Pasen

Door Ds. Aart Mak

Het is Pasen en weer ben ik mij bewust van het overrompelende, niet te vatten en diep ingrijpende karakter van dit feest. Pasen gaat over de opstanding uit de dood, een vreemd, verwonderlijk gerucht uit een andere wereld. Want pas nog waren we bij een graf en lieten we de kist met de dode zakken onder het prevelen van de klassieke laatste woorden: aarde tot aarde, stof tot stof. Of onlangs nog schreven we een in memoriam voor iemand die we onverhoopt maar noodgedwongen voor altijd niet meer naast ons liggend of lopend zullen aantreffen. Pasen gaat over de dood die als een grimmig, alles verslindend monster voor een keer zijn prooi prijs geeft. Het is werkelijk niet te geloven. Ergens, ooit, aan het einde van een nacht, toen nog maar net een eerste straal van de opkomende zon het duister enigszins deed wijken, gebeurde er iets dat de mensen die nadien kwamen alleen maar met verbijstering en verbazing konden waarnemen. Er klopt iets niet, er klopt iets fundamenteel niet. Alsof er zich nog een wereld bevindt onder de donkere grond of achter rots waar we het dode lichaam hebben achtergelaten, met bloemen, linten en allerlei andere betuigingen van liefde. Alsof we ergens in een theater waren, we keken naar het toneel en we dachten dat we het stuk begrepen, overzicht hadden en ineens, nog sneller blijkbaar dan wij met onze ogen kunnen knipperen, is het toneel groter en weidser geworden. De belichting is veranderd. Alsof we daarvoor in het donker zaten, terwijl we zo-even toch dachten dat we alles goed zagen.

Het is Pasen en in alle voor eeuwig littekens achterlatende rouw van geliefden die zonder elkaar verder moeten, in het hartverscheurend zielsverdriet van ouders die tot hun eigen dood zullen blijven zoeken naar hun kind, in de smart van de overlevenden van Sobibor, Srebrenica en ook van Apeldoorn en Alphen aan de Rijn, is dit feest het laatste waar je aan denkt, maar het eerste dat gevierd moet worden. De dood bestaat niet zoals wij denken dat hij logischerwijs bestaat. Aan alles komt een eind, zeggen we dan. En we zeggen ook dat de enige zekerheid is dat wij allemaal doodgaan. En we noemen hen magere Hein, de Man met de zeis, de grote Slokop of zelfs Pierlala. Want als er voor mensen iets voorstelbaar is, is het de dood. En toch klopt het niet. Wij maken ons een voorstelling, maar het decor is groter en weidser. Dat is waar Pasen over gaat. Het moeten er toen meer dan vijfhonderd geweest zijn, schrijft Paulus in een van zijn brieven, meer dan vijfhonderd broeders en zusters die degene die aan de dood ontsnapte, hebben gezien. En hoezeer deze verschijning door wonden was getekend, hij zag er niet uit als een ontsnapte gevangene, schichtig, nog steeds op de vlucht. Hij diende zich aan als een vorst,  soeverein aanwezig, een overwinnaar, iemand die een strijd op leven en dood had gewonnen. Dit was en is zo onvoorstelbaar dat wij hier eeuwen later nog steeds niet goed mee overweg kunnen. Misschien wel minder dan ooit in onze door wetenschappelijke kennis en technische kunde naar het lijkt steeds meer overzichtelijke wereld. Wij weten zoveel en wat we niet weten, bestaat niet of moet zijn bestaansrecht maar bewijzen. Geloof bestaat in die wereld van ons wel, zelfs in allerlei vormen en varianten, maar van enige betekenis mag het niet zijn. Liever kiezen de meesten van ons voor het zogenaamd alles verlichtende verstand dan voor de religie met haar onbekende afkomst en helaas ook duistere kanten van religieus gefundeerd geweld en bloeddorstig fanatisme.

Maar daarom koester ik juist dit verhaal over Pasen. Het is de beste vorm van wishful thinking. Dat is omdat dit onmogelijk lijkende verhaal verder gaat dan onze mogelijkheden. Als onze mogelijkheden zijn uitgeput en er niets meer gedaan kan worden, is er alleen nog maar overgave. De laatste snik, de laatste adem, met al dan niet laatste woorden als ‘Mon Dieu, ayez pitié de moi et de ton pauvre peuple’. En dan blijkt de dood een weliswaar donkere ruimte te zijn, maar wel een waar ergens licht brandt. En in dat licht ontwaren wij een weg. En voor we denken dat we zelf moeten lopen, worden we zacht aangeraakt en als het ware gedragen naar dat licht toe. En hoe meer we dat licht naderen, hoe sterker het schijnt. Het lijkt eerst nog een kleine opening te zijn. Maar als we dichterbij komen, merken we dat die opening zo groot is dat wij erdoorheen kunnen. En als we als vanzelf er doorheen zweven - er is geen beter woord, komen wij in een nieuwe, vreemde wereld. En toch, bij nader inzien, ook weer niet volslagen vreemd. Het is dezelfde wereld als die wij verlieten, maar anders, in een ander licht, met een ruimte achter de ruimte, groter en weidser, met dimensies die we eerst niet waarnamen, met een helderheid waarin alles blootligt, met een eigenheid die we ons nog vaag herinneren uit de tijd dat we kind waren en we alles woordeloos begrepen, als in een droom waarin geen duister dreigen meer bestaat of angst te vallen en te vallen zonder ooit opgevangen te worden.

Dat is Pasen. En misschien helpt het haast niet te bevatten besef van de opstanding uit de dood, ook om het bestaan in deze wereld, ons leven tussen geboorte en dood, anders te zien. Dat is een kunst op zich. Levenskunst. Geloofswijsheid. Want terwijl onze nieuwsmedia ons alle geweldsincidenten uitgebreid voorschotelen, wij telkens weer daardoor  opschrikken en bepaalde politici ook nog eens inspelen op onze diepste angsten, zouden we van de weeromstuit gaan denken dat de dreiging, de ellende in welke vorm dan ook en de achteruitgang van alles alleen maar toenemen. Het tegendeel blijkt het geval te zijn. De mensheid is van een cultuur van de eer, de bereidheid om wraak te nemen, toch onderweg naar een cultuur van waardigheid, de bereidheid om je emoties in bedwang te houden. Beschaving is leren je impulsen te beheersen, te bedenken wat de gevolgen zijn van je daden en rekening te houden met de gevoelens van anderen. En dat nu lijkt toch een stijgende lijn in de geschiedenis te zijn, als je tenminste alles erop nazoekt, zoals de psycholoog Steven Pinker onlangs gedaan heeft. Dit lijkt haast even onvoorstelbaar voor onze zo gemakkelijk door angst bevangen geest te zijn. Maar Pasen is het zachte, haast onhoorbare signaal dat de dood slechts tijdelijk is. Dan zou het kunnen dat wie dit gelooft, hierin de allerbeste reden vindt om zijn angst af te leggen en aan het leven hier alle aandacht en liefde te besteden die mensen kunnen opbrengen met elkaar. Zo doende wordt elk mens dat waardige wezen dat soeverein en barmhartig is, als een vorst die meer ziet en weet over de dood en over het leven. Ook dat lijkt mij Pasen.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u een Intrada van Willem Vogel en ‘Daar juicht een toon’, een van de bekende Paasliederen. Gelezen werd uit 1 Korinte 15: 3-8 (fragm.). Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…