Lelijk

Door Ds. Aart Mak

Dat noem ik nu een lelijke streek. Achter je rug om, zonder dat je het merkt en zonder je dat nog iets aan toe of af kunt doen, gedoopt worden door de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Ja, ze zijn al overleden, prinses Juliana en de prinsen Bernhard en Claus, maar het is een gebaar van liefde, zei Hans Boom van de mormoonse kerk in Nederland. Op een lelijke manier worden mensen die niet meer leven en geen boe of bah kunnen zeggen, alsnog ingelijfd door een gelovig genootschap. Maar wat moet je er verder mee? Ik kon me wel voorstellen dat de  Rijksvoorlichtingsdienst niet wilde reageren op de doopactiviteiten van de mormonen.

Behalve voor deze lelijke streek was er de afgelopen week aandacht voor nog meer lelijks. De Brinkmannpassage in Haarlem bleek namelijk samen met het station van Zoetermeer en het winkelcentrum Stokhorst in Enschede genomineerd te zijn tot lelijkste plek van Nederland, een verkiezing van het VPROprogramma De slag om Nederland. Nu zijn er wel meer plaatsen in Nederland die net zo liefdeloos, verkommerd of lelijk ogen. Ook het Bos en Lommerplein in Amsterdam en het Scheringa Museum in Opmeer gooiden naar verluidt hoge ogen. Maar hoewel smaken altijd verschillen, het klopt wel. Haarlem, alom beschouwd als een van de mooiste steden van Nederland, herbergt een afzichtelijk gezwel, een winkelcentrum uit de jaren ’80, met een foeilelijke ingang aan de Grote Markt en in de dagen dat er nog sprake was van enige winkels, een doorloop naar de Barteljorisstraat. Sinds het vertrek van de ondergrondse bioscopen is daar nu niets meer te doen en staat de passage achter Grand Café Brinkmann alleen nog maar lelijk te wezen. In afwachting van een mooie prijs in de lelijkheidscompetitie en een nieuwe eigenaar die er misschien een groot hotel van gaat maken.

Het is trouwens wat met lelijke plekken. Iedereen kent wel huizen, straten of pleinen waarvan de eerste aanblik je met afschuw vervult. Er zijn veel Nederlanders die dol zijn op de vervallen dorpen in delen van het Franse platteland. Dan heet het ineens rustiek. Maar je moet er toch niet aan denken dat je daar gaat wonen. Ook interieurs van huizen kunnen zeer doen aan je ogen. Vooral waar mensen wonen die niets kunnen weggooien, waardoor hun hebben en houden je tegemoet grijnst als een overvolle, lelijke kermis. Ja, smaken verschillen, dat weet ik ook. Maar lelijkheid hoeft niet alleen een kwestie van smaak te zijn. Er zijn van die restaurants waar het eten dermate liefdeloos is klaargemaakt en wordt opgediend, dat het woord lelijk op z’n plek is. Een duur cadeau dat op zich mooi is, maar dat zonder aandacht en gevoel voor de ontvanger is gekozen, wordt in feite weer lelijk. Een man kan in de haast van de vroege ochtend de verkeerde stropdas hebben gekozen, maar ik weet uit ervaring dat dit niet lelijk hoeft te zijn, hooguit iets ontroerends. Een vrouw daarentegen die zich hevig opdirkt om mooi te zijn, kan juist weer een karikatuur worden van wat ze wil zijn. Sommige mannen weten dat ze te klein of in eigen ogen lelijk zijn. Dus zorgen ze ervoor dat ze zich laten omringen door een mooie vrouw, zoals de binnenkort aftredende Franse president Nicolas Sarkozy met zijn Carla Bruni.

Kunnen mensen trouwens echt lelijk zijn? Misschien wel. ‘Soms,’ dicht Hans Dorrestijn, ‘kom je lelijk op de wereld,
met de tanden van een konijn,
een spillebeentje of een bochel en,’ luidt zijn conclusie,
’daarvoor is geen medicijn.’ Jonge mensen kunnen er vreselijk last van hebben. Spiegel, spiegel aan de wand, waarom ben ik bij lange na niet de mooiste van het land? Afgunst, onzekerheid, angst weggehoond te worden. En zo zijn er veel meer lelijke eendjes dan je wel denkt. En dan zeiden onze voorouders wel zoiets als ‘lelijk in de luier, mooi in de sluier’ en de gelovige opvoeders voegden daar bovendien nog aan toe dat God alleen de binnenkant ziet en voorbijziet aan de buitenkant, je zult je zelf maar lelijk vinden. Het leven is dan een rare loterij waar je met al je diploma’s en andere talenten, voor je gevoel nooit echt aan kunt deelnemen. Mooie mensen hebben immers volgens onderzoek aardig wat voor bij sollicitaties en hun latere carrière. Toch is dit ook relatief. De twintigste-eeuwse Ierse schilder Francis Bacon schilderde veel misvormde mensen. Veel van de door hem geportretteerden roepen regelrechte afschuw op. Hij is er wereldberoemd mee geworden. Wat hij deed was niet de realiteit nabootsen - daarvoor was de fotografie in zijn ogen het allermeest geschikt. Hij schilderde mensen in hun psychische en emotionele gesteldheid. En dan blijken er achter de mooie menselijke façades heel wat wanhoop, depressiviteit en eenzaamheid schuil te gaan. De wereld is een chaos in zijn ogen, een wereld die we in zijn ogen voortdurend plamuren om maar niet de barsten in ons bestaan en dus ook letterlijk ons gezicht te hoeven zien.

Bij de schilder Francis Bacon moet ik denken aan het oude verhaal van de zeven koeien die, lelijk en mager, uit het water komen en dan de zeven mooie en vette koeien opeten. Het was volgens het Bijbelboek Genesis een van de dromen van de Farao van Egypte, verteld aan de als mooie jongen bekend staande Jozef. Schoonheid is vergankelijk en volgens de uitleg van deze droom zijn voorspoed en welvaart dat ook. Wij leven in een grillig landschap waar de grond zich zomaar kan openen en alles wat vast en betrouwbaar lijkt als bij een immense aardverschuiving in een oogwenk van aanschijn verandert. Mensen die bewonderd worden om hun schoonheid of welsprekendheid, kunnen veranderen in een lelijke  vuurspuwende draak. De Fiat Multipla, vrijwel algemeen erkend als de lelijkste auto ooit, kan omgekeerd met zijn ruimte een reddende engel worden. De lelijke eend kan een zwaan zijn, volgens het oude en altijd weer hoopvolle recept van het sprookje van Andersen. Alles is relatief. Wij houden niet van elkaar vanwege elkaars volmaakte gelaatstrekken – daar kunnen we hooguit met bewondering naar kijken. Wij hebben elkaar lief vanwege de eigenaardigheden, de licht loensende ogen, de trekjes en de tics, de vreemde karaktertrekken en de aparte kenmerken die de ander tot die unieke mens maken. Is dat domineespraat? Ongetwijfeld. Maar dan toch wel veel leukere en reëlere praat dan dat brutale dopen van mensen die al gestorven zijn? Tenzij de hemel er voor ongedoopte mensen zou uitzien als de Brinkmannpassage in Haarlem. Maar dat kan ik mij werkelijk niet voorstellen …

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Purcell en gezang 301 uit het Liedboek. Gelezen werd uit Genesis 41: 29-30, 35-36. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..



 

Terug naar overzicht…