Het aanpassingsvermogen van de olifant

Door Aart Mak

Toen ik las dat het prachtige dier dat we giraffe noemen geleidelijk aan het uitsterven is, door illegale jacht en door zich alsmaar uitbreidende landbouwgebieden, was dat weer zo’n signaal om verdrietig en mismoedig over de in hoog tempo veranderende wereld te worden. Maar toen herinnerde ik mij een ander bericht. Dat ging over olifanten. Het was een bericht eind november. In een nationaal park in Mozambique wordt een op de drie vrouwtjesolifanten tegenwoordig zonder slagtanden geboren. Normaal gesproken is dat ongeveer 5 procent. Het lijkt of de evolutie de olifanten te hulp komt. Want zonder de kostbare ivoren slagtanden zijn deze indrukwekkende dieren voor stropers waardeloos. Het leek mij een onwaarschijnlijk bericht. Bijna te mooi om waar te zijn. Maar ik begreep dat dit vaker waargenomen was, in vergelijkbare  omstandigheden in Zambia eind vorige eeuw, waar het aantal zonder ivoor geboren olifanten ook razendsnel steeg van 10 naar 40%. Zou dit een signaal zijn dat het leven, in het algemeen gesproken, een enorm groot aanpassingsvermogen heeft om alle gekte van mensen te pareren?  Als ik denk aan al het egoïstische, kortzichtige en moorddadige gedrag van mensen, waar de aarde en de dieren al zo vaak van te lijden hebben gehad en nu helemaal, kan ik het bijna niet geloven.

En toch is dit, die aanpassing, of ik het nu wil geloven of niet, wel wat gebeurt en moet gebeuren. Als dieren zich verweren door zich genetisch aan te passen om niet uit te sterven, wordt het hoog tijd dat mensen gaan nadenken over wat hun te doen staat. Ik las met die ogen een voorpublicatie van Joris Luyendijks in januari verschijnende boekje dat heet: Over Trump, Europa en Bullshit. Deze journalist die eerder het machtsdenken en de corruptie van de banken fileerde met zijn boek Het kan niet waar zijn, schrijft nu ongenadig over de politiek en de media. Want nu een in zijn ogen gestoorde man als Trump vanaf januari de baas wordt van de VS en in Europa het populisme en daarmee het eigenbelang, de haat jegens vreemdelingen en het verbreken van internationale afspraken hand over hand toenemen, moeten, zegt Luyendijk, juist de media weer hun oude rol gaan innemen. Kort samengevat: ze moeten de mensen weer vertellen wat ze moeten horen in plaats van wat die lekker vinden om te horen.

Die door de nood gedreven evolutionaire aanpassing – vergelijkbaar met de vrouwtjesolifanten -, moet ook gelden voor de politici. In de politiek moeten weer de langetermijnbelangen van burgers worden gewikt en gewogen. Waar nu allerlei charlatans zich verdringen om de politiek in te gaan en de bestaande politici zich veel te vaak laten imponeren door peilingen en de waan van de dag, moeten ook politici weer de rol innemen die ze vanouds in een democratisch systeem hadden. Want als het zo doorgaat, in Amerika waar leugens en onwetendheid juist leidden tot verkiezingswinst en in Europa waar te veel oncontroleerbare besluiten worden genomen en mensen bang zijn hun identiteit te verliezen, gaat het volgens Luyendijk fout. Aanpassing gevraagd dus, van politici en journalisten. In plaats van het naar de mond praten van je kiezers en het kortetermijndenken weer de waarheid, de ongemakkelijke boodschap en de dienstbaarheid aan het algemene belang. Ik vat nu maar simpel samen wat ik in een weer prachtig geschreven en diepgaand betoog van Luyendijk las. Zijn hoop is dat er door de grote en onwaarschijnlijke schokken een grondige herbezinning komt op de fundamenten van onze samenlevingen. Waar gaat het ook alweer over in goede politiek, wat zijn de vuistregels van een democratie en wat is de rol van de journalist daarin? Of dat gaat lukken? Maar wat zou de wereld zijn zonder hoop?

Die noodzaak van door alle dreigende toekomstscenario’s ingefluisterde herbezin-ning of die noodzakelijke evolutionaire aanpassing aan de veranderende omstandigheden, brengt mij tenslotte ook nog even bij mijn eigen vak. Want ook in de kerkelijk georganiseerde wereld zijn de veranderingen diep ingrijpend. Wat ooit werkte, werkt niet meer. De zakelijkheid en het ook door Luyendijk veel genoemde neoliberalisme waarin alles draait om belang en rendement, hebben ook de religie naar de marge van de samenleving verdrongen. Dominees zoals ik zijn al jaren bezig zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden. En dat kun je alleen als je diep graaft en de fundamenten van je vak blootlegt. Daarom ben ik het niet eens met die collega’s die zichzelf het liefst verhalenverteller zijn gaan noemen. Verhalen vertellen is een kunst op zich, daar niet van. En het is ook van groot belang om die oude traditie goed vertaald en eerlijk becommentarieerd te laten klinken. Maar het gaat volgens mij nu en morgen vooral om voorgangers die getuigen van hun geloof, van wat hen persoonlijk raakt, vormt en bezielt. Hoe ze in alle twijfel wel God blijven zeggen. Hoe ze laten zien wat vertrouwen is, leiding, dienstbaarheid ook. En hoe heilzaam het is dat een mens een binnenkamer heeft waar hij vaak komt, zich bezint en van God gegeven wijsheid vindt.                  

Terug naar overzicht…