Onheil

Door Ds. Aart Mak

Het voelde de afgelopen week als een drietrapsraket. Schrik, onheil en rampspoed. Eerst was er, ik geef toe, het is heel privé, het bericht dat degene aan wie ik mijn auto had uitgeleend, door een onoplettendheid veroorzaakte dat het ding dat voor mij niet als een ding voelt, tot in het hart, de motor, werd getroffen. Dat deed vooral zeer. Later pas dacht ik aan de prijs die betaald moet worden om mijn automobiel (het woord zegt wat zij voor mij betekent) hopelijk weer kloppend en zoemend aan de praat te krijgen. Toen was er het bericht van een bevriende collega, op het punt zich terug te trekken uit zijn drukke baan maar nog altijd voortvarend en inspirerend aan het werk, die schreef dat hij eindelijk begreep waar zijn al maanden durende vermoeidheid vandaan kwam. Hij bleek kanker te hebben en niet ergens in een uithoek van het lichaam maar in een long. Een lange en zware weg van chemo en bestraling (of omgekeerd) wacht hem. Hij schrijft dat hij aangeslagen is maar niet verslagen, en dat geloof ik wel, maar het is een vreselijk onheil dat zich nu over hem, zijn vrouw en volwassen kinderen voltrekt. De dood laat ineens zijn grijnslach zien terwijl je op het punt staat eindelijk te kunnen stoppen met het inspannende en veeleisende dagelijkse werk met alle verantwoordelijkheid voor mensen, een hele organisatie en een uitstraling in de samenleving. Ik weet, het gebeurt zo vaak, de wachtkamers en de behandelkamers van het Antoni van Leeuwenhoek, de VU, het Kennemer Gasthuis en al die andere ziekenhuizen zitten dagelijks vol met onzekere, angstige mensen die de dood in hun nek voelen hijgen. Er worden trouwens ook heel wat van die gevechten tegen de kanker tegenwoordig gewonnen, maar het komt dan ineens, weer, zo dichtbij.

En dan, het kwam in drieën zei ik al, in het bestek van een dag, het bericht dat de IKON en alle andere kleine religieuze omroepen door deze regering opgedoekt gaan worden. Dit kabinet wil religie terugdringen tot achter de voordeur, meldden anonieme bronnen. Officiële zegslieden met voorop de staatssecretaris, de VVD’er Sander Dekker, ontkennen dat. Ze  zeggen dat dit kabinet wel voor levensbeschouwing in de programmering van de publieke omroep is, maar dat deze regering het niet meer wil overlaten aan speciale omroepen als de RKK, ZVK, de Joodse Omroep, de HUMAN en dus ook de eerder genoemde Interkerkelijke Omroep Nederland. Deze en andere zogeheten ‘artikel 2.42’-omroepen moeten in 2016 van het scherm zijn verdwenen. Onmiddellijk brengt de IKON een persbericht uit dat niet alleen de christelijke gezindten uit beeld zullen verdwijnen, maar dat straks ook een miljoen moslims op geen enkele manier nog vertegenwoordigd zijn in het omroepbestel.

Dat was dus drie. Of die soep in omroepland zo heet gegeten wordt als zij wordt opgediend, weet ik niet. Maar wel was duidelijk dat de signalen al een tijd op oranje stonden, dat er een groeiende en sterker wordende stroming in de maatschappij is die religie tot een privézaak wil maken (dus wel achter de voordeur) en dat de aversie tegen mensen die zeggen dat ze gelovig zijn alleen maar toeneemt. De haatmails die je op alle websites en sociale media tegenkomt zodra iemand een mening weergeeft die hij baseert op zijn geloof, zijn onthutsend en veelzeggend. Ik weet: er lopen in dit land aardig wat door het geloof beschadigde mensen rond. Het instituut, het machtsdenken, de arrogante overtuiging dat de goddelijke waarheid  aan jou en niemand anders is geopenbaard, de vernedering van vrouwen en homo’s, het meedoen aan vormen van antisemitisme, het heeft heel wat mensen tot in hun ziel gekwetst en is voor een deel de verklaring dat er tegenwoordig ook zoveel ouderen rondlopen die wel een lijntje naar boven hebben maar niets meer met priester, dogma, preek of heilssoldaat te maken willen hebben. Maar er is ook een andere, sterker wordende stroming in de maatschappij. Die is even arrogant als zij veronderstelt dat de kerk is. Die stroming, vrij dominant in de liberale politieke partijen, wil niet zien dat religie hoort bij mensen en dat het verdringen daarvan tot enkel de woonkamer, leidt tot obscurantisme op z’n ergst en altijd tot onwetendheid en onbegrip bij andersdenkenden. Godsdienst is namelijk een soort dynamiet. Het kan mensen opblazen zoals de religieuze fanaten het liefste doen met andersdenkenden – en het kan egoïstische rotspartijen, menselijke weerstanden dus, tot gruis terugbrengen. Godsdienst gaat, zoals Karen Armstrong zo vaak zegt, altijd om het ego en de naaste. En die strijd kan naar twee kanten uitvallen. Hard, meedogenloos en wreed enerzijds. Barmhartig, vol naastenliefde, een en al opofferingsgezindheid anderzijds. Het tweeledige beeld van het dynamiet wordt nog versterkt als ik aan Alfred Nobel denk. Juist hij, uitvinder van allerlei gevaarlijke explosieven, bepaalde dat de rente van zijn kapitaal elk jaar op zijn sterfdag, morgen 10 december, in de vorm van prijzen voor wetenschappers, literatoren en vredestichters moet worden uitbetaald. Als theoloog – die prijs zit er trouwens niet bij – zeg ik dan dat de ontdekking van het slechtst mogelijke in de mens, het kwaad, het willen vernietigen, juist ook het begin kan worden van het goede. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid. En godsdienst heeft al eeuwenlang menigeen geholpen om het beste uit het menselijke moeras tevoorschijn te halen.

Juist de IKON – het is nog te vroeg voor een In Memoriam, maar toch -heeft mij als student, jeugdwerker en later als predikant behouden voor het geloof. De durf om het oude anders te zeggen, de ademloos mooie discussies (althans in mijn herinnering) met en tussen theologen, het opkomen voor mensen in de verdomhoek, de felle en bewogen programma’s over wat er zich elders in de wereld afspeelde, de schok die de dood van Koos Koster en zijn drie collega’s teweegbracht, de durf om van het christendom niet een zichzelf bevestigende godsdienst te maken maar de beste manier om het humane, het echt menselijke, in al z’n lelijkheid en schoonheid, te tonen, dat en meer heeft mij altijd en tot op de dag van vandaag verplicht aan deze omroep. Maar de tijden veranderen. Ik begrijp het. Meestal kom je met een schok tot die gewaarwording. Soms een drievoudige schok. Het duurt even om het onheil ook te doorzien als een gedwongen losmaken van wat vertrouwd was. Mensen raken gehecht, gewend, zoals ik verwend zelfs. Maar het leven is een stroom. De beelden die je ontwikkeld had, over jezelf, de wereld, het leven, passen ineens niet meer op wat er gebeurt. Jouw positie blijkt niet het centrum te zijn. En dan moet er weer overgave komen, vergeten, opnieuw opgediept. Durven meegaan met wat zich aandient. Niet je blindstaren op wat angstig en onzeker maakt. Is dat ook Advent, de tijd waarin we nu leven? Is die tijd van verwachting misschien wel de tijd van het onverwachte? De omgekeerde wereld? Ik bedoel dat ik moet leren dat ik niet het orkest dirigeer. Ik ben een instrument, één temidden van vele, en ik moet leren, altijd weer als was het voor het eerst, mij te laten gebruiken. In dienst van de vrede, hoe dan ook, al is mijn stem gebroken. Dat is God, lijkt mij, dat is heil dat zich los worstelt uit alle onheil dat zich aandient.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van J.S. Bach en Stanford. Gelezen werd uit Filippenzen 4: 6-7. Gebeden werd uit ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…