Studenten

Door Ds. Aart Mak

De afgelopen week deed een aantal studenten van de Theologische Universiteit verslag van hun bevindingen. Ze hadden op vier plekken in Haarlem rondgekeken, ook bij Kerk Zonder Grenzen en dus in feite ook bij Radio Bloemendaal. Het genoegen van een aantal waarnemingen, zinnige vragen, goede gesprekken en een heel rapport deelden wij met de Doopsgezinde Gemeente Haarlem, Stem in de Stad in Haarlem-centrum en Het Open Huis in Haarlem-Schalkwijk. En zo zaten we met hun hoogleraar, Henk de Roest, zo iemand bij wie de wind voortdurend dreigt op te steken, bij collega Dick van den Boogaart een uur of twee het even erg naar onze zin te hebben. Want, dat had ik al vaker ervaren, je kunt geen betere pottenkijkers hebben dan studenten die jong en gretig als ze zijn, wel eens willen zien of het wat voorstelt wat jij doet.

De bijeenkomst had even iets ijdeltuitigs, ik geef het toe. Dat was het moment dat de een repte over het aantal vrijwilligers dat bij de organisatie betrokken was, een tweede over het aantal bekeerlingen en een derde over de hoeveelheid A-merken die in de winkel verkocht werden. En ik dacht natuurlijk aan de vierduizend volgers van Tuimeltekst op Twitter. Had ik dat al gezegd? Ach ja, dominees, de brutaalsten hebben altijd ook iets van kooplieden. Dat moment van persoonlijk gewin duurde maar kort, dat begrijpt u. Alle roem is uitgesloten, wie weet dat niet, zeker van de daar aanwezigen. Want we doen dit allemaal niet voor onszelf maar voor een hoger doel, een ideaal, in dienst van onze Zender, de eeuwige God of die twee masten in Bloemendaal, in mijn geval beiden. De vier onderzochte plekken delen met elkaar dat ze missionair zijn en daarom werden ze onderzocht. Missionair is een vreemd woord. Het huidige kabinet is demissionair. Dat betekent dat het doorregeert terwijl het al ontslag genomen heeft. Na de verkiezingen komt er hopelijk zo spoedig mogelijk een missionair kabinet, al voeg ik daar gelijk aan toe dat zo’n gevolmachtigd kabinet nooit missionair wordt genoemd. Dat spreekt namelijk vanzelf. Nu, in de kerken is het omgekeerd. Eigenlijk zou elke geloofsgemeenschap missionair moeten zijn – en dat betekent dat je naar buiten treedt met een missie, als een missionaris of zendeling, maar in de praktijk gebeurt dit nauwelijks. Veel kerken hebben de trekken van een club die bezig is met de verzorging van haar eigen leden. Maar als je meer wilt zijn dan een besloten club en met allerlei leuke acties naar buiten treedt, dan heet je dus op het kerkelijke erf missionair. En over vier van zulke missionaire kerkplekken ging het dus.

Nu bedacht ik toen ik daar zat, dat ik er vroeger als student ook op uitgestuurd was. Wij togen op de fiets de Mastenbroeker polder in. Dat was in de buurt van Kampen. Er was in die polder sprake van intensieve ruilverkaveling en onze hoogleraar, Gerard Rothuizen, wilde wel eens weten of wij, studenten, konden ontdekken wat dit voor het landschap, de mens en de cultuur betekende en wat voor ethische vragen hierdoor aan de oppervlakte kwamen. Andere tijden, mijmerde ik. Het waren de jaren ’70. Achteraf is het onbegrijpelijk hoe de meesten van ons toen nog niet doorhadden wat een enorme veranderingen in het religieuze landschap zich al aan het voltrekken waren. Wij deden toen, ik las het ook weer in Pro Memoria, de bundel met opstellen van oud-studenten van Kampen, alsof de kerk wel ongeveer zou blijven zoals zij was. Het moest radicaler worden in de kerk, moderner, dat wel, maar ik herinner mij niet dat we ons toen al bekommerden om het gigantische functieverlies van kerk en christelijk geloof in het leven van de meeste Nederlanders. Ik ging de eerste twee jaar elk weekend naar huis, voegde me bij het gezin in Hengelo, speelde elke zondag orgel in de kerk waar mijn vader meestal preekte en herinner me alleen maar volle kerken, met zo nu en dan wat leegte, maar dat moest volgens de gesprekken thuis te maken hebben met een matig prekende dominee. Dit is dus ook omzien in verwondering.

Dan ervaar ik de huidige studenten als heel wat meer met de benen op de grond. Ze zullen ook wel moeten! De meesten gaan later parttime aan de slag. Ze zullen daarnaast iets anders moeten doen om aan de kost te komen. Ze moeten wel bevlogen en bewogen zijn om met weinig mensen een vitale kerk overeind te houden. Ze kunnen niet anders dan uiterst gevoelig zijn voor alle signalen van deze tijd. Ze hebben elkaar nodig, net als de moderne huisartsen die in teamverband werken. Ze moeten het hebben van netwerken, bijscholing, confrontatie met en inspiratie van hun tijdgenoten. Ze staan als het ware weer met een kraam op de markt en het geloof dat ze aan de man brengen, is een van de vele waren die daar op die markt worden uitgevent. Dan moet je dus slim zijn, goed ogen, creatief, bezield  en vooral oprecht in je geloof. En daarmee zie ik in die nieuwe voorgangers al een glimp van de kerk die er aan zit te komen. We verliezen de gemeenschappen die huizen van troost en geborgenheid bouwden. Zo waren namelijk de kerken van vroeger. Voor die grote gebouwen hadden we het geld toen ook. En zo hadden we het ook georganiseerd: je hoort je leven lang bij een kerk, als een tweede huis.

Nu worden we allemaal voorbijgangers. En horen we bij kleine, tijdelijke, soms geïmproviseerde gemeenschappen. Soms is er een groot evenement. Ook zijn er debatavonden over grote menselijke en maatschappelijke vragen. Charismatische voorgangers zijn nodig. Enkelingen zetten meer dan ooit de toon. Ouderen zullen elkaar opzoeken en hun inspiratie delen, misschien zelfs in andere woonvormen dan die we nu kennen. En vooral komt er een spiritualiteit die christelijk is, maar ook met gemak ruimte biedt aan personen, verhalen en rituelen uit andere tradities. We nemen elkaar niet meer zo de maat als vroeger. Mensen zijn reizigers, ook geestelijk. Je laat wat achter en je vindt wat nieuws. Voortdurend. En misschien dat deze studenten degenen zijn die zo gevoelig zijn voor de tijdgeest en voor de heilige geest – beiden lopen ons al vooruit -, dat zij over een tijd in de gaten zullen duiken die de rechtsstaat, de democratie, de verzorgingsstaat nu al laten vallen. Christenen hebben vanaf het eerste begin gemeenschappen gevormd om niemand verloren te laten rondlopen en de medemenselijkheid en de bezieling van Jezus vast te houden. Dat zal blijven gebeuren, helemaal als we deze kerkelijke crisis aanvaarden als een manier waarop God zelf ons een nieuwe tijd binnenleidt. Dat laatste kan rijkelijk vroom klinken en voorbijgaan aan de pijn die het velen doet bij het zien van wat allemaal op dit moment voorbijgaat. Maar een beetje student in de godgeleerdheid moet toch rekening houden met de gerede kans dat er meer aan de hand is dan wat wij hier voor mogelijk houden?

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Max Reger en ‘Over water’ van Zijlstra. Gelezen werd uit Jesaja 43: 16, 18-19. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

Terug naar overzicht…