Licht

Door Ds. Aart Mak

Deze week werd ik bezocht door een wonderlijke droom. Ik liep over een donkere weg. Ergens, ik weet niet waar, het maakt niet uit. Ik liep daar alleen. Opeens zag ik een bliksemflits achter mij, hoog aan de hemel. Het bijzondere was dat deze lichtschicht niet wegtrok. De verder donkere hemel bleef een hel verlichte zigzaggende scheur houden. Ik liep verder en zonder dat ik de hemel achter mij kon waarnemen, merkte ik dat het licht toenam. Voor mij was het donker, maar achter mij kwam het licht opzetten. De scheur was blijkbaar het begin van de opening die alsmaar groter werd. Toen kwam het moment dat ik verzwolgen werd, van achteren overspoeld door een vloedgolf uitbundig licht. De droom vond plaats kort voor ik wakker werd, het was nog pikkedonker, opstond, de honden uitliet en de trein nam naar Utrecht, kortom: alle nuchtere dingen deed die een mens ’s morgens vroeg verricht. Maar onderweg voelde ik me anders. Ik keek van een afstand naar mensen in de trein en op de perrons. Het was alsof ik toeschouwer was. Niemand merkte mij op, leek het wel. Ik had er ook niet kunnen zijn. Alle gesprekken om mij heen waren verstaanbaar. Ik luisterde, nam emoties waar en het deed mij niets. Ik bleef vanuit een als het ware andere ruimte toekijken en meeluisteren. Ook later, aan het begin van de bijeenkomst waar ik moest zijn, hield deze vreemdelingschap – zo noem ik het maar - nog even aan. Tot iemand mij aansprak, hartelijk, met een persoonlijke vraag. Vanaf dat moment was ik er, zat ik niet meer hoog op de tribune maar deed ik mee aan de wedstrijd die zich beneden afspeelde op het veld.

Later, toen ik het nog eens overwoog, realiseerde ik mij dat talloze mensen moeten kennen wat ongeveer een uur lang bij mij aanhield. Het is wat alleenstaanden mij soms vertellen. Er zijn dagen dat niemand van je medemensen notitie neemt van jouw bestaan. Er is geen bezoek, geen telefoon, geen vraag en dus geen antwoord, je bent er maar er is geen ander om te bevestigen dat jij bestaat. Mensen die niet alleen, maar samen met anderen in een huis wonen, hebben die ervaring niet, zou je zeggen. Hoewel er ook in huwelijken en relaties vormen van onbegrip en emotionele druk bestaan die zo pijnlijk zijn dat een mens op zulke momenten het liefst alleen zou willen zijn. Het leven is voor menigeen een regelmatig terugkerende worsteling met de angst niet gezien te worden. Kinderen kunnen huilend thuiskomen van school omdat ze voor het eerst hebben ervaren hoe het voelt om buitengesloten te worden. Ik hoorde onlangs van iemand het verhaal hoe hij na een wantoestand in zijn bedrijf aan de kaak te hebben gesteld, niet ontslagen werd maar alleen nog werkopdrachten kreeg die hij evengoed niet hoefde te doen. Ze waren volkomen zinloos. Iets anders in dit verband. Het is in mijn ogen heel goed mogelijk dat degenen die overleden zijn een vergelijkbare ervaring hebben. Zij nemen ons nog een tijd waar, registreren op een neutrale wijze waar zij tot voor kort nog emotioneel bij betrokken waren en niemand neemt enige notitie van hun aanwezigheid. Of het moet een helderziende zijn wiens aandacht getrokken wordt daar een plasje licht dat zonder aanwijsbare oorzaak te zien is ergens achter de menigte die zich verzameld heeft rond een open graf. De voorganger spreekt de laatste woorden uit en degene over wie het gaat, staat er als een voor anderen onzichtbare toeschouwer bij. Wie zal het zeggen?

In elk geval is het toekijken zonder deel uit te maken van het schouwspel ook een meditatieoefening. De bedoeling is jezelf en je medemensen zo neutraal mogelijk waar te nemen. Doorgaans worden wij overweldigd door onze emoties die onze blik op onszelf en op degenen om ons heen vervormen. Wij denken dat wij weten hoe het is. We voelen van alles en onze gedachten daarover schieten heen en weer. Maar we vergeten dat het denken de werkelijkheid modelleert. We filteren, vergroten. Onze angsten spreken mee. Onze verlangens doen een duit in het zakje. We denken dat een ander voelt wat wij voelen en dat bepaalt onze manier van omgaan met die anderen. Vrienden maken die geen vrienden zijn. Vijanden zien waar die niet zijn. We denken dat wij weten wat anderen over ons denken en handelen daar weer naar. Dit spel dat wij allemaal bij leven en welzijn  spelen, is nog het beste te vergelijken met een spiegelpaleis. Het andere is in feite het eendere. De ander is niet meer dan wat jij van die ander maakt. Daarom is er die meditatieoefening. De oefening is vergelijkbaar met de poging terug te keren van de emotionele orkaan naar het oog waar stilte heerst. Het is leren kijken zonder emotionele betrokkenheid. En het helpt om van de schijn terug te keren naar het zijn, hoe lastig dat ook is en blijft.

Advent, de tijd van de pas inhouden en je vol verwachting afstemmen op wat mogelijk komen gaat, kon hier ook wel eens mee te maken hebben. Al die vier weken zijn een geestelijke oefening om anders te leren kijken en ook andere mensen en ervaringen in je leven toe te laten. Als je zelf bij voortduring in de weer bent met alles wat nog gedaan moet worden, opgejaagd door de druk van je werk, door de verantwoordelijkheid voor anderen, door de drang om wat van je leven te maken, loop je eigenlijk altijd in de valkuil dat alles is zoals jij wilt dat het is. En je vergeet hoe je emoties je blik bepalen, je ziet niet meer hoe je belang je denken stuurt en je denkt dat de onrust in je gestild kan worden door nog harder te werken en nog meer stof om je heen te doen opwaaien. Wat je vergeet is wat je niet ziet, maar moet leren vertrouwen. En enig idee daarvan krijg je pas als je leert aan jezelf voorbij te kijken. In christelijke geloofstaal gezegd, je maakt deel uit van de beweging van Jezus en die is al langer gaande en groter dan jij ooit zelf maar kunt bevroeden. Bovendien is jouw rol daarin kleiner of in elk geval anders dan je in je eigenwaan voor jezelf had vastgesteld. In mijn droom werd ik ingehaald door het licht. Ook dat bleef mij bezig houden. Ik dacht altijd dat Advent en geloof sowieso betekenen dat je moet leren geloven op weg te zijn naar het licht. Maar het was anders. Het licht overweldigde mij als een van achteren komende vloedgolf. Ik werd er zelfs door verzwolgen. Mijn weg en de richting die ik ging deden er in het geheel niet meer toe. Het was een harde les en een grote troost tegelijk.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Bozza en gezang 127 uit het Liedboek van de Kerken. Gelezen werd uit Hebreeën 12:1. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.


 

Terug naar overzicht…