Thee

Door Ds. Aart Mak

Ik wil het met u hebben over thee. U leest het goed: thee, die warme drank die u vanmorgen vroeg al hebt gedronken. Heet water waarin een theezakje of losse thee een tijd heeft getrokken. Bruine thee, groene thee of kruidenthee. U zegt het maar, alles kan tegenwoordig. U beseft nauwelijks hoeveel invloed die simpele thee heeft gehad op de wereldgeschiedenis. Wat eindigde met de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, begon met een conflict over thee. Toen de Britten daar nog de baas waren, trok hun Britse Oost-Indische Compagnie zich niets aan van de inlandse markt en ging in 1773 ver onder de prijs zitten om haar thee daar te kunnen verkopen. Dat leidde tot verzet. De inwoners van de kolonie gooiden scheepsladingen thee in het zeewater en omdat dit in de haven van Boston gebeurde, heette deze gebeurtenis al gauw ‘The Boston Tea Party’. Het verzet was begonnen en tien jaar later (1783) was er het einde van de Amerikaanse Vrijheidsoorlog en de onafhankelijkheid.

En dan is er nu al enige jaren in datzelfde land de zogenaamde beweging van de Tea Party. Haar aanhangers verwijzen bewust naar de eerdergenoemde daad van verzet in de 18e eeuw. Zij zeggen dat het bij hen ook gaat om boosheid om onterechte belastingen. Alle leden van deze Tea Party zijn tegen een te grote overheid. Geen belastingverhogingen dus. De overheid moet zich volgens deze Amerikanen zo min mogelijk met hun leven bemoeien. Nu zeggen de Republikeinen daar dat al jaren maar de mensen van de Tea Party, denk aan iemand als Sarah Palin, gaan nog een stap verder. Ze zijn uiterst conservatief, ze zouden het liefst de hele overheid willen afschaffen. De Tea Party mensen steunen dus altijd de Republikeinen die tegen welk plan dan ook van president Obama zijn. En zo zorgen deze mensen die zich presenteren onder een naam die verwijst naar een vredelievend drankje, voor een enorme obstipatie in de politieke besluitvorming. Ze doen dat onbekommerd door allerlei  verdachtmakingen rond te strooien en een, zeker in Europese ogen, ijzingwekkend harde en asociale aanpak van maatschappelijke problemen voor te staan.

Goed, ik had en heb het over thee. Herinnert u zich nog de Pickwick spaarpunten? Dankzij deze spaarpunten van de in 1753 door Egbert Douwes te Joure opgerichte firma gingen Nederlanders massaal aan de thee. En dat kwam dan vooral omdat je met die punten spaarde voor handdoeken, dienbladen en theekopjes. De firma opereert inmiddels onder een andere, Engelse naam. Maar haar zegenrijke werk is al gedaan: Nederlanders zijn theeleuten. Theedrinken werd generaties lang als een genoeglijke, ongevaarlijke bezigheid beschouwd. Tot er in dit land mensen op het politieke toneel verschenen die laatdunkend gingen spreken over Job Cohen, de theedrinker. Hij was toen burgemeester van Amsterdam. Het was zijn manier om contacten te leggen met al die nieuwe Amsterdammers met hun wortels in verre landen. Maar ineens was het theedrinken door de opmerkingen van Marco Pastors en Geert Wilders een besmet begrip. Theedrinken duidde op slapte – alsof er geen sterke thee bestaat – en een te grote meegaandheid. En ineens herinnerden we ons weer de scheldwoorden theemuts, theekransje en theeleut die in vroeger tijden werden gebruikt voor vrouwen en verwijfde mannen die niets beters te doen hadden dan met elkaar over onnozele zaken te leuteren. Het was er ineens weer! En weg was de vrolijke modernisering van thee. Van losse thee naar theezakjes. Van alleen maar gewone Ceylonthee die je ‘s morgens dronk om wakker te worden, naar de meest chique en kleurig ingepakte groene en witte thee, Earl Grey, geurige kruidentheeën, Oolong thee, vruchtenthee, Rooibos thee en tegenwoordig ook al theepads. Thee zat ineens weer in de hoek van slaperige oude besjes en mensen die van de dokter niks sterkers mochten drinken.

Ach ja, thee. Ik zal verder zwijgen over de echte, grote theelanden. Dat zijn natuurlijk Japan, China en Groot-Brittannië. Het laatste land, met zijn ‘Nice Cup of Tea’ en vooral met zijn wonderlijke gewoonte van de ‘High Tea’, heeft een hele cultuur rond het theedrinken geweven. In de landen in het verre oosten is zelfs een hele filosofie rond het theedrinken ontstaan, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het volgende verhaal: ‘Een professor van een universiteit ging eens bij een bekende Zenmeester op bezoek. Terwijl de Zenmeester rustig thee inschonk, praatte de professor over Zen. De Zenmeester schonk de kom vol tot aan de rand en bleef daarna doorschenken. De professor keek naar de kom die overstroomde totdat hij zich niet langer kon beheersen. "Stop, de kom is helemaal vol, er kan niets meer bij!" stamelde de professor. "U bent net als deze kom met thee," antwoordde de Zenmeester, "Hoe kan ik u Zen laten zien als u niet eerst uw eigen kom leeg maakt?"’

Waarom ik u dit allemaal vertel? Omdat ik de afgelopen week even een paar dagen vrij heb genomen en dus niet in de gelegenheid was een brandende actuele kwestie voor u op te diepen en te larderen met wat diepgang en geloof. Maar ook omdat ik opeens bedacht dat de thee ook in mijn leven altijd een grote rol heeft gespeeld. Ik ben niet voor niets theoloog geworden. Het is maar hoe je dat woord schrijft, met een of met twee e’s. Ik hoor u al roepen dat theoloog een Grieks woord is, dat samengesteld is uit het Griekse woord voor God en het Griekse woord voor weten. Maar wat als Griekenland uit de eurozone of nog erger, uit de Europese Unie, wordt verbannen? Wat moeten we dan met die vele Griekse woorden als democratie, drama, eufemisme en, inderdaad, theologie? Dan zie ik mij genoodzaakt mij als theoloog te laten omscholen tot een theekenner, een thee-oloog dus. Dat is ook een mooi en harmonieus beroep waar je in tegenstelling tot de veel te populaire wijnkenners niet dronken van wordt. En omdat ik de toekomst van Griekenland in Europa ook niet ken, heb ik, met uw welnemen, alvast maar een voorschotje genomen op een nieuwe invulling van mijn beroep.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u een fragment uit ‘Tea for two’ en het lied ‘I will sing with the spirit’ van John Rutter. Gelezen werd uit 1 Korinte 1: 18-20. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

Terug naar overzicht…