Koorts

Door Aart Mak

Ziek zijn is echt een thema voor de binnenkamer. Ik geef onmiddellijk toe, dat ziek zijn van mij stelde niets voor vergeleken met wat ik al zoveel jaren bij anderen van nabij waarneem. En ik heb het geluk dat ik uit eigen ervaring nauwelijks weet wat ziek zijn is. Maar toch. Bonusdochter kwam dinsdagavond thuis van een reis van anderhalve week langs twee Midden-Europese steden, we zaten aan tafel om de verhalen te horen en het voelde ineens of mijn maag zich wilde verplaatsen en mijn darmen een hoekige steen te verwerken kregen. Ik moest rechtop zitten, meldde dat ik al naar bed wilde en heb die hele nacht niet kunnen liggen van de krampen in mijn buik. Met het koude zweet op mijn lichaam zat ik soms op en lag ik soms op de knieën voor de pot. De volgende dag heb ik op een beetje bouillon eigenlijk alleen maar geslapen en ’s avonds voelde het ineens weer vertrouwd. De vijand had stilletjes de benen genomen, mij slap en hongerig achterlatend en na nog een dag bijkomen, eten en weer achter mijn bureau zitten schrijven, was ik niet meer ziek. Maar, zoals ik zei, ziek zijn is echt iets voor de binnenkamer.

Want de gedachten in mijn hoofd lijken ineens zonder doel en richting. Met een ziek lichaam stopt het denken blijkbaar niet. En dat denken gaat alle kanten op. Opmerkingen van mensen, gemaakt in de laatste dagen, beginnen te spoken. De gedachte dat ik geen buikgriep heb maar dat dit ongetwijfeld de eerste aankondiging van een tumor in de darmen is, kwam ook voorbij. Ik had de dag ervoor gelezen in het mooie boek van Robert Harris over de Romein Cicero waarin de val van de Republiek Rome, de alleenheerschappij van Julius Caesar en de moord op hem door o.a. Brutus wordt beschreven. Prachtig boek trouwens, Dictator heet het. Maar in mijn koortsige toestand cirkelden mijn gedachten alsmaar om de vraag hoe het toch kon dat iemand als Caesar zichzelf op zeker moment als een god beschouwde, tot stomme verbazing en afschuw van Cicero. Was die man nooit ziek geweest? En had hij geen vrouw of minnares die zei dat hij zich nodig eens moest wassen, of hij nu wel of niet een goddelijk lichaam had? Dat en meer van die warrelingen in mijn hoofd. Alsof grenzen vervagen. De koorts maakte me een soort Alice in Wonderland, waarbij ik van het ene in het andere gat tuimelde.

Dat is natuurlijk niet zo’n gekke ervaring. Er zijn kunstenaars die fascinerende boeken of schilderijen maakten in een koortsachtige toestand, ongeremd, als in een delier. Soms is het betoverend mooi, soms weerzinwekkend zoals bij de schilder Francis Bacon. Ziek zijn maakt blijkbaar bewust van het ongebreidelde, het is een uitbraak uit het geordende en deugdzame leven. Dat geldt ook voor dronkenschap en het gebruik van andere drugs. Een lichaam is al begrensd; de geest moet dat nog leren. Kinderen kunnen eindeloos met hun gedachten zwerven, ze dromen dat ze vliegen als een vogel, ze stappen door deuren een andere realiteit binnen. Ze fantaseren dat ze de baas zijn en wat ze dan doen, ze nemen wraak op degenen die hen pesten. Gedachten scheppen een eigen wereld. En als je dan je ogen opendoet, volwassen, koortsvrij of weer nuchter, ben je daar waar je altijd al was, onderhevig aan de zwaartekracht, aan de dagelijkse plichtplegingen en weer onderdeel van de natuurlijke of opgelegde rangorde tussen mensen. Dat is een schok.

Ik begrijp al die generaties voor ons wel die stellig geloofden dat de mens een lichaam en een ziel had en dat die ziel doorleefde na de dood. Het is een besef dat veel moderne mensen, ook christelijk gelovigen, zijn kwijtgeraakt. Je kunt een mens niet in twee delen opsplitsen, zeggen ze dan. De ziel is volgens hedendaagse opvattingen niet meer dan een bewustzijn, door impulsen van buiten en van binnen aangedreven maar te allen tijde compleet gebonden aan het levende lichaam. Ja, Pim van Lommel, met zijn Eindeloos Bewustzijn kreeg bijval van aardig wat gewone mensen maar hij moest vooral hoon uit wetenschappelijke en journalistieke hoek incasseren. Ook een mooi boek trouwens, maar zo kwetsbaar in het hedendaagse debat als een christen in de Romeinse arena’s, een beeld van ruim een eeuw na de dood van Caesar. In mijn binnenkamer, inmiddels weer een beetje op orde, overweeg ik dat ik het niet weet en vooral ook niet wil weten. Voor mij is geloof in de mens en de toekomst van de mensheid meer dan een geboren worden en sterven, een opeenvolging van de generaties. Ik ga ervan uit dat er meer aan de hand is. Iets grenzeloos dat zich bij vlagen en vervormd aandient in koortsachtige toestand. Maar ook iets wat is, buiten mij, in mij. Wat ik soms voel dat bestaat, buiten mij, boven mij uit. Maar mijn waarneming is niet voldoende, mijn ik schiet ten enenmale tekort om dat te bevatten. Is dat het koninkrijk waar Jezus het over had? Overigens iemand die zich geen god noemde, maar ook vermoord werd, op grond van de valse beschuldiging dat hij zich god genoemd zou hebben. Vreemde, koortsige wereld.

Terug naar overzicht…