Bonus

Door Ds. Aart Mak

Nog steeds moet ik hier en daar uitleggen dat een dominee ook een mens is. Dat begon al toen ik nog maar net dominee was. Ik was nog geen week predikant in Westzaan. Westzaan, het mooiste dorp van de Zaanstreek, is in feite een groot lang lint, één straat, de Allanstraat met huizen ter weerszijden, omgeven door zompige weilanden en vooral water, heel veel water. O zo mooi, dat is Westzaan. Ze hebben daar een supermarkt waar iedereen meerdere keren per week komt om eten en drinken te kopen. Ik toen dus ook als beginnende dominee. Ik had nog geen auto en om nu met de bus in de stad, zoals Zaandam heette, je boodschappen te doen. Nee dus. Een dag na een bezoekje aan de supermarkt werd ik door een nog jong gemeentelid op een groothuisbezoek met grote ogen aangestaard. Op mijn vragende blik antwoordde hij en zei: “U heeft gisteren een pizza gekocht, dominee!” U begrijpt, de avond kon niet meer stuk. Ik bleek een gewoon mens. Dat was nu net wat die Zaankanters hadden gehoopt. Het helpt sommige mensen te weten dat ook een dominee niet van de lucht kan leven.

In mijn voorlaatste week in Westzaan, dat was vijf jaar later, had ik een jubelende laatste avond met de leiding van de kinderkerk. Het waren allemaal dames, het was heel vrolijk, ik had een aardige slok op en ik besloot, aan het begin van de nacht terugrijdend in mijn inmiddels aangeschafte auto en denkend dat ik de hele wereld aankon, op het einde van die Allanstraat (dat is zo’n vier kilometer) nu eindelijk eens, voor een keer, bij de rotonde linksom te gaan en niet rechtsom. Zo gedacht, zo gedaan en op mijn verdere rit naar huis werd ik prompt achtervolgd door een auto. Er bleken twee politieagenten in te zitten. Ik moest blazen. Er verscheen een P op het apparaat. Ik zei nog: dat zal niet de P zijn van prima! Maar ik heb genade gekregen, omdat ik ook zei: “Ik ben dominee en ik ga volgende week hier echt weg, dus ik zal dit nooit meer doen en mag ik nu naar bed?” Ik ben nog steeds bezig met het thema ‘Een dominee is ook maar een mens’. Bij sommige dominees is dat niet zo duidelijk. Sommige collega’s praten bij elke gelegenheid in kleine zowel als grote ruimtes altijd alsof ze staan voor een schare die niemand tellen kan. Andere collega’s denken bij elke dreigende huishoudelijke werkzaamheid aan de twintig eeuwen oude beginzin van elke dienst ‘Onze Hulp’, de werkster dus en doen verder zelf nooit de afwas of weten niet hoe je een stofzuiger moet vasthouden. De meeste dominees hebben een partner die soms tegen wil en dank erin getraind is om aan ieder die belt te verklaren waarom dominee afwezig is en dat er verder niets aan de hand is. Ook hierin blijkt een dominee dus een echt mens te zijn. Hij is soms onvindbaar, kan ruimschoots te laat komen en houdt ook net als andere publieke figuren graag het idee in stand dat hij heel veel doet terwijl hij ook wel eens op zijn rug op de bank ligt.

Toen ik jongstleden vrijdag om 6 uur opstond om deze column te schrijven, bedacht ik dat ik dominee ben en dus zonder een bijbeltekst niet veel te zeggen heb. Wat is een timmerman zonder hamer en een kok zonder fornuis, nietwaar? Nu, wat heeft een dominee te melden zonder het heilige boek? Ik zal zo lezen uit 2 Koningen 5 vers 25 en 26. Het gaat daar over de profeet Elisa die samen met zijn knecht Gehazi bezoek heeft gehad van Naäman. De geschenken die Elisa weigert, hebben echter wel de begeerte van Gehazi opgewekt en hij laadt alsnog zonder medeweten van zijn meester Elisa, zijn zakken vol. Hij komt terug en Elisa vraagt: ‘Vanwaar Gehazi? En Gehazi antwoordt: ‘Van nergens.’ En dan zegt de profeet Elisa: ‘Ben ik in de geest niet meegegaan?’ De meeste dominees hangen Elisa uit. Ze suggereren aan hun gemeenteleden en luisteraars zoals bij Bloemendaal dat ze voortdurend in de geest met ieder meegaan. Sommigen kijken daarbij doorgaans op een bepaalde manier de wereld in, enigszins vorsend, licht glimlachend en met een blik die een voortdurende bereidheid moet verraden. Nogmaals: de meeste dominees gedragen zich als een Elisa, terwijl ze ook maar gewoon een mens zijn. Ze moeten wel. En dat komt door een sluipende verandering, haast revolutionair. Dat is het gesprek met de kinderen tijdens de kerkdienst. De kleine kinderen bedoel ik, andere kinderen zijn er tegenwoordig al helemaal haast niet. De dominee lijkt in dat ‘moment met de kinderen’ zoals het vaak zo tuttig heet, ineens te weten dat er ook honden en katten, boze buren, schoolpleinen en pestkoppen bestaan. Dat is interessant nietwaar? De man die altijd vanuit de hoogte spreekt, lijkt ineens besef te hebben dat er gewone dingen zijn in het leven. Hier komt, ik wil het u toch maar even zeggen, zijn gewone mens zijn volledig tot zijn recht, in het gesprek dus met de kinderen. De kinderen moeten weliswaar precies dat antwoord geven dat zijn kinderverhaal tot een echte climax kan brengen, maar hier blijkt dominee ook een echt mens te zijn. Hij stelt vragen waarop elk kind het antwoord weet en vervolgens geeft hij zelf antwoorden op vragen die niemand meer stelt.

Ik wil deze column besluiten met een nog sterker voorbeeld. Ik vertel u het legendarische verhaal van een dominee die zo’n tien jaar geleden eens op een zaterdag op het naaktstrand van Zandvoort vertoefde. Deze dominee vermeide zich daar zelfs de ganse dag en op het eind van die warme, zonovergoten dag begaf hij zich weer naar de uitgang van het strand. Boven aangekomen trof hij daar één van zijn ouderlingen aan, gekleed in coltrui, met spijkerbroek en een verrekijker om zijn nek. De dominee keek zijn ouderling aan, hun blikken kruisten elkaar. De dominee kon maar aan één zin denken: ‘Vanwaar Gehazi?’ Maar hij zei het niet en sprak en zei tot zijn ouderling: ‘Het was een fijne dag op het strand; heeft u ook zo genoten?’ En de ouderling die meer bijbelkennis had dan de dominee bevroedde, zei: ‘Ik ben vandaag in de geest met u meegegaan.’ Een dominee is dus ook maar een mens. Hij wil altijd het liefst Elisa zijn, maar hij is een Gehazi. Ook hij wil genieten. Ook hij wordt een beetje jaloers van de berichten over de bonussen bij de banken. Hij kent die niet, maar Gehazi in het bijbelverhaal wist daar wel raad mee, hij streek de bonus voor de geestelijke diensten van zijn meester maar wat graag op. Hoe het ook zij, een dominee is dus een gewoon mens, een beetje lui soms. En ook is er die zaterdagmorgen waarop hij zich nog eens uitrekt, blij dat er die dag hopelijk geen mens wat van hem vraagt. Dat is zijn bonus ...

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek van Brossard en gezang 460 uit het Liedboek. Gelezen werd uit 2 Koningen 5: 25-26. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..



 

Terug naar overzicht…