Goed voor jezelf zorgen

Door Ds. Aart Mak

Ik heb het zo nu en dan. Van die momenten. Dat praat je met een of twee jongere mensen. Generatie dertigers, leeftijd mijn eigen kinderen. Of nog jonger, twintigers, leeftijd van mijn bonuskind. En in een keer kijken die jonge gasten je glazig aan. Ik heb blijkbaar iets gezegd dat nergens op slaat, althans in hun beleving. Ja, dat zeg ik nu wel, maar ik ben er knap verlegen mee, op zulke momenten. Alsof je in twee werelden leeft, ik in de mijne en zij in die van hen. Vroeger dacht ik dat ouder worden vooral te merken was wanneer jongere mensen je met mijnheer aan gingen spreken. Ik was er stiekem trots op dat ik dat vrij lang wist uit te stellen. Maar ook ik ontkwam er niet aan. Het is nu al niet meer anders. Dag mijnheer, wat is er van uw dienst? Maar gelukkig hoor ik nog geen ‘opa’. Nou ja, een keer gebeurd. Een klein jongetje van een jaar, kon net staan, zoontje van een vriendin van Astrid. Ik tilde hem op en hij zei ‘opa’. Eretitel, zei die vriendin, naar mij kijkend. Dat hielp wel. Ze moet gezien hebben dat ik even verstrakte. Maar dat andere, dat ik in de ogen van mensen van 25, 30 jaar jonger lees dat ik blijkbaar uit een andere wereld kom, had ik nooit kunnen bevroeden. En ook niet hoe dat erin hakt bij mij.

En ik had er zo’n hekel aan vroeger. Dan was er weer zo’n schoonvader – ja, ik heb er meerdere gehad – die mij toevoegde dat ik nog te jong was om in te zien wat hij net betoogd had. Of dat ik later nog wel als een blaadje aan de boom zou omdraaien en van mening veranderen. Ik was 17 toen de jaren zeventig begonnen. Achteraf gezien moeten er in die jaren veel oudere mensen hebben rond gelopen die zich in die woelige tijden op kruiend ijs voelden lopen. Ze hielden zich krampachtig vast aan wat ze zeker wisten, hun principes, politieke opvattingen, geloof. En ik was een van die eigenwijze snotneuzen die het beter wisten. Dachten we, dacht ik. Van al die in mijn ogen oude mensen vond ik mijn oma trouwens veruit de leukste. Omdat ze zo lekker eigenwijs was en tegelijk toch goed kon luisteren. We hebben vaak gelachen. Om onszelf. Vertelde ze hoe ze weer eens er iets had uitgeflapt. En hoe ze daar onmiddellijk spijt van had. Dat soort dingen. Sommige oudere mensen zijn niet wijs. Wat een opluchting!

Maar dat het zo hard gaat, de tijd, de jaren van mijn leeftijd. Oud worden is inderdaad soms schrikken. Ik word niet begrepen. Net zo goed als ik zelf soms iets niet snap. Niet meer doorgaan tot diep in de nacht. Niet meer voetballen. Hoewel. Zag ik afgelopen week Sjaak Swart. Zat bij Eva Jinek op de bank. Blakend. Hoe oud is die voormalige rechtsbuiten van Ajax ook alweer? Geboren in 1938, reken maar uit. Wordt dit jaar 77. Zie je wel hoe ik er mee bezig ben, denk ik. Wil ik wel oud worden? Ja, zeg ik tegen iedereen die ik tegenkom. Maar van binnen fluistert er iemand heel hard ‘nee’ in mij. Goed voor jezelf zorgen, zei Sjakie Swart nog. Vooruit dan maar…

Tekst: ‘Ik ben ook zo’n mens, ooit geboren, met dagen die voorbij vliegen en doordrenkt van onrust. Ik ben dus een mens, als een bloemetje, er wel en dan weer niet, als een schaduw die voorbijgaat. Vertel mij, wat mag er zo bijzonder zijn aan die mens?’ (naar Job 14: 1-2)

 

 

Terug naar overzicht…