Hoop

Door Ds. Aart Mak

Overal gaat het vandaag en al langer dan vandaag over de herdenking van de 11e september. Wat er ook allemaal op die dag gebeurde, het leven lijkt sindsdien niet meer wat het geweest is. Dat merk je niet elke dag. Maar er lijkt iets essentieels te zijn verdwenen uit onze tijd. Toen Barack Obama in 2008 werd gekozen tot nieuwe president van de Verenigde Staten was het er wel even heel sterk en niet alleen in dat land. Maar toen verdween het weer, stilletjes en sluipenderwijs, alsof de hoop er genoeg van had de teleurgestelde, cynische en boze mensen nog langer lastig te vallen. De hoop lijkt verdwenen, is dat natuurlijk niet, maar ik zal u eerst proberen uit te leggen waarom ik de hoop zo mis, al tien jaar lang. Eerst maar theologisch. Wie wereldwijd ziet, merkt dat veel bestaand geloof zelfzuchtig is geworden, lawaaierig en overtuigd van eigen gelijk. Het fundamentalisme is wereldwijd sterk opgekomen. De hardheid waarmee het Vaticaan of sommige stromingen binnen de Islam hun wil opleggen aan hun volgzame gelovigen, is sterk toegenomen. En het fanatisme waarmee de ongelovige medemensen worden benaderd of zelfs met geweld worden weggevaagd, is echt schrikbarend. Als dit geloof mag heten, moet er ook iets aan de hand zijn met de liefde. Laten we Nederland nemen. De vandaaltjes in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn hadden het op een homostel gemunt. De geagiteerdheid van mensen leidde al tot een SIRE campagne ‘Kort Lontje’. De website Geen Stijl houdt ervan om nodeloos en ongefundeerd anderen te kwetsen. Dat kunstje beheersen steeds meer mensen, tot in het parlement toe.

Als het zo gesteld is met het geloof en de liefde, dan moet er iets aan de hand zijn met de hoop, leerde ik al lang geleden van een wijs iemand. De hoop is dus verdwenen, althans: het is zo stil geworden rond de hoop dat je dat haast zou denken. We zijn als maatschappij in de greep gekomen van de angst. Dat lijken grote woorden, maar elk incident dat plaatsvindt, van een damschreeuwer tot het instorten van het dak van een stadion, wordt tegenwoordig gevolgd door een uitgebreide discussie over nog meer veiligheidsmaatregelen. Alsof dat kan en dat altijd helpt. Veel discussies op dit moment kenmerken zich door een grote krampachtigheid. Nu weer over de missie naar Kunduz. Deze zomer ineens over het kamerlid Mariko Peters. Het gepalaver op dit moment over de positie van de koning in ons bestel. Het gaat vaak alleen maar over woorden. Mensen vallen elkaar onmiddellijk verbaal aan als er maar iets miszegd wordt. En dus ontstaat direct de angst om fouten te maken. Er was bijvoorbeeld maar één partij die iets goeds durfde zeggen over een andere behandeling van levenslang veroordeelde mensen. Niemand anders waagde zich in deze populistische tijd aan deze oefening in humaniteit. En dan de crisis, eerst financieel en nu economisch,  Griekenland en alle doemscenario’s. Je zou er als je alles volgt, inderdaad hopeloos van worden. Iemand zei mij de afgelopen week dat het niet alleen angst is maar ook boosheid die rondwaart. Hij had gelijk. Veel mensen zijn boos op de banken, boos omdat hun pensioen op de tocht staat, boos omdat alles zomaar kan veranderen, je baan, de waarde van je huis. En dus kan elke politicus in Den Haag die zegt dat het aan de socialisten ligt of aan de immigranten of aan de Europese Unie, op applaus rekenen.

Er is of lijkt dus weinig hoop dat wij in deze maatschappij met elkaar met iets goeds bezig zijn, aan het bouwen zijn bijvoorbeeld met het leven van onze kinderen en kleinkinderen als het goede doel. En we hebben die schattige pinguïn Happy Feet wel opgevangen, bijgevoerd en weer losgelaten, maar niemand weet of de ijsberen en pinguïns over een jaar of wat niet verzuipen in het door de klimaatverandering veroorzaakte ijswater. En aangezien de conferenties over milieu, ontbossing, CO2, klimaatverandering en de kilometers plastic in de wereldzeeën nou niet tot veel resultaat leiden, zou je haast concluderen dat we met elkaar als nog steeds uitdijende wereldbevolking afkoersen op een ongekende catastrofe. Hopeloos dus en dat wilde ik eerst zeggen. Maar er is natuurlijk ook meer aan de hand. Een week geleden meldde de hoofdredacteur van Trouw dat hij, teruggekeerd van vakantie, besefte in wat voor een welvarend en tolerant land hij terugkeerde. Dat tolerante wordt bevestigd door allerlei onderzoeken. Het welvarende eveneens. Wij vergelijken gauw met wat was maar doen dat op korte termijn. Ook als wij een flinke stap terugzetten in wat wij met elkaar verdienen en kunnen uitgeven, zitten we op het niveau van de jaren ’90 en ik kan mij niet heugen dat het toen zo slecht was. Natuurlijk, er wordt wat afgepraat over de gezondheidszorg en het onderwijs. Maar het is ook maar net hoe je ernaar kijkt en waarmee je vergelijkt. Ik hoorde Willem Vermeend, de vroegere minister van financiën, een vurig pleidooi houden om de gezondheidszorg niet als een steeds maar groeiende kostenpost te zien maar als een belangrijke motor in onze kenniseconomie waarin zeer gemotiveerde mensen hard bezig zijn. En dan verandert het perspectief, ook economisch.

Op een dag als vandaag, 11 september en tien jaar verder dan 2001, is het goed te bedenken waar je staat en met welke gedachte je oordeelt. Een half leeg glas kun je evengoed half vol noemen. En mensen met vertrouwen tegemoet treden schept een totaal andere werkelijkheid dan wanneer je hen beziet met wantrouwen. Wat ik nu zeg, lijkt typisch zo’n opmerking van een dominee die er op afstand een draai aan geeft. Ik haast mij te zeggen dat ik vind dat er ook in de kerk nog een hele slag moet worden gemaakt als het gaat om hoop, geloof en liefde. Het is ook mij in de gemiddeld blijkbaar zo gematigde Protestantse Kerk van Nederland vaak te schematisch, te ouderwets, te veel geheimtaal en daarmee te veel naar binnen gericht. Veel mensen in dit land hebben al besloten dat ze niet meer bij die kerk willen horen en niet meer via de voorganger door een overal bovenuit tronende God die beloont en straft, willen worden aangesproken. Het moge dan zijn dat God met ons meelijdt door Jezus of Maria, maar ook blijkt telkens weer dat God via zijn grondpersoneel hard oordeelt als jij je vrij en mondig in het leven opstelt, zoals b.v. bij euthanasie. Dat gebeurt dan vooral in de Rooms-katholieke kerk. Maar in de Protestantse Kerk is men weer overdreven in de weer met de naaste ver weg en dichtbij huis vooral bang om man en paard te noemen. Geloof, hoop en liefde moeten niet ingepakt en weggeborgen worden in oude verhalen, gebeden en mooie liturgieën. Het gaat bij deze grote begrippen vooral om het zo concreet mogelijk mensen vertrouwen geven dat wij met elkaar niet van God los zijn. En dat ons leven er toe doet. En dat er nu, vandaag, veel reden is om te hopen op het geloof in de liefde. Het rendeert om je niet door angst maar door geloof, niet door onverschilligheid maar door liefde, niet door wanhoop maar door hoop te laten leiden. Dat maakt het christelijke geloof concreet. Maar nog steeds is het kerkelijke concept van God te vaag of niet meer bij de tijd. En in die zelfde kerk preken we bewust of onbewust nog steeds te hopeloos over de mens en te somber over de zin en de toekomst van het leven. Over dat laatste een volgende keer meer...

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek uit ‘Paradise Road’ en psalm 46, op Engelse wijze gezongen. Gelezen werd uit 1 Tessalonicenzen 5: 8. Het gebed was spontaan.

Terug naar overzicht…