Gebouw

Door Ds. Aart Mak

Nog altijd wil ik een keer met eigen ogen de Sagrada Familia aanschouwen en de ruimte vervolgens binnen te ondergaan. De eerste steen voor deze kolossale, door Antoni Gaudí ontworpen kerk in Barcelona werd in 1882 gelegd en nóg zijn ze aan het bouwen. Ze denken dat deze basiliek, want die status heeft de kerk van de Heilige Familie inmiddels wel, ergens in het jaar 2026 klaar zal zijn, maar zeker is dat niet. Want de giften van de bezoekers bepalen mede de snelheid van bouwen en bovendien moet er al gerenoveerd worden in de oudere, al voltooide gedeelten. Maar dit lijkt mij wel het soort gebouw dat een rilling bij mij teweeg brengt. Het moet overweldigend zijn. Als je binnenloopt, voelt het alsof je de wereld binnenstapt van je dromen. Het gaat mijn verstandelijke maat te boven en tegelijk zeggen mijn zintuigen dat het vertrouwd is.

Hoe ik dat weet? Ik ben er immers nog nooit geweest? Omdat ik wel andere kerken van min of meer dat formaat ben binnengelopen en mij vergaapt heb aan de niet te bevatten hoogte en diepte van een Godshuis. De Sint Pieter in Rome bijvoorbeeld – ik weet nog hoe het voelde toen ik daar binnenliep en omhoog keek. En ook de Dom van Milaan en, wat dacht u, de Dom van Keulen. En vooral ook de Notre Dame in Parijs. Elke keer dat ik in Parijs ben, wil ik mij telkens opnieuw begeven in de donkere en geheimzinnige ruimte van die Onze Lieve Vrouwe Kathedraal, waar vervolgens dan veel te veel mensen rondlopen en ook nog eens lawaai maken. Ik wil het liefste alleen zijn in die immense baarmoeder. Ik wil muziek horen in de verte, orgelmuziek, met klanken die dan weer dissoneren en dan weer harmoniëren, opeenstapelingen van noten en een enkele, lang aangehouden toon. Ruimtes als deze brengen veel bij mij teweeg. Gevoelens die ik eigenlijk nauwelijks ooit heb gehad in een van de vele Nederlandse kerken waar ik opgroeide of tot op de dag van vandaag vaak kom. Met uitzondering van de Sint Jan in Den Bosch of, dichter bij huis, de Sint Bavo in Haarlem en de Kathedrale Basiliek van Jos Cuypers aan de Leidsevaart in diezelfde stad. Ze komen soms even in de buurt. Dat is geen slechte score voor iemand die in Haarlem woont. Maar dat overweldigende en diep ontroerende, dat effect dat de makers van de film De Ontdekking van de Hemel ook bij mij teweeg brachten, dat mis ik. In die film, gebaseerd op de vuistdikke roman van Harry Mulisch, was er sprake van enorme ruimtes met hoge gewelven, eindeloos durende bogen, donkere schachten en voort wentelende trappen, gebaseerd op de tekeningen van de Italiaan Giovanni Battista Piranesi, een graficus uit de 18e eeuw.

Laten we daarom nu eens kijken naar hoe het er met de kerkgebouwen in Nederland voorstaat. Een alweer wat ouder bericht in het Katholiek Nieuwsblad meldt dat in het bisdom Den Bosch de afgelopen vijftien jaar 43 kerken zijn afgebroken, terwijl er 26 een andere bestemming hebben gekregen. Andere cijfers. Er moeten nog ongeveer 7000 kerkgebouwen in Nederland zijn, waarvan 4000 de status hebben van monument. Wat zo’n cijfer reliëf geeft, is het gegeven dat er in Nederland vanaf het jaar 1200 in totaal zo’n 19000 kerken zijn gebouwd. Dit althans beweerde de heer Sonneveld die dat allemaal heeft uitgezocht. In zijn door de Vrije Universiteit ter beschikking gestelde archief kun je nu, via internet, vrijelijk zoeken. Bij ruimschoots meer dan de helft van kerkgebouwen geldt dus dat men op zeker moment haar standplaats niet meer kent en vindt, zoals bijvoorbeeld de Spaarnekerk in Haarlem die honderd jaar na haar bouw in 1883-1885 werd gesloopt. In Bloemendaal moest ik lang wennen aan de kerk aan de Vijverweg. Deze in 1959 onder architectuur van H.W. van Kempen gebouwde radiokerk beviel mij niet, met haar te hoge podium, haar gebrek aan donkere hoeken en een akoestiek die al te hard en scherp was. Maar het ging als met je eigen moeder bij wie je als opgroeiende jongen ook wel eens overweegt ergens anders te gaan wonen, ik ging er toch van houden. En warempel, ook dat kerkgebouw,  gebouwd op de plek van een vroegere kerk, zal eerdaags of volgend jaar als een oude, bijna gepensioneerde tramconducteur haar laatste dienst vervullen.

Ik moest hier allemaal aan denken toen ik woensdag mijn krant opensloeg op pagina 3. Daar stond een foto van de Christus Triumfatorkerk in Den Haag. Ik herinnerde mij die kerk wel; ik sprak er vorig jaar een heleboel leden van Passage toe. De in 1962 gebouwde kerk deed mij toen denken aan de Pinksterkerk in Heemstede. Gebouwen die op zich niet lelijk zijn, maar toch altijd een zelfde gevoel bij mij oproepen als de flatwijken uit de jaren ’60. Architecten die denken als ingenieurs hadden het toen voor het zeggen, waarschijnlijk opgejaagd door de grote woningnood die in die jaren heerste. Goed, de Christus Triumfatorkerk aan het Bezuidenhout in Den Haag dus. Waarom stond er een foto van dat gebouw in de krant? Omdat de dominee geschorst was wegens seksueel misbruik van kinderen. Onthutsend bericht. Helemaal als je een dag later gerectificeerd ziet dat het niet om de dominee gaat maar om een gemeentelid dat zich jarenlang pastor noemde, uiterst actief was, door sommigen op handen werd gedragen en nu dus beschuldigd wordt van iets dat jaren geleden gebeurd is. De foto van de kerk bleef mij achtervolgen. In plaats van de eindeloze krochten en hemelgewelven van Piranesi, droomde ik in de nacht van donderdag op vrijdag van een grote stenen puist in een overweldigend groen landschap. Je kon nog zien dat de puisterige ruïne ooit een groot gebouw geweest was. In mijn droom zag ik hoe het er vroeger uitzag. Wat ze daarbinnen deden was voor buitenstaanders een raadsel. De schaarse ramen waren donker getint en lieten geen inkijk toe. Het geheel oogde als een administratiekantoor. Mensen in regenjassen haastten zich op gezette tijden in en uit om binnen iets nuttigs te doen. Maar in mijn droom stond het gebouw tegelijk dus ook niet meer overeind. Hoge planten en breed vertakte bomen waren al bezig de steenberg te overwoekeren, zoals in Midden-Amerika de Mayatempels weer door het oerwoud zijn opgeslokt.

Ik werd wakker en dacht lang na. Bij het scheren besloot ik dat alleen de kerken mogen blijven waar ik mij als kind thuis zou voelen. Misschien zijn dat er nog minder dan de rekenmeesters al dachten. Want bij thuis voelen, bedoel ik vooral de kathedralen die mij als een moeder omarmen in hun geheimzinnige, eindeloos durende liefde. Ik kan daar nooit genoeg van krijgen. En verder mogen alle kapellen, dorpskerken en strak moderne kerkgebouwen blijven, als ze maar veilig zijn voor kinderen. En voor iedereen trouwens die kwetsbaar is. Waar zijn kerken anders voor?

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde muziek van Benjamin Britten en het lied ‘Wat vliedt of bezwijkt’. Gelezen werd uit Efeze 3: 16-19. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

Terug naar overzicht…