Geluk

Door Ds. Aart Mak

Donderdagavond, op zo’n avond dat het licht is tot ongeveer half elf, het heerlijk weer was en er veel mensen op straat waren, viel het me op hoe veel toeristen foto’s stonden te nemen. Ik moest even kijken waarom. En ik realiseerde me dat ze gelijk hadden. Op dat uur waarop de lantaarnpalen al branden, oefent het beeld van de Nieuwe Gracht met voorbij tuffende pleziervaartuigjes en het prachtige licht van de ondergaande zon een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op fotografen. Het beeld doet niet onder voor waar ik, toen ik voor het eerst in Parijs was, ook mijn cameraatje uit z’n hoesje voor haalde. Parijs! Maar nu heb ik het over Haarlem. En ja, op die Nieuwe Gracht in die stad woon ik, geluksvogel die ik ben. Ik was me daar weer even zeer van bewust en keek zelf ook van de weeromstuit met meer aandacht dan gebruikelijk om mij heen, als wilde ik mezelf even voor de gek houden, als een toerist in je eigen stad, alsof ik daar voor het eerst rond liep. Gek is dat, bedacht ik later, als anderen iets blijkbaar aantrekkelijk vinden, roept dat bij hun medemensen een vergelijkbare behoefte wakker. Dat noemde de Franse filosoof René Girard de behoefte aan nabootsing, de mimesis. Daarom vechten landen om hetzelfde stuk land en vechten mannen om dezelfde vrouw. Wij apen elkaar na en worden daarmee onmiddellijk elkaars concurrenten. Nou is samen kijken naar de ondergaande zon, staande op de brug van een gracht, niet concurrerend. Gelukkig maar, de zon en het licht kunnen wij niet bezitten, maar zie wat er gebeurt als het wel iets is om te bezitten.

In elk geval voelde ik weer even goed wat de dichter J.C. Bloem ooit zo treffend formuleerde: ‘Alles is veel voor wie niet veel verwacht. / Het leven houdt zijn wonderen verborgen / tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat. / Dit heb ik bij mijzelve overdacht, / verregend, op een miezerige morgen, / domweg gelukkig, in de Dapperstraat.’ Dat geluk dat hier zelfs ontstaat terwijl er sprake is van regen en miezerigheid, is iets kostbaars. Ook dat kun je niet bezitten, het valt je toe, het overkomt je. Ik zal u op deze bijzondere zondag verklappen dat ik het ook had toen ik voor het eerst de nieuwe radiostudio binnenliep. Mijn pas was al lichter geworden omdat ik zag hoe mooi de Dorpskerk was gerestaureerd, maar toen kwam het, dat geluksgevoel. Dit is mooi, hier wil ik zijn, dit wil ik aan heel veel mensen laten zien. Gek is dat, gelijk aan heel veel mensen willen laten zien. Foto’s maken. Ik was ineens weer trots op waar ik inmiddels al aardig wat jaren voor in de weer ben, een radiozender!

Laat ik daarom, nu ik het toch heb over het plezier en de trots om hier deel van te mogen uitmaken, ook gelijk maar hebben over de bezitsvraag. Van wie is deze negentigjarige radiozender eigenlijk? Het is mij in die jaren dat ik ervoor werkte, meer dan eens opgevallen dat degenen die volgens de bij de notaris gedeponeerde stukken wettelijk de eigenaar zijn van het radiospul, net als ik op de Nieuwe Gracht van Haarlem zich vaak nauwelijks bewust zijn van de parel die zij hiermee in huis hebben. Het goud waarnaar we verlangen, ligt aan onze voeten. Daarvoor heb je buitenstaanders nodig, toeristen met een camera, om je te realiseren wat een geluksvogel je bent dat er ooit mensen waren die, voor alle troepen uit, besloten dat ze een radiozender wilden hebben. Die zogenaamde buitenstaanders zijn de luisteraars die ik in al die jaren vaak tegenkwam. Mensen die blij zijn met de uitzendingen, genieten van wat ze horen, intens verbonden kunnen zijn met wat vrijwilligers en professionals als ik in Bloemendaal allemaal de ether in zenden. De tijden mogen ingrijpend veranderd zijn sinds 1924, maar vandaag staan we stil bij heel veel mooie jaren van een fenomeen in Nederland. En als ik de eerder opgeworpen vraag van wie deze zender nou echt is toch zou moeten beantwoorden, dan zou ik zeggen: hij is van al die luisteraars. Zij hebben deze zender tot iets bijzonders gemaakt, net zoals die toeristen in Haarlem mij bewust maakten hoe mooi de zon onderging op een 17e-eeuwse gracht.

Eigenlijk verdient deze radio dus een monument voor de onbekende luisteraar. Enfin, dat komt nog wel een keer misschien. Ik ga nu met u de dag beginnen. Er is veel te doen. Mooie muziek, goeie gesprekken, bijzondere opnamen van vroeger. Maar ook voorzichtige vooruitblikken naar de toekomende tijd. Mooi woord, toekomende tijd. Tijd die je niet kunt bezitten, hij komt op je toe. Wie weet wat er ons nog gegund wordt. En wat een geluk dat geeft.

 

 

 

 

 

Terug naar overzicht…