Geloofwaardig

Door Aart Mak

In alle beroepen moet iemand geloofwaardig zijn. In mijn beroep heeft dat evenwel een extra lading. Ooit zei een vriend tegen mij dat hij zich niet kon voorstellen dat je een beroepsleven lang je brood kon verdienen met een geloofsovertuiging. Waarom niet? vroeg ik hem. Omdat het volgens mij bij het leven hoort dat je verandert in je geloof. Hij had een punt, vond ik. Want een kerkelijke voorganger wordt in dienst genomen en betaald door mensen die ervan uitgaan dat hij hun heilige boek en hun daaruit voortvloeiende gelovige opvattingen deelt, verdedigt en aanprijst. Maar wat als een voorganger tijdens de rit van gedachten verandert? Neem nu collega Edward van der Kaaij die bij nader inzien vindt dat Jezus nooit bestaan heeft en dat alle verhalen over hem een soort doorvertaling zijn van wat in het oude Egypte al eerder werd verteld. Ik denk aan iemand als wijlen Wim Koole, een tijdlang, in de jaren ’80, een beetje mijn idool, die op het eind van zijn leven bekende dat hij er niets meer van kon geloven. Hoe zit het dan met je geloofwaardigheid? Een mens kan niet alleen van gedachten veranderen maar ook andere inzichten krijgen als het gaat om zijn geloof. Wat doe je dan, behalve dat je als een van zijn geloof gevallen voorganger je nog altijd kunt aanmelden bij het UWV en op zoek kunt gaan naar een andere baan.

Eigenlijk weet ik niet of ik op dit vlak, dat wat je wel en niet gelooft, zo veranderd ben. Ik heb altijd een broertje dood gehad aan mensen die elkaar op de huid zaten met bijbelteksten. Dat was goeddeels de kerk van mijn ouders. Het moet, vond ik, niet draaien om een bijbel met een bepaalde bijbeluitleg maar om mensen die hun weg proberen te vinden door het leven en hopen wat wijsheid, troost en verlichting te ontvangen. Daar kan geloof bij helpen. Naar mijn idee is een voorganger geloofwaardig als hij dat met die mensen deelt en zich niet in een soort waanwijsheid verheft boven hen. Van hem mag worden verwacht dat hij met zijn kennis, ervaring en bindend vermogen anderen verder helpt. Daarin is hij geloofwaardig en is hij m.i. zelfs verplicht om, als dat aan de orde is, nieuwe wegen te wijzen. Want het gaat niet om wat God volgens mensen ooit gezegd heeft – de heilige tekst, de enige juiste vertaling -, maar om hoe wij dat ontvangen en opnemen in ons leven. Ik zal u dat zo uitleggen.

In mijn studie hadden wij het als studenten nog wel eens over historische exegese. Daarmee bedoelden we dat je niet alleen zoekt naar wat er in de bijbel staat en wat het oorspronkelijk moet hebben betekend, maar ook hoe een bepaalde tekst of bijbelverhaal uitgewerkt heeft in de loop der eeuwen. Teksten en verhalen zijn niet los verkrijgbaar, ze gaan altijd door de handen heen van mensen. En dan moet je wel eens zeggen dat we iets anders moeten zeggen om hetzelfde uit te drukken. Ik geef twee simpele voorbeelden. Dat Jezus zijn leerlingen adviseert God vadertje te noemen, duidt op een klaarblijkelijke eigen intieme ervaring met een aardse vader van hemzelf. Maar wat als die aardse vader voor jou kil en afstandelijk, zelfs wreed en grillig is, kun je dan God vader noemen? Moet je de Eeuwige dan niet een andere naam geven om hetzelfde uit te drukken? Nog een voorbeeld. Paulus schrijft dat de man het hoofd van de vrouw is, maar, voegt hij eraan toe, dat moet je vergelijken met Christus die het hoofd van de gemeente is – en bedenk dan dat hij was als één die dient. Maar als nu zoveel mannen in de loop der eeuwen niet hun vrouw hebben gediend maar zich lieten bedienen en hun eigen godzalige gang gingen, moet je dan niet concluderen dat deze beeldspraak niet werkt en dat we de verhouding man-vrouw ánders moeten typeren en funderen dan in die ingewikkelde constructie van Paulus? Want waar gaat het uiteindelijk om? Dat mensen in vrijheid en met liefde voor elkaar hun leven als een godsgeschenk ervaren. Zo zou ik het zeggen. En dan moet je het roer toch omgooien als je merkt dat je met oude opvattingen vast komt te zitten in de hemelse modder.

Om diezelfde reden meen ik dat een oude theorie, hoezeer ook door allerlei bijbelteksten gedragen, over mensen die worden aangenomen en verloren gaan, niet meer zo kan worden toegepast. Er is al zoveel ellende van gekomen. De bijbel mag dan met inspiratie geschreven zijn, het lijkt me de bedoeling dat hij ook geïnspireerd wordt gelezen. En dan kom je wel eens op andere gedachten. Ook het geloof kent voortschrijdend inzicht. Als iets, hoe goed bedoeld misschien ook, niet werkt, moet je het anders zeggen. Bijbelgetrouwheid kan grenzen aan fundamentalisme en dat leidt nooit tot zelfstandigheid, alleen maar tot de angst het verkeerd te doen. Die wereld zien we tegenwoordig weer om ons heen, in godsdiensten waar het woord ‘ongelovige’ vol haat wordt uitgesproken. In mijn ogen is een gelovige geloofwaardig als hij zichzelf laat zien, in zijn geloof en aanvechtingen en als hij van gedachten durft veranderen, om allerlei redenen, omwille van het geloven en vooral omwille van zoiets als menslievendheid.

 

Terug naar overzicht…