Vergiet

Door Ds. Aart Mak

Wel eens gehoord van het pastafarianisme? Het is een zogenaamde religie waarvan de aanhangers herkenbaar zijn door een omgekeerd vergiet op hun hoofd. Dat is zo’n vergiet waarin je de in ruim water gekookte pasta nadien laat uitdruipen. Daarom ook de naam pastafarianisme. De aanhangers zeggen dat alles geschapen is door een vliegend spaghettimonster en dat zij uit eerbied voor deze god zich tooien met zo’n vergiet. In Tsjechië en eerder in Oostenrijk wilden pastafarianen met een vergiet op hun hoofd op de pasfoto en de overheden van die landen konden niet tegenhouden dat deze heren met dit hoofddeksel in hun paspoort staan. In die beschaafde landen heersen immers wetten die gaan over godsdienstvrijheid en zolang wat je op je hoofd draagt je gezicht niet bedekt, mag het. Deze mensen die zich ook als lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster beschouwen, doen dit, zeggen ze, als protest tegen het in hun ogen dwaze creationisme in het onderwijs. Dat geloof dat zich vooral breed maakt in Noord-Amerika, gaat ervan uit dat alles wat bestaat, universum, aarde, planten, dieren en mensen, door een scheppingsdaad ontstaan is. Scherper uitgedrukt: het is de fundamentalistisch christelijke stroming die zich verzet tegen elke gedachte aan evolutie. En dus zeggen de aanhangers van het pastafarianisme dat de aarde en alles daarop en daarboven evengoed geschapen kan zijn door een vliegend monster van spaghetti.

Het is allemaal grote kolder - dat is duidelijk -, maar goed beschouwd is dit geloof met een vergiet als hoofddeksel een ludieke poging om iets lood- en loodzwaars wat lichter te maken. Er is de laatste jaren een wereldwijde woede aan het groeien over godsdienst en hoe godsdienst mensen kleinhoudt, verminkt, isoleert en voor de mal houdt. En dan heb ik het in willekeurige volgorde over vrouwenbesnijdenis, het idee dat meisjes en vrouwen geen onderwijs mogen krijgen, de weigering om je kinderen te laten inenten tegen mazelen, het idee dat mannen en vrouwen zich als konijnen moeten vermenigvuldigen omdat voorbehoedsmiddelen uit den boze zijn, de mannen met baarden die geen middel schuwen om ongelovigen te bestrijden, de keiharde of angstig makende opvoeding, de lijfstraffen, de verafgoding van een heilig boek, de vrouwenhaat en de gecultiveerde weerzin tegen nieuwe, moderne inzichten. Bij die weerzin tegen nieuwe inzichten hoort dan zeker ook het creationisme. Dat zijn met name christenen die denken dat God van zijn voetstuk valt of de bijbel waardeloos wordt als je aanneemt dat de aarde ongeveer 4,6 miljard jaar bestaat en alle leven in een langzaam evolutionair proces is ontstaan. Alsof de schrijvers van de eerste hoofdstukken van het boek Genesis en van psalm 104 willen uitleggen wanneer en hoe alles ontstaan is. De schrijvers zijn minstrelen die met hun liederen de verborgen en vrolijke hoekjes van de harde realiteit aanwijzen.

Moet ik het hier hebben over de schepping? Ik weet dat de oudere luisteraars nog opgevoed zijn met de gedachte dat alles zo is als in de bijbel staat. Het heeft in het protestantse Nederland ook even geduurd voor de heftige debatten over schepping of evolutie tot bedaren kwamen. Wat we daarvan geleerd hebben is dat de taal van de bijbel iets anders is dan de wetenschappelijke taal. Wetenschappelijke taal drukt een stand van zaken uit, gelovige taal een vermoeden of verlangen van wat er achter zit en waar het naar toe gaat. Zoiets geldt ook voor het woord schepping. Het woord schepping zegt niet iets zegt over Het Begin – dat weet namelijk niemand -, maar wel over een beginsel, een principe. Het gaat bij schepping niet erom dat je weet hoe het is begonnen, maar om de uitdaging er iets van te maken. Volgens de joodse schrijvers heeft een mens die iets schept God aan zijn kant als hij tenminste orde in de chaos aanbrengt en onderscheid maakt tussen goed en kwaad. Licht en donker, water en land, zon en maan, dieren en mensen, man en vrouw – het is alles een, maar om te leven is onderscheid nodig, het maken van keuzes, het benoemen van wat je aantreft en verantwoordelijkheid dragen. Nu ja, ingewikkeld allemaal voor de vroege zondagmorgen. Voor ik het weet geef ik u, net als alle opzwepende predikers, sluwe priesters en idolate  gelovigen het idee dat u dom bent als u mij niet begrijpt. En daar zit nu net de kneep als het gaat om de huidige weerzin tegen alles wat zich als godsdienst aandient.

Steeds meer mensen willen niet meer dom worden gehouden. Ze willen nadenken en hun eigen conclusies trekken. Daar zit m.i. de kern van de groeiende woede tegen alles wat zich als geloof presenteert. Denk ook aan de twee laatste zomergasten in het gelijknamige VPRO programma op zondagavond die beiden de tijdgeest goed weergaven. Ondanks de intelligente en bewogen betogen van Jezus en de Boeddha, de diepgaande en soms duizelingwekkende uiteenzettingen van goeroes, soefi’s en christelijke mystici en ondanks allerlei voorbeelden van dappere, edelmoedige gelovige mensen, is het overheersende beeld van religie negatief. Afgelopen donderdag overleed Jan Bluyssen, de vroegere bisschop van Den Bosch. Ik las dat hij zijn vijftigjarig ambtsjubileum niet wilde vieren toen hij hoorde van alle ellende rond het misbruik van kinderen door priesters. Zulke geluiden waren en zijn te zeldzaam. Geloof is in de westerse wereld gaan behoren bij de randverschijnselen waarvan de vele en vreemde uitwassen uiteraard altijd het nieuws halen en al die seculier geworden Nederlanders bevestigen in het idee dat zij of hun ouders terecht die kerk achter zich hebben gelaten.

Dan is dat pastafarianisme eigenlijk een vrolijke, carnavaleske kanttekening bij allerlei gelovige dwaasheid die in diepe ernst wordt beleden. En waar zit nu het goede begin? Ik zou toch hopen dat er genoeg mensen zijn die laten zien dat geloof en verstand, traditie en postmodernisme, autonomie en innerlijke overgave heel goed samengaan. Sinds de 19e eeuw bestaat het liberale of progressieve jodendom. Tot op de dag van vandaag – denk aan mensen als Elisa Klaphek en Awraham Soetendorp – is het doel van dat jodendom het historische geloof met het moderne leven in overeenstemming te brengen. Misschien moeten we dat heldere onderscheid - orthodox versus liberaal, ook maar eens gaan aanbrengen in het christendom. Dat zou een scheppingsdaad zijn. Scheppen was immers toch onderscheid maken om verwarring en verstarring te voorkomen en de boel weer in beweging te krijgen?

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Einaudi en ‘De vreugde voert ons naar dit huis’ (uit Tussentijds en het nieuwe Liedboek ook). Gelezen werd uit Romeinen 8: 18-19. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

Terug naar overzicht…