Legoland

Door Ds. Aart Mak

Niet ver bij ons vandaan ligt in het noorden een koninkrijk. Het is een land, ongeveer even groot als het onze en met lang niet zoveel inwoners. Het land is bekend door zijn sprookjesschrijver en zijn kinderspeelgoed. In de grote oorlog van de vorige eeuw was er een koning die met een jodenster op zijn koninklijke jas de straat opging en zo de bezettende soldaten voor schut zette. En in een van de mooie oude kerken van dat koninkrijk was er in die oorlogstijd toen een dominee die zo dapper en duidelijk sprak dat hij opgepakt werd en gefusilleerd. Maar dit is allemaal al jaren geleden. Want tegenwoordig hebben ze daar een grote politieke partij die bang is voor vreemdelingen en vreemde godsdiensten. Ze houden hun grenzen op een kier en hun regering regeert omdat deze volkspartij dat wil.

Ik heb het dus over Denemarken, de naam van een qua grootte vergelijkbaar land als Nederland. Vijf jaar geleden was daar nog een cartoonist, Kurt Westergaard, die de Islamitische wereld over zich heen kreeg met zijn spotprenten over de profeet Mohammed. Nu is daar Pia Kjaersgaard, de partijleidster van de Volkspartij die gezorgd heeft dat haar partij met afstand de meest effectieve politieke machine in Denemarken is. Jaarlijks demonstreert de Volkspartij hoe dat moet. De partij heeft een veto bij de begrotingsonderhandelingen, want zonder haar steun zou de regering vallen. Ze gebruikt dat niet om enorme verschuivingen te bedingen of bezuinigingen te eisen. Dat laat ze over aan de regering. De Volkspartij eist een paar tactische en goed verkoopbare cadeautjes die van belang zijn voor haar achterban. De bouw van een ziekenhuis in een regio met veel potentiële stemmers. Of een eenmalige cheque voor 65-plussers, die dan met veel fanfare wordt uitgedeeld. Want net als de PVV hier is de Volkspartij op sociaal terrein juist traditioneel links. Tegen verhoging van de AOW naar 67 jaar, voor betere pensioenvoorzieningen. De partij is anti-islam, anti-immigratie, voor hardere straffen, tegen de EU, tegen Turkije in de EU en pro Israël.

Goed. Het is dus niet moeilijk te voorspellen dat we in Nederland in een vergelijkbare politieke situatie terecht zullen komen. Geert Wilders heeft in alle stilte heel goed gekeken naar zijn geestverwanten in Denemarken en gezien het al jaren durende succes daar, zou het mij niet verbazen als het hier de komende acht jaar ook zo toegaat. Twee partijen die getrouwd zijn met elkaar, maar ook met een minnares die hoge eisen stelt en in feite het huwelijk van de twee anderen kan maken of breken. Daarmee zijn we dus ver weg geraakt van elke bevlogenheid of bewogenheid waarom Nederland nog wel eens bekend stond. De dominee in de politiek heeft voortaan niets meer te zeggen nu er de komende vier jaar in het parlement alleen nog gehandeld zal worden in stemmen. De koopman heeft gewonnen. We zijn nog wel van Europa maar niet meer van de wereld: vluchtelingen zullen hier tegen een muur van voorschriften aanlopen en mensen in nood elders krijgen nog mondjesmaat iets toegeworpen uit ons rijke en welvarende land. Het populisme van één partij leidt dus tot opportunisme bij veel andere partijen. Opportunisme is gedrag waarbij men handelt zonder principes of, heel modern, door uitruil van principes. Ga er maar aanstaan!

Nu wordt in Nederland de soep gelukkig nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Nu al zeggen commentatoren dat de scherpe kantjes er bij Wilders af zullen gaan – hij kan namelijk niet anders. Maar kun je van een doornstruik druiven plukken? Het gaat mij niet om deze man persoonlijk maar om het gedachtegoed dat hij uitdraagt en waarvoor hij 1/6 van de kiezers in de maand juni op zijn hand kreeg. Alles waar we ons nog een jaar geleden druk om maakten, de klimaatverandering, de overbevolking, het rekeningrijden, de bio-industrie, de armoede in de wereld, het zijn allemaal thema’s die naar het nu lijkt bij het verre buitenland en een vage toekomst horen. Dit weekend vieren de homo’s in Amsterdam feest, maar ook in die kringen klinken al langer dan vandaag de geluiden op dat de sfeer op straat verandert en de tolerantie jegens mensen die anders zijn of anders doen, niet meer vanzelfsprekend is. De afgelopen zomer voetbalde het Nederlands elftal zoals de Nederlandse maatschappij sluipenderwijs geworden is: hard, defensief en hier en daar zelfs gemeen. Dat voetbal leek niet op de losse, haast vrolijke en, toegegeven ook hier en daar harde stijl van jaren geleden waarmee we overigens ook de finale haalden. Voetbal is maar een spelletje en politiek is maar betrekkelijk, ik geef het onmiddellijk toe. Maar sinds de verkiezingen komt aan het licht wat al langer ondergronds sluimerde en in de reacties op prinses Maxima en haar toespraak over de Nederlandse identiteit al naar voren kwam: de gemiddelde Nederlander is bang voor de toekomst en trekt zich achter zijn dijken terug met een soort zelfgemaakte oranje identiteit. De politiek van nu is daar een echo van en het is, als je nadenkt over wat ons nog op wereldschaal te wachten staat, allemaal begrijpelijk. De overstromingen in Pakistan en de vurige droogte in Rusland zijn in mijn ogen al voorbodes van de enorme problemen die de wereld te wachten staan. Wie zou daar niet bang van worden?

De gefusilleerde Deense dominee zou in zo’n situatie elke zondag preken over de onverenigbaarheid van het christelijk geloof met de tijdgeest. In zijn laatste preek kwam Kaj Munk niet in zijn kerkelijk gewaad maar in een ochtendjas de kerk binnen. In plaats van op de preekstoel te gaan staan, pakte hij een stoel en ging zitten. Hij protesteerde zo tegen enkelen uit zijn gemeente die vrijwillig voor de Duitsers werkten. Hij zei o.a.: ‘Wanneer thans een Deen vrijwillig hulp verleent aan de Duitsers, maakt hij zich schuldig aan verraad. (..) Maar ik zeg dit niet om haat te zaaien. Ik kan niet haten. Want de mensen zijn zo verschillend, ze zijn bezeten door verschillende geesten. Maar de Verlosser heeft ons leren bidden: 'Vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen’.’ Drie dagen later, op 4 januari 1944, werd Kaj Munk door de Gestapo opgepakt en afgevoerd. Rustig beëindigde hij een telefoongesprek, nam hij afscheid van zijn vrouw en kinderen met de woorden ‘Stol paa Gud’ (vertrouw op God) en ging hij mee met de vijf mannen die hem kwamen arresteren. Ik wil maar zeggen: er zijn ook andere voorbeelden uit het noordelijke Legoland om ons aan te spiegelen: opkomen voor wie zich niet verweren kan, dapper zeggen wat je vindt en op God vertrouwen.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Purcell en psalm 121 gezongen worden. Gelezen werd uit Lucas 6: 43-44. Het gebed kwam uit de bundel ‘Bij gelegenheid (II)’ van Sytze de Vries.

 

Terug naar overzicht…