aandacht geven aan de doden en daarmee aan de tijd die niet meer terugkeert en aan de mensen die voorbij zijn gegaan. Er is geen periode in het jaar die de tijden zo door elkaar heen laat vloeien als deze maand. Wat was, is nog steeds. En wat is, zal wellicht binnenkort niet meer zijn. In deze maand beleven we ook het bijna fiasco van Europa. We zullen er later in de tijd nog vaak over spreken. In feite presenteert de tijd dit continent alsnog de in het verleden verdonkeremaande, nooit betaalde rekeningen. Dat geldt op het niveau van regeringen en parlementen, nationaal en Europees, politiek en economisch. We worden als het ware ingehaald door de tijd die ons nu laat zien wat niet klopte en wat alsnog vereffend moet worden. Het geldt ook, zoals u en ik weten, in het persoonlijke leven. Je reist soms terug in de tijd, met weemoed of met spijt. Dat heb je zelf niet zo in de hand. Het overkomt je doorgaans. Je innerlijk registreert een gemis dat schrijnt. En of het nu schuld is die je kwelt of smart omdat je iemand en daarmee een deel van jezelf bent kwijtgeraakt, dat reizen in de tijd vraagt iets van je. Volgens mij is dat wat vanouds verzoening heet. Het aanvaarden dat het is zoals het is, het is niet af en toch is het goed, het is pijnlijk maar er is mee te leven, het is donker maar er is ook licht. In plaats van als een tijdreiziger te zoeken naar wat verloren ging, is het vooral de kunst jezelf te aanvaarden als een fragment in de eeuwigheid en volgens het christelijk geloof als een door de Eeuwige ondanks en niettegenstaande alles geliefd wezen.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek uit Paradise Road en het lied Venster door de tijd, gezongen door Anthem. Gelezen werd uit 2 Korinte 5: 19-20. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

 

Terug naar overzicht…