Verlegenheid

Door Aart Mak

Net als velen houdt mij het probleem van de naar Europa toestromende vluchtelingen elke dag bezig. Maar wat mij opvalt is dat achter de aantallen mensen die geteld worden bij de grensovergangen, op de stations en langs de snelwegen, de emoties die voelbaar worden door de beelden van de camera’s en de politici die op enkele gunstige uitzonderingen na er verlegen mee zijn en op z’n ergst de taal van de haat verspreiden en op z’n gunstigst wartaal uitslaan, er een grote stilte hangt. Het lijkt de stilte van de moderne samenleving die zich geen raad weet met wat er nu gebeurt in de wereld. Natuurlijk, er wordt heel wat afgepraat, becommentarieerd en getaxeerd. Maar in die moderne mengeling van meningen en gevoelens – zie de sociale media, de internetfora en de brievenrubrieken in de kranten, hoor ik iets anders. Ik hoor de stilte van het niet weten. Misschien wel het besef dat deze wereld nooit meer zal worden wat zij ooit was en dat besef wordt nog liever verdonkeremaand zolang het nog kan. Of de angst, zoals vaker bij grote veranderingen, de angst dat niet alleen mensen maar ook de sociale onrust, de onvrede, de armoede misschien en het geweld mogelijkerwijs dichterbij komen.

Ik probeer mij voor te stellen of de politici en de publieke opinie hier vroeger anders mee zouden zijn omgegaan. Ik hoorde verhalen over de vele Belgen die hier voor en tijdens de eerste wereldoorlog hun toevlucht zochten. Ik las een artikel over de Indische Nederlanders die hier met zo’n 300.000 na de tweede wereldoorlog naartoe kwamen. De Hongaren die in 1956 deze kant op vluchtten om uit handen te blijven van de Russen die hun land bezetten. De inwoners van het toenmalige Joegoslavië die in de jaren negentig van de vorige eeuw aan de burgeroorlog in hun land probeerden te ontsnappen. En ik realiseer me dat de opvang van vluchtelingen vroeger ook niet gemakkelijk was maar dat mensen, hoe verder je terugkijkt in de tijd, zich veel meer lieten leiden door gedeelde waarden die als vanzelfsprekend werden ervaren. Mensen die zelf arm zijn, begrijpen wat het is om arm en op de vlucht te zijn. Gastvrijheid is in alle tijden en culturen een zaak van welbegrepen eigenbelang. En ik denk ook dat het christelijk geloof dat in vroeger tijden massaal werd beleden, zorgde voor vormen van naastenliefde waar geen discussie over was. Als ik spreek over stilte, dan bedoel ik dat.

In mijn binnenkamer probeer ik wat ik waarneem te verbinden met mijzelf. Ik ben ook een modern mens die druk en driftig deel neemt aan dit leven. Ik ben zo iemand die 30 à 40 e-mails per dag krijgt, een 20-tal telefoontjes per week en vooral privé via sms en WhatsApp de nodige impulsen krijg en geef. Er gaan dagen voorbij dat ik amper de tijd heb om een krant in te zien. Ik ben dus ook zo iemand, een te midden van velen, die zich bloot stelt aan de talrijke signalen, boodschappen en gigantische hoeveelheid informatie die bij deze tijd horen. Van de weeromstuit moet ik vechten om een plek te vinden van waaruit ik alles kan overzien en er nog eens rustig over na kan denken. De simpele maar vergaande vraag door wie of wat ik mij laat leiden, moet worden gesteld. Je kunt op je rug in het gras gaan liggen en je ogen sluiten, je kunt naar Yoga gaan, je kunt leren mediteren, je kunt bidden, je kunt de Bijbel lezen maar ergens zul je toch een manier moeten vinden om de eenvoud, ik bedoel dat letterlijk, het ene, te midden van het vele te vinden. Daar hielp vroeger de samenleving beter bij dan nu. De meesten van ons hebben zich losgezongen van bestaande instituten, gedeelde overtuigingen, vormen van geloof waar je je aan verbond, zonder dat je het nu altijd overal volledig mee eens was. De stilte die ik waarneem achter de vele praatprogramma’s en de op sociale media heftig met elkaar botsende opinies, lijkt een stilte te zijn van mensen die verleerd zijn de grote verbanden, het gemeenschappelijke doel en vooral de verhalen van hoop openlijk en bewust met elkaar te delen.

Als ik zo’n laatste zin uitspreek, hoor ik de dominee in mijzelf praten. Begrijp mij goed, ik ben het zelf en tegelijk ben ik op allerlei manieren een kind van deze tijd. Ik vind het dan wel frappant dat de politica Angela Merkel, toch al in haar stellingname één van die gunstige uitzonderingen in de Europese parlementen, aan een vrouw in een zaal in het Zwitserse Bern die vraagt hoe zij de christelijke cultuur beschermt tegen al die vluchtelingen die moslim zijn, antwoordt dat het tijd wordt dat wij weer duidelijk worden in ons christen zijn en weer eens moeten kijken naar de wortels van ons geloof. Ik vind dat een heel interessant antwoord van deze domineesdochter. Hier wordt de verlegenheid benoemd of, zoals ik eerder zei, de stilte aangewezen en doorbroken met een helder woord.

 

 

 

 

Terug naar overzicht…