Schaatsen

Door Ds. Aart Mak

Terwijl in Australië hele families het water in vluchten om te ontkomen aan de verzengende hitte, wil ik het met u hebben over schaatsen. Jawel. En ik zal aantonen wat het protestantisme en het schaatsen met elkaar te maken hebben. Onlangs hield ik ergens een groot en grondig betoog over het protestantisme. Dat verhaal ging over ‘alleen maar genade’, ‘enkel geloof’ en ‘niets anders dan de schrift’ van Luther en Calvijn tot en met Harry Kuitert die zegt dat alle spreken over boven van beneden komt, ook de uitspraak dat iets van boven komt, met alle vijf eeuwen die tussen de genoemde theologen zitten. U mag mij bellen of mailen als u dit verhaal wilt hebben, dan stuur ik het u toe.

Maar nu dat schaatsen. Dit weekend vinden de Europese Kampioenschappen plaats in Heerenveen. Is het u wel eens opgevallen dat de echte grote schaatsers vrijwel altijd en haast allemaal uit vanouds overwegend protestantse landen komen? Om te beginnen natuurlijk Nederland waar behalve de Brabantse Ireen Wüst iedere goede schaatser geboren is in de overwegend protestantse provincies Friesland, Zuid-Holland en Overijssel of in Noord-Holland en Groningen. Die laatste provincies zijn het meest ontkerkelijkt, maar dragen verder alle trekken van het steile en sobere protestantisme. Kijken we naar andere schaatsnaties, dan komen we terecht bij Noorwegen, Zweden en Finland. In elk geval zijn dat vanouds landen waar veel en goed geschaatst wordt. Denk aan het beroemde Bislet stadion in Oslo en grote namen als Fred Anton Maier, de vier Essen (Stensjhemmet, Storhold, Sjobrend en Sten Stensen) en natuurlijk  Johann Olov Koss. De laatste jaren zit de klad er wat in, vooral in Zweden, maar deze oorspronkelijk Lutherse landen – kijk, dat bedoel ik dus, protestants! – hebben een cultuur waar altijd weer grote schaatsers geboren zullen worden. En tegenwoordig zijn dat ook sprinters, zoals de Fin Pekka Koskala.

Komen we bij Duitsland. Dat was jarenlang niks en als het wel wat was, zoals bij de dames die deden aan Schlittschuh laufen, dan was het gedrogeerd zoals Karin Kania en vele anderen die woonden in wat toen nog de DDR was. Maar Duitsland gaat nu al jaren goed, mede dankzij iemand als Anni Friesinger, getrouwd inmiddels met de Nederlandse schaatser Ids Postma. En dat moet zeker te maken hebben met de Evangelische Kirche die overal in de Duitse samenleving aanwezig is. U gelooft het nog niet? Neem dan landen als de Verenigde Staten en Canada. Het duurde even maar toen Eric Heiden het eenmaal op zijn heupen kreeg – zijn zus kon er trouwens ook wat van -, was het schaatshek van de dam. Canada is zowel bij de mannen als de vrouwen erg goed in sprinten. Bovendien hebben deze landen de snelste banen ter wereld. Vroeger had je Alma Ata in Rusland. Daar werden de records gereden, in de buitenlucht en zonder klapschaatsen. De tijden zijn veranderd. En dat is ook typisch protestants. Protestanten kunnen zich aanpassen aan nieuwe tijden, andere materialen gebruiken en in feite nog steeds hetzelfde doen, zo hard mogelijk schaatsen om als eerste bij de finish aan te komen.

Zijn er dan geen uitzonderingen? Zeker. Er was een keer een Italiaan, Enrico Fabris. Katholiek natuurlijk. Hij schaatste met zijn neus bijna op het ijs en was vooral erg goed op de 1500 meter. Maar verder? Andere uiterst katholieke landen als België, Frankrijk en Spanje hebben nooit een schaatser van betekenis geleverd. Ik herinner me nog ene Gomez, een krabbelaar die pas finishte op de 5 kilometer als de anderen al in de auto zaten, op weg naar hun hotel. Het katholicisme is geen geloof dat past bij schaatsen. Wel bij wielrennen. Dat is een heel ander verhaal. Ik zal u uitleggen waarom. Wielrennen is een paar honderd kilometer fietsen temidden van allerlei volk. Het hoeft niet hard te gaan, als je maar slim bent en als eerste aankomt. Er is sprake van ploegenspel en tactiek waarbij allerlei listen en lagen geoorloofd zijn. En het gaat om de kopman, te vergelijken met de positie van de paus. En bovendien hoort bij wielrennen dat je je onderweg allerlei drankjes laat aanreiken, dat is een soort seculiere eucharistie onderweg. Schaatsen daarentegen is eenzaam. Het gaat om je zelf, om die ene tegenstander en om de tijd. Het is afzien, hard werken en alsmaar doorgaan. Het publiek wordt in een stadion als Thialf op afstand gehouden. En de scheidsrechter is onverbiddelijk. Mocht je zoals indertijd Jan Bols of drie jaar geleden nog Sven Kramer vergeten te wisselen van baan en nota bene in je eigen nadeel een aantal meters te veel rijden, je wordt toch gediskwalificeerd. Dat is allemaal typisch protestants, dat is wel duidelijk. Streng, sober en altijd hopend op de genade, die uiteindelijk voor weinigen is weggelegd.

Dan is er nog een uitzondering. Japan. Hoewel Japan het meestal net niet haalt – kleine mannetjes moeten nu eenmaal meer slagen maken, is dit toch ook echt een schaatsland, zeker op de sprint. Hoe komt dat? Dat is vanwege het Boeddhisme. En als we daar samen even over nadenken, is dat logisch, want als er één godsdienstige stroming lijkt op het strenge, gedisciplineerde Zenboeddhisme, dan is dat het Protestantisme. Ik zal u nog wat vertellen. Herinnert u zich Falko Zandstra? Begin jaren negentig. Hij werd de gespierde spijker genoemd. Eigenlijk zag je hier de zoon van de magere en taaie Calvijn over het ijs gaan. Dat wilde ik maar zeggen.

Waarom dit allemaal zo van belang is? Omdat het geloof van de protestant in feite het geloof van de eenling is. ‘Coram Deo’ heet dat bij Luther. Jij alleen met de eeuwige God. Daar zit niemand tussen. De protestant is vanouds wars van de santenkraam van de kerk van Rome. Geen tierelantijnen. En de protestant zit, als het goed is althans, altijd te lezen in de bijbel, sola scriptura, alleen de schrift en niets anders. Kijk dan eens naar het publiek bij het schaatsen. Ze kijken ook wel naar de baan. Maar ze zitten vooral te turen naar hun papieren, altijd maar schrijven, alle rondetijden noterend, zelfs van een schaatser uit het raadselachtige Tadzjikistan. Schaatsen is kortom de sport die het meest past bij de landen waar de Reformatie haar werk heeft gedaan. Daarom ook is en blijft het een kleine sport. Dat heeft niets te maken met het ontbreken van ijs in Afrika of in Zuid-Amerika. Het komt door het geloof, althans het ontbreken daar van het protestantse geloof. Maar God is goed en genadig, altijd. Hij overstijgt te allen tijde ons en dus ook mijn begrensde denken. Dat moet ik tenslotte ook zeggen. Toen Reinier Paping in de hel van 1963, de meest verschrikkelijke Elfstedentocht ooit, als winnaar over de finish kwam, moest hij zijn gelofte die hij tevoren had gedaan, nakomen: voortaan elke dag naar de mis gaan. Ja, u begrijpt het al, dat is even schrikken, Reinier Paping, geboren en getogen in het Overijsselse Dedemsvaart, was rooms-katholiek…

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Colin McPhee en ‘Wat vlied’ of bezwijk’ (gezang 470 uit het Liedboek). Gelezen werd uit 1 Korinte 9: 25-27. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…