Veranderen

Door Ds. Aart Mak

Nu alle beste wensen inmiddels wel zijn uitgesproken en de goede voornemens van de meesten nog niet zo haalbaar blijken en zeker niet fluitend vol te houden zijn, wil ik het met u eens hebben over veranderen. Want wat gaat er nu eigenlijk veranderen? In de eerste krant van het nieuwe jaar staat dat altijd: veranderingen per 1 januari. En dan volgt een aantal belastingmaatregelen die zijn ingegaan en een opsomming van uitkeringen en andere voorzieningen en wat daarin gewijzigd is. Maar echte grote veranderingen, hoe zit het daarmee?

De krant die u ’s morgens leest gaat haar voorpagina voortaan echt niet vullen met goed nieuws. De veranderingen waar mensen in het gewelddadige Zuid-Soedan, Syrië, Noord-Korea, maar ook in het gistende Egypte op hopen, zullen zeker nog even op zich laten wachten. Maar ook de riskant klein wordende populatie van de bijen, de afvalbergen aan plastic die ronddrijven in de oceanen, de uitstoot aan koolstofdioxide die de atmosfeer vertroebelt en de temperatuur van de aarde omhoog doet kruipen, zullen niet nu en voorlopig ook niet volgende maand in gunstige zin veranderen. Was het maar waar.

En dat is dus wel waar wij met elkaar in de dagen rond de jaarwisseling uitgesproken of stiekem op hopen. We willen dat het anders wordt en dan ook nog beter. Het voortschrijden van de tijd zou toch een reden moeten zijn om stappen voorwaarts in de beschaving en in de levensstijl te maken. In het groot en in het klein zouden we met elkaar wijzer moeten worden en zo aan onze kleine kinderen moeten kunnen laten zien hoe we leren van onze fouten en de wereld veiliger, schoner en mooier wordt. Was het maar waar.

Wat is er dan aan de hand als wij elkaar gelukkig of gezegend nieuw jaar toewensen en de meesten van ons een goed voornemen ten uitvoer willen brengen? Getuigt dat van het eeuwige optimisme van de mens die wij allemaal zijn of doen we dit allemaal voor de vorm en houden sommigen even hun mond voor zij hun cynische kijk op het leven weer ruim baan geven? En natuurlijk – laat ik het even klein houden -, de e-mail die u in het nieuwe jaar verstuurt naar een collega of goede bekende zal heus niet ineens dezelfde dag beantwoord worden. De buren naast u hebben eind vorig jaar opnieuw genoten van het prachtige verhaal over Scrooge, het verhaal van Charles Dickens over een vrek die een weldoener wordt, maar zullen in januari hun eigen, in uw ogen onverschillige gang blijven gaan. En eerder dan dat alles om u heen vernieuwt, zult u constateren dat alles slijt, veroudert en gebreken gaat vertonen. Voor veel mensen is het dagelijkse leven een strijd om dreigende veranderingen, tegen te gaan en  het leven zo stabiel en gelijk gestemd te kunnen doorbrengen.

En toch komen wij uit een traditie vandaan waarin het woord bekering een niet onbelangrijke rol speelt. En wat dacht u van een begrip als verlichting? Alsof het mogelijk is dat je op een moment in je leven van inzicht verandert en je gedrag totaal anders wordt. Maar waarom zijn christenen die getuigen van hun grote bekering doorgaans dan zo irritant? Ik herinner me de EO die er in zijn beginjaren een handje van had om het geloof voor te stellen als de grote verandering. En mensen van wie anderen zeggen dat ze verlicht zijn - en nu komen we in de sfeer van goeroes en hun volgelingen – worden met groot wantrouwen benaderd. Denk aan Osho indertijd en Sai Baba recent die toch aardig wat volgelingen uit ons werelddeel om zich heen verzamelden.

Mijn conclusie is dat mensen in overgrote meerderheid niet houden van grote veranderingen. De geschiedenis geeft hen daarin groot gelijk want  alle revoluties zijn bij mijn weten ontaard in bloedvergieten en nieuwe vormen van onderdrukking. Laten we het zoveel mogelijk maar houden bij het oude en vertrouwde, hoor ik dan zeggen. En toch houden we onze dromen, koesteren we onze ambities en hopen we stiekem dat we in pais en vree oud en der dagen zat mogen worden. Ondanks ons soms narrige karakter, onze tekort schietende hulpvaardigheid, onze slechte eetgewoontes en ons bewustzijn dat toeval, grilligheid en pure slechtheid van mensen een grote rol spelen in het leven waar wij deel van uitmaken. In een groot en onbekend universum – want dat is het leven ook -, hopen we natuurlijk aan de goede kant te zitten. Als alles woelt om verandering zouden we zelf het liefst buien schot willen blijven. Wie niets heeft, heeft niets te verliezen. En wie heeft, wil houden wat hij heeft.

Ik zou in dit wat prekeriger dan anders uitvallende Goed Begin een klein pleidooi willen houden voor wat Mahatma Gandhi ooit zei: ‘Wees de verandering die je wenst te ontmoeten’ (een van de eerste Tuimelteksten). Deze man die aan het begin stond van zoveel verandering in India, legt op een slimme manier een verbinding tussen buiten en binnen. Het is dezelfde tactiek die Jezus toepaste in zijn toespraken. Gebruik wat je waarneemt in een ander als een spiegel om jezelf in beweging te brengen. Het gaat om bewuste keuzes. En het gaat om mensen die zichzelf onder ogen durven te komen. Het blijft een van de belangrijkste bijdragen van godsdienst aan een samenleving. Mensen die zelf beginnen met veranderen in plaats van anderen te verwijten dat die niet willen veranderen. Zo worden initiatieven geboren en ontstaan zelfs nieuwe bewegingen die lijken op Abraham die niet wachtte op anderen maar zelf in beweging kwam. Ooit zei de journalist Herman Vuijsje, zelf niet van de kerk en zichzelf te nuchter noemend voor religieuze beleving, dat het hem opviel hoeveel aardige mensen hij in de kerk tegenkwam. Dat heb ik altijd als een groot compliment ervaren. En terwijl ik ook wel weet dat er ook een aardigheid bestaat die ontstaat uit angst voor confrontatie, mag ik hopen dat daar wat van uitwaaiert in de samenleving. Ik pleit voor kleine veranderingen, te beginnen met zelf te doen wat je van een ander zou wensen. Volgens mij heeft paus Franciscus dat goed begrepen en ik zou wensen dat het door hem veroorzaakte frisse briesje op allerlei manieren en bij allerlei mensen zou blijven waaien.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Elgar en een deel uit ‘Blijf niet staan’ van Dirk Zwart. Gelezen werd uit Mattheus 7: 2-3. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

 

 

Terug naar overzicht…