Geloof

Door Ds. Aart Mak

Na alle dagelijkse begroetingen met ‘de beste wensen’ en ‘gelukkig nieuwjaar!’, is het jaar 2011 dan nu toch echt begonnen. En hoewel ik optimistisch van aard ben en het woord hoop ook bij de bagage van mijn geloof hoort, word ik er niet echt vrolijk van. Eerst maar even de ellende, voor we toe kunnen komen aan de verlossing en dankbaarheid. In het een jaar geleden door een aardbeving verwoeste land Haïti leven honderdduizenden mensen nog steeds in tenten en onder zeildoeken. Naar de helft van de door de rest van de wereld toegezegde hulp moet nog steeds gevraagd worden. In het grote land daarboven, de Verenigde Staten van Amerika, heerst sinds het aantreden van de nieuwe, donkergekleurde president een sfeer die doet denken aan de Middeleeuwse heksenjachten. Rechtse Amerikanen denken dat hun president een moslim is, dat zijn pogingen tot hervorming van wantoestanden communistisch zijn en in het in november herkozen Huis van Afgevaardigden zullen nu twee jaar lang de meest idiote verwijten in plaats van politieke argumenten van dit land een machteloze reus maken. En intussen verovert het onverschillig met mensenrechten omgaande China de wereld, sluipenderwijs, ook sinds kort met voor de radar onzichtbare vliegtuigen.

Intussen is het andere tot voor kort machtige land een hel voor wie anders denkt en doet dan de macht voorschrijft. Russen hebben net als voor de tijd van Gorbatsjov en Jeltsin alle reden naar de fles te grijpen, gezien de ijzeren vuist waarmee het Kremlin weer alle democratische tegenspraak smoort en wars lijkt te zijn van een onafhankelijke rechterlijke macht. De ongekend grote watersnood in Australië, gelukkig een modern welvarend land dat de middelen heeft om daar wat aan te doen, is weer zo’n getuige van het veranderende klimaat, vergelijkbaar met de gigantische overstromingen in Pakistan. In dat laatste land lijkt de geest overigens helemaal uit de fles. Een idiote wet over godslastering wordt door allerlei gewelddadige moslims gebruikt om ieder die een andere mening heeft domweg te vermoorden, zoals een lijfwacht deed met zijn eigen gouverneur van de provincie Punjab. Zelfs ordinaire roddel kan in dat land al leiden tot een gevangenisstraf, zoals het voorval met een christelijke vrouw temidden van moslima’s aantoont. De achterstelling en vervolging van christenen is trouwens wereldwijd groeiende en met name in het Midden-Oosten tekenen zich de contouren van een ramp af, voor leden van de Koptische kerk in Egypte, maar ook voor christenen in Irak, Afghanistan, Saoedi-Arabië en al die door fanatieke, theocratische moslims bedreigde of gedomineerde landen. 

Daarmee vergeleken leven wij in Nederland in een paradijs, behalve als je tegenwoordig weer een café wilt bezoeken en je niet van rook houdt. Ook hier, in dit land, lijken steeds meer mensen op te komen voor hun persoonlijke vrijheid en zich niet te willen laten koeioneren door de overheid. We leven in de tijd van de boze burger die zo vrij wil zijn als een vogel, maar voor wie de overheid tegelijk alles moet doen als dat nodig is... En zo zou ik mijn verhaal van alom om zich heen grijpende ellende nog wel een tijd kunnen voortzetten. Met een beetje geloof erbij, zou ik zelf ook zomaar een boze, altijd kritische burger van Gods koninkrijk kunnen zijn, zo een die Gerard Reve eens de volgende woorden in de mond legde: ‘Gij, Die Koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om, Gij weet waarom het is, ik niet. Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’ Maar ik beloofde u na alle ellende ook wat verlossing en dankbaarheid. Ik geloof in elk geval dat we naast alle onheilsberichten ook oog moeten hebben voor wat goed gaat en wat hoop geeft voor de langere termijn. Elk mensenleven is ook een project, evengoed als wat de hele mensheid doet hier op aarde. Met alle ellende kun je daar diep somber van worden of van de weeromstuit de ogen voor sluiten, maar je kunt ook hier in het welvarende westen meeleven met het lijden van je medemensen, om juist des te beter te zien hoe mensen ook veel voor elkaar betekenen en bouwen aan toekomst. Een frappant voorbeeld vond ik de groep jongeren in het al jaren verdoemde gebied van Gaza die zich nu via Facebook tot de wereld richten met een manifest. Daarin staat o.a.: ‘Wij, de jeugd in Gaza, hebben schoon genoeg van Israël, Hamas, de bezetting, de krenking van mensenrechten en de onverschilligheid van de internationale gemeenschap.’ En ook: ‘Wij willen drie dingen: wij willen vrij zijn. Wij willen een normaal leven kunnen leiden. Wij willen vrede. Is dat te veel gevraagd?’

Het zal deze jongeren wel niet in dank worden afgenomen. Het is politiek niet correct en ze passen niet in het plaatje waarin de energie voortdurend wordt gericht op vijanden. Maar zij voldoen wel aan mijn beeld van echte mensen: ze zijn dapper. Dapperheid, je stem verheffen, je mening laten horen, je angst om gestraft te worden overwinnen, in al die landen die ik genoemd heb, maar ook hier in dit land, beschouw ik steeds vaker als een teken van verlossing. Er zijn mensen die wakker blijven of wakker willen worden, goddank. Mensen die niet over zichzelf klagen samen met alle egoïsten, maar voor anderen, mensen en dieren, in de bres springen. En ontstaat er, juist voor wie durft onderkennen hoeveel er niet goed gaat en hoe vaak er geen enkele sprake is van waarheid en recht, tegelijk niet een wonderlijke ruimte van dankbaarheid? Ze zon breekt door de wolkenflarden heen. Wie de pijn, van zichzelf en zeker van anderen, onder ogen durft zien, wordt ook gevoelig voor allerlei vormen van vreugde, vriendschap, tekenen van vrede, wat wel lukt, wat echt goed gaat. Juist als de woestijn oprukt is er alle reden om met volharding en vertrouwen te zorgen dat er water blijft stromen en de wereld wordt herschapen in een groen, vruchtbaar en leefbaar land. Bij de bagage van het geloof hoort in elk geval het gereedschap om deze hoop nooit te laten varen.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u pianomuziek van Herman Strategier en psalm 48, gezongen door het koor van Cambridge, o.l.v. David Willcocks . Gelezen werd uit Jesaja 30: 18. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

 

Terug naar overzicht…