Niemand

Door Ds. Aart Mak

Is het omdat ik elke dag twee uur bezig ben met mijn nieuwe boek over de dood, uitvaarten en alles wat erbij komt kijken? Is het omdat ik elke dag langs dat huis loop waar tot juli vorig jaar mensen woonden, vader, moeder, twee kinderen op de basisschool? Ze zijn niet meer, weg, verdampt, opgelost in het niets. Ik was bezig deze week met psalm 142. Vanmiddag om kwart voor 1 kunt u op deze zender luisteren naar wat ik ervan gemaakt heb. Die psalm is vol van een beklemmende gevoel: niemand ben ik , ik leef wel maar niemand die om mij geeft, niemand die hecht aan mijn leven. Ooit werd dominee Buskes gebeld door een onbekende man die hem vroeg langs te komen. Buskes ging en kwam bij een doodzieke man, op sterven na dood. Volgde een gesprek en de vraag of Buskes aanwezig wilde zijn op zijn begrafenis. Via de uitvaartonderneming kreeg hij een week later een signaal dat de betreffende man gestorven was en dan en dan begraven zou worden. Buskes ernaar toe. Behalve de uitvaartondernemer en de man van de begraafplaats bleek hij de enige te zijn. Niemand zijn. Toen je leefde viel het niemand op. En nu je gestorven bent, is er niemand die het weet. Ik dat aan dat ene doopliedje, met als tekst: ‘Ergens komt een kind vandaan, van ver, van buiten, zonder naam. Het is nog niemand, spreekt geen woord, heeft van de dood nog niet gehoord, het huilt nog van geboortepijn en weet niet wie het ooit zal zijn.’ Maar als je nu nooit iemand wordt?

In mijn binnenkamer warrelen soms de gedachten dooreen. Er bestaan dagen dat ik mij ook niemand voel. Mijn bestaan doet er niet toe, vind ik. Ik had er vandaag net zo goed niet kunnen zijn. Misschien moet ik vandaag over slaan. Wie zit er op mij te wachten? Ik geloof niet dat dit depressiviteit is. Het leven is soms te veel. Altijd op de planken staan kan niet, ik wil ook wegduiken in een hol. Mag het ook even donker en stil zijn? Maar, toegegeven, leven betekent stappen zetten, je laten zien, risico’s nemen, soms ook je angst overwinnen, hopen dat het lukt maar nooit zeker zijn. Leven is elke keer weer jezelf presenteren en dan je beste beentje voorzetten. En soms wil ik dat dus even niet. En wil ik terug onder moeders rokken, als een kleine jongen, toen moeder iemand was en ik nog niet. Kinderlijke gedachte? Ja. Maar zelfs in hun laatste levensjaren bleven mijn ouders die wereld vertegenwoordigen waarin ik, als ik dat wilde, even niemand kon zijn. Ik was er, meer niet. Niets hoefde of moest.

Een van de eerste verhalen die ik las, was het fameuze verhaal over Odysseus en de cycloop. Odysseus zat met zijn mannen gevangen in de grot van die reus met zijn ene oog. Ontsnappen leek onmogelijk. Dat lukte toch. Odysseus had zich voorgesteld aan de cycloop met de naam Niemand. Ik heet Niemand! Roept de reus zijn medereuzen om hulp; druipen die af als ze horen dat Niemand ontsnapt is en dat hij op Niemand boos is. Prachtig verhaal. Maar later begreep ik, hoe ouder ik werd hoe beter, dat er mensen zijn die zich niemand voelen, ook al zeggen anderen dat zij iemand zijn. Hoe dat komt? Weet u het? Ik weet wel dat leven soms ingewikkeld is. Als je geboren wordt ben je eerst nog niemand. Leven is iemand worden. Ontwikkelingspsychologie. Maar het omgekeerde is er ook. Bij het naderen van de dood. Wordt je dan van iemand weer niemand? En wat bedoelt Jezus, over wie ik ook van kinds af aan zulke mooi verhalen hoorde, als hij zegt dat je de minste moet durven zijn? Lijkt dat op niemand zijn? Dat is toch een vorm van dood gaan? Dat moet je toch niet willen?

Tekst: Onderdrukking en machtsmisbruik zijn aan de orde van de dag. Er is haast niet aan te ontkomen, door wie dan ook. Doe het zelf daarom anders. Word de minste in plaats van de meeste. Ga niet heersen maar leer om te dienen. Durf onzichtbaar te zijn in wat je doet. (naar Markus 10: 42-43)

 

 

 

Terug naar overzicht…