Gevaar

Door Ds. Aart Mak

Hoewel wij het door de dagelijkse stortvloed aan beelden over tot de tanden bewapende militairen, overvolle vluchtelingenkampen en groot gebrachte reportages van misdaadverslaggevers niet zo ervaren, is allang door mensen als Steven Pinker aangetoond dat er een spectaculaire afname van geweld plaatsvindt in de moderne samenlevingen. Steven Pinker is hoogleraar aan de psychologische faculteit van Harvard in de Verenigde Staten. Dus, nog eens gezegd, terwijl voor ons gevoel de wereld steeds gevaarlijker wordt en wij allemaal allerlei voorbeelden kunnen aangeven als bewijs voor dat toenemende gevaar – de bezetting door Rusland van het schiereiland De Krim, de drugskartels in Mexico, de opstanden in Venezuela, de plofkraken in eigen land, de dreiging en het geweld op grote, door massa’s mensen bevolkte pleinen in Egypte, Turkije en de dagelijkse autobommen in Afghanistan, Pakistan en Irak, leven mensen zoals u en ik in vergeleken met vroeger steeds minder gewelddadige omstandigheden.

In een interessant ander artikel beschrijft deze zelfde Steven Pinker hoe de overgrote meerderheid van de mensen op de wereld niet bang hoeft te zijn dat ze omkomen in een oorlog. Wie dat even op zich in laat werken en de landen van de wereld in zijn geest nagaat, zal het daarmee eens moeten zijn. En dan noemt hij allerlei zaken waar de meeste mensen zich ondanks die relatieve veiligheid en beschermde samenlevingen, wel druk over maken. Het tekort aan hulpbronnen, grondstoffen, energie. De klimaat veranderingen en de toenemende stormen, overstromingen, hitteperiodes en wie weet ook vluchtelingenstromen. Hij noemt de nucleaire dreiging. Een mogelijke cyberoorlog, dat is dus dat er grootschalig wordt ingebroken in computersystemen, gehackt met andere woorden, en dat al ons geld en alles waarop wij vertrouwen in korte tijd waardeloos blijkt te zijn.

Het bijzondere is dat Pinker wel erkent dat er allerlei angstaanjagende scenario’s mogelijk zijn als het gaat om hulpbronnen, computers klimaat en nucleaire wapens, maar dat de geschiedenis volgens hem leert dat wij hier helemaal niet zoveel gevaar van te duchten hebben. Daar zijn allerlei feiten voor aan te dragen. Maar waarom we er zo bang voor zijn, is omdat wij deze gevaren eerder niet kenden, niet goed weten waar ze vandaan komen, het gevoel hebben dat ze zich als een olievlek kunnen verspreiden en vooral dat niemand erom gevraagd heeft. Juist door dat laatste, het anonieme en niet achterhaalbare, boezemen deze gevaren ons zoveel angst in.

En dan gaat Pinker door. De hoogleraar psychologie wijst op gevaren waar we ons z. i. wel echt zorgen over moeten maken. Hij noemt narcistische leiders van staten. Dat zijn dus mensen met een overdreven gevoel van eigenwaarde, een grote behoefte aan bewondering en een gebrek of zelfs ontbreken van inlevingsvermogen. Als zulke mensen ergens aan de macht komen, kan er van alles fout gaan met veel menselijk leed tot gevolg. Uit de moderne geschiedenis kennen wij allemaal de zogenaamde koningen of presidenten van sommige Afrikaanse landen, in feite bendeleiders die zich nietsontziend een weg baanden naar de macht. Mobutu indertijd, Mugabe nog steeds en mijnheer Charles Taylor. Narcisten. Dat zijn de gevaarlijke mensen. Of Poetin, de man die nu al dagen pokert met Oekraïne en de rest van de wereld, ook een narcist is, weet ik niet.

Pinker wijst op nog een ander gevaar waar wij ons meestal niet zo van bewust zijn. Dat is het groepsdenken. Ook hier in Nederland zijn wij nog niet zo ver verwijderd van de tijd dat de groep het individu overheerste. Het ideaal van de mensenrechten, namelijk dat het floreren van de enkeling het hoogste morele goed is, is historisch nog maar heel jong. Veel ouderen, met name vrouwen, weten nog heel goed hoe zij zich moesten aanpassen aan de heersende moraal van de groep en hoe ze afgewezen werden als ze anders waren. Eeuwenlang bestond de wereld uit stammen, religies, naties, klassen en rassen. Die bepaalden wat goed en wat kwaad was. En enkelingen konden gemist worden, zoals cellen in een lichaam gemist kunnen worden. Dat is dus veranderd, maar, zegt Pinker, dat is dus nog lang niet en helemaal niet vanzelfsprekend. Groepsdenken blijft als gevaar aanwezig. Mensen kunnen zich laten opzwepen door de massa en foute leiders. Compromissen worden afgewezen. Alleen het absolute telt. Religie mag wat kosten, ook levens van mensen die het niet met jou eens zijn. Ieder die in de weg staat, is slecht en verdient straf. Strijden voor een in jouw ogen goed doel, mag gewapend zijn. Daarin, in dat denken, schuilen volgens Pinker enorme gevaren voor de wereldsamenleving.

Dankzij het ideaal van de mensenrechten worden individuen niet behandeld als kanonnenvoer of nevenschade. In de wereld zijn veruit de meeste leiders het erover eens dat vrede en veiligheid bevorderd moeten worden en dat alles gedaan moet worden om agressie te voorkomen of in te tomen, zoals nu met Rusland op de Krim. Maar dat is allemaal volgens deze psycholoog niet vanzelfsprekend. Altijd kunnen er mensen opstaan die massa’s mobiliseren met ideeën over wraak en vergelding.

Het was te verwachten van een psycholoog. Het gevaar schuilt in mensen. Dat is zijn conclusie. Het ijs waarop we lopen en dat gevormd wordt door alles waar het in de mensenrechten over gaat, non-discriminatie, bescherming van de mensen die anders en vreemd, eigenheid boven groepscode – dat allemaal is nog steeds dun ijs dat zomaar kan breken. Ik heb, zoals u merkt, dit artikel met gretigheid gelezen en geef het graag aan u door. In tijden van populisme en extremistische aanhangers van religies, is het goed elke keer weer het gesprek met jezelf en met anderen gaande te houden. Het gevaar schuilt in onszelf. Het begint bij gemakzucht en het kan eindigen in tirannie. Ook daarom is het goed dat we begonnen zijn aan de veertig dagen van inkeer, versobering en in geloof ons realiseren hoe diep de Eeuwige God reikt om ons tot de waarheid over onszelf te laten komen. Hoop kan alleen gebaseerd zijn op de realiteit. Dat geldt voor de wereldsamenleving en dat geldt voor het geloof.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Andriessen en het lied ‘Jezus, om uw lijden groot’. Gelezen werd uit 1 Petrus 2: 11-12a. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

 

 

 

Terug naar overzicht…