Hellevuur

Door Ds. Aart Mak

Op welke plek zou u liever niet willen zijn? Vooruit, laten we er eens voor gaan zitten. Een supermarkt, met rijen voor de kassa die al beginnen bij de vleesafdeling achterin. Tijdstip: de middag voor Kerstavond. Ander voorbeeld. Rottumerplaat, het noordelijkste stukje Nederland. Jan Wolkers en Godfried Bomans zaten er ieder een week in de zomer van het jaar 1971. Bomans moet het daar vreselijk hebben gevonden. We gaan nog even wat noordelijker en we zijn in het jaar onzes Heren 1596 samen met de mannen van Willem Barentsz gevangen door de adembenemende kou op het eiland Nova Zembla. De dagen kruipen voorbij. Nu ja, dagen, maandenlang is nergens zelfs maar een glimp van de zon te zien. We verplaatsen ons nu vliegensvlug naar het zuidelijke halfrond en duiken in Chili de grond in. Daar zitten we in het jaar 2010 met 33 mijnwerkers meer dan twee maanden dicht op elkaar onder de grond, zeshonderd meter diep, de eerste weken zonder enig idee of er naar ons gezocht wordt. Als u dan tenslotte bij de geredde mannen hoort, moet u zich in een smalle capsule wrikken die u in een reis die minuten duurt naar boven brengt, minuten waarin u helemaal alleen bent, volkomen afhankelijk van de techniek en een dosis geluk.

En nu we het toch hebben over een plek waar u liever niet zou willen zijn, stel dat u was mee gereisd met de bemanning van de Apollo 13? Op 11 april 1970 wordt u gelanceerd en op 13 april ontploft er een zuurstoftank waardoor u in feite schipbreukeling wordt in de ruimte. ‘Okay, Houston, we’ve had a problem here.’ Het water, de energie en de zuurstof schieten tekort en u moet met de beperkte voorzieningen van het aangekoppelde kleine maanlandertje een helse reis maken naar de maan en u weer terug laten slingeren, met een uiterst kleine kans behouden terug te keren op aarde. Ja, waar had u liever niet willen zijn? Ik vermoed ook niet op het plein van de Hemelse Vrede  in de nacht van 3 op 4 juni 1989 toen daar het leger op bevel van Deng Xiaoping het vuur opende op de demonstrerende studenten en omstanders. En ik denk zomaar dat u liever ook niet gast in die nachtclub had willen zijn op de avond van 12 oktober 2002 op het eiland Bali, toen daar een busje met 1 ton explosieven een krater van 8 meter diep veroorzaakte en 202 mensen ophielden met ademhalen.

Dat laatste, ophouden met ademhalen, gold ook Tim Ribberink, twintig jaar, die nu ruim een week geleden een eind maakte aan zijn leven. Zijn ouders maakten zijn afscheidsbriefje openbaar in de rouwannonce, mijn collega Marinus van den Berg sprak over een lieve, warme, attente jongen, fragiel als een libelle. En het zijn de libelle-achtigen die verstikken in deze harde maatschappij, voegde hij eraan toe. Tim was dus ten einde raad en had al jaren geleden onder allerlei, vaak ook anonieme  pesterijen die niet of nauwelijks waren opgevallen aan zijn leraren en begeleiders van de middelbare school en Windesheim waar hij tenslotte studeerde. Er bestaan dus niet alleen plaatsen en tijdstippen waar je liever niet had willen zijn. Er zijn ook mensen in wiens huid je liever niet zou willen kruipen. Je hoeft niet dood te gaan om je toch als dood te voelen. Het lachende gezicht waarmee je gewend bent je te vertonen, verbergt een radeloze geest en een door zorgen verstikt hart. En ook, gematigder maar toch, hoeveel mensen kijken niet alleen met heimwee om naar de tijd van ooit en voelen zich nu als een vreemde in een oud lichaam? Waar blijft de tijd, zong Herman van Veen Jean Ferrat na: ‘De koffie pruttelt op het vuur, de kinderen spelen, en je man zit achter een krant als achter een muur. De dagen glijden door je hand, de kinderen zijn vandaag nog klein maar morgen groot, je denkt waarom kan ik alleen maar ouder zijn, de foto van je jeugd trekt krom. Is dit een grap of om te huilen? Is er iemand die haar benijdt, wie zou er met haar willen ruilen, dag in, dag uit, waar blijft de tijd?’

We mogen dus blij zijn dat de synode van de Protestantse Kerk in Nederland zich gisteren heeft gebogen over het vraagstuk van de hel. Als nu de voor de laatste keer in grote getale aanwezige synodeleden besluiten om de hel af te schaffen, neem ik aan dat ze bedoelen dat ieder die zich door Jezus geraakt en bezield weet, voortaan nog alerter en daadkrachtiger zal zijn om de hel op aarde zo klein mogelijk te maken. Kamers in verpleeghuizen, nachtelijke tippelzones op slecht verlichte plekken achter een station, wrakke bootjes waarmee Afrikanen de zee naar Europa oversteken, kelders waar opgroeiende meisjes worden opgesloten, internaten waar jongens niet veilig zijn voor de handtastelijke opvoeders, ik noem maar een aantal plaatsen waar de middeleeuwse duiveltjes met hun gloeiende vorken je bijna dood prikken. Of zouden ze in die synode nu oprecht menen dat de hel moet blijven als een angstaanjagende stok achter de deur om mensen te doordringen van de eeuwige liefde van God? De Haarlemmer Daaf Bokhout die wil dat de PKN de eeuwige straf schrapt, had daar zijn leven lang al zijn grote twijfels over. Misschien heeft hij gelijk door vol te houden en de moderne kerk te bewegen nu eens te stoppen met het meezeulen van die merkwaardige bagage uit vervlogen tijden. Nu is het de tijd om te zeggen: over wat we niet weten moeten we zwijgen en voor zover wij iets wel in tastend geloof weten, is dat elk mens onlosmakelijk met de eeuwige God verbonden moet zijn, hoe dan ook, als God tenminste de God is zoals wij hem ons enigszins kunnen voorstellen. Laten we afspreken dat de hel zo nu en dan hier op aarde is, helaas,  en de hemel altijd dichtbij, helemaal als je dood gaat? Wie gelooft, gelooft met andere woorden altijd in een Goed Begin. Maar het zal wel uitlopen, op die synode vergadering, het spijt mij het te zeggen, op een rekening houden met alle stromingen in de kerk en dus zal niemand voor het hoofd gestoten worden en dus mag in de kerk elke ketter zijn angstaanjagende letter blijven koesteren. Was die synodevergadering een grap of om te huilen? Is er iemand die de arme kerk benijdt, wie zou er met haar willen ruilen, dag in dag uit, waar blijft de tijd?

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Herman van Veen, Hans Zimmer en ‘Be still for the presence of the Lord’, gezongen door het Roder Jongenskoor. Gelezen werd uit Hebreeën 12: 18-19, 22-23. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…