Over liefde die niet mag verliezen

Door Aart Mak

Hoe praat je over God? Als je tenminste in God gelooft. Als je niet in God gelooft, is het wijs je mond houden. Waarover je niets weet, moet je niks zeggen. Maar als je nu wel in God gelooft, hoe praat je dan over Hem of over Haar, dat laat ik nu maar in het midden. En vooral: hoe praat je zindelijk en zinnig over God, als je tenminste in Hem gelooft? De vorige keer, zondag 7 januari, vertelde ik over wat een journalist hoorde die terugkeerde naar het dorpje Sutherland Springs waar op zondag 5 november vorig jaar een dwaze gewelddadige man 26 mensen doodgeschoten had. In een kerk, tijdens een kerkdienst. En dan lees je hoe de overlevenden er een draai aan proberen te geven. Wie zal het hun kwalijk nemen? Je moet er iets mee. Waarom heb jij het overleefd? Waarom is je dochter dood? Waarom was de plaatselijke dominee er die zondag niet bij? En als je gelooft in God, probeer je deze vreselijke slachtpartij ook met God in verband te brengen. Dat begrijp ik op zich wel. Net als dat ik die moslim begrijp over wie ik las dat hij geleerd had Allah, zijn God, als degene te zien die met alles en iedereen te maken heeft. Maar is het, zo vroeg hij zich in beginnende geloofstwijfel af, dan ook de wil van God dat mijn vrouw en kinderen omkwamen bij het oorlogsgeweld in mijn land?

Iedereen die gelooft of probeert op zijn manier iets van geloof overeind te houden, herkent dit. Dat je God bedankt als blijkt dat je toch geen kanker hebt, is normaal. Maar is het ook normaal dat je het God verwijt als je toch kanker en dan ook nog eens ernstig blijkt te hebben? Ik ken veel mensen die dat laatste niet voor hun rekening willen nemen. Dat heeft niks met God te maken, vinden ze. Het leven is nu eenmaal grillig. Ik hoor nog de ernstig zieke man zeggen: waarom een ander wel en ik niet? Nu ben ik dus aan de beurt. Waarom zou als 1 van de 3 mensen in Nederland kanker krijgt, het aan mijn deur voorbij gaan? Gelovigen hopen misschien stiekem op een voorkeursbehandeling. Maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat er iemand hierboven aan de touwtjes trekt en besluit om de één te sparen en de ander te treffen met een dodelijke ziekte. Of dacht u van wel?

In de joodse traditie wordt iets doorgegeven dat in dit verband heel opmerkelijk is. In dat geloof wordt dus gehecht aan een verbinding tussen hemel en aarde en ook dat de dingen hier op aarde niet zomaar gebeuren. Wat mensen overkomt, is niet toevallig. Maar er is wel sprake van een strijd die gaande is, een gevecht tussen goed en kwaad. En het intrigerende is dat deze strijd ook in God zelf zit. De boze engel maakt deel uit van de hofhouding van God. Alles wat zijn engelen doen, inclusief de engel die satan heet, is met Gods goedvinden. Deze traditie vindt u terug in het boek Job. Maar ook hoort daarbij – en dan kom je behalve bij Job ook bij Abraham en Mozes terecht, dat de mens protesteert bij God. De mens soebat, argumenteert en probeert als een advocaat de hemelse rechter te vermurwen een ander en beter oordeel te vellen. Dominee, hebben mensen vaak aan mij gevraagd, mag ik wel bidden om genezing? En dan verwees ik vaak naar deze traditie. En ik zie: ooit zul je als mens een keer de vlag moeten strijken, maar verzet je, ook in je bidden tot God, zolang het nog niet zover is. En ik weet: het is makkelijker gezegd dan gedaan. Want wanneer is het tijd voor verzet en wanneer slaat het uur van je overgave? Maar voor je aan God toekomst, moet je eerst mens willen zijn. Dus ook je vrijheid onder ogen zien en de consequenties van je gedrag aanvaarden. Bijvoorbeeld de gevolgen van je rookverslaving, je eetgedrag en andere vormen van verwaarlozing van je lichaam. Wie wil geloven, moet eerst zijn verstand gebruiken.

Maar nu de overlevenden in dat dorpje in Texas. Ze hebben daar, begreep ik, nu bijna allemaal wapens aangeschaft. Het zal hun niet nog eens overkomen dat een doorgedraaide man zijn wapens leegschiet op weerloze kerkgangers. Maar ze blijven over God praten alsof die het ene kind na vijf jaar alweer graag in de hemel terug ontvangt en voor de volwassen vrouw die de schietpartij overleeft, nog een taak heeft op deze aarde. Menselijkerwijs begrijp ik het. Maar theologisch klopt er geen hout van. Voor een deel is geloof namelijk ook zwijgen. Zwijgen over wat je niet begrijpt. Denk aan het grote zwijgen dat neerdaalde over Europa toen miljoenen Joden in de Duitse kampen bleken te zijn vermoord. Nog steeds zijn we in dit werelddeel bezig dat collectieve trauma op orde te krijgen. Over God doen we er sindsdien grotendeels het zwijgen toe. Velen willen zelfs niets meer weten van God. En dat begrijp ik. We zijn nog steeds de scherven bij elkaar aan het vegen. En als we nog iets willen met God, vooruit, dan graag zindelijk en zinnig praten. Nooit meer doen alsof we het weten. Het liefst in woorden die de vragen laten bestaan. Wij mensen hebben immers van onszelf goden gemaakt die kunnen beslissen over dood en leven, op de slagvelden, in de laboratoria en in de ziekenhuizen. Waar is God dan nog? En ook: wie is God dan nog? Is Hij (of Zij) ook misschien, verrassenderwijs, de mens die er alles aan doet om de medemenselijkheid niet te verliezen, ontvankelijk en kwetsbaar, eindig levend en drager van liefde die eindeloos is? Wie weet vliegt zijn laatste adem naar dimensies waar wij geen weet van hebben, een parallel universum waar al die in Auschwitz omgekomen joden en de vermoorde kinderen van Sutherland Springs terecht komen. Maar dat weet ik niet, ik geloof dat, ik hoop dat. Want liefde mag niet verliezen.

Terug naar overzicht…