Doop

Door Ds. Aart Mak

Op deze zondag, de vierde Advent, zal in heel veel kerken het verhaal van de geboorte van Johannes centraal staan. U weet wel, Johannes was de man die leefde in de woestijn, met een moeder die al oud was toen zij zwanger werd van hem en een vader, Zacharias, die met stomheid geslagen werd toen hij geen geloof hechtte aan de woorden van de engel Gabriël. Aan zijn zoon Johannes de Doper worden later in het evangelie mooie woorden gewijd en tegelijk druipt de tragiek ervan af. Zowel Johannes als zijn verre verwant en opvolger Jezus waren welbespraakt, trokken massa's mensen en hadden allebei leerlingen. Beiden voelden zich verwant met de boodschap van de kloostergemeenschap van Qumran. Ze beoogden allebei een religieus reveil en waren overtuigd van het naderende einde der tijden. Maar waar Johannes onthoofd werd in de gevangenis van Herodes en Jezus buiten de muren van Jeruzalem werd geëxecuteerd aan een kruis, gebeurde er met de eerste verder niets en ontstond er later rond de tweede een wereldwijde beweging.

De latere kerk heeft van Johannes een laatste vertegenwoordiger van het Oude Testament gemaakt en hem de zware rol gegeven van de heraut die iemand moest aankondigen van wie hij het niet waard was de schoenveters te strikken. Dat oordeel keert Jezus later weer om als hij van Johannes zegt dat hij de grootste mens is ooit. Maar Johannes was niet alleen degene die naar zijn opvolger wees. Denk aan het beroemde Isenheimer Altaar in Colmar waarop Johannes met zijn vinger priemt naar het kruis met de lijdende Jezus en zijn uitspraak: 'zie het lam Gods.' Johannes had ook een eigen ethiek en vormde een eigen beweging waarin de doop in de rivier de Jordaan de markering was tussen het oude en nieuwe leven. Die doop is trouwens voor het latere christendom typerend geworden. Jezus liet zich om te beginnen dopen door Johannes en daarna heeft het prille christendom besloten mensen niet via een besnijdenis maar via de doop in te lijven. En dat brengt mij bij het heden. Over Johannes zal ik zo in de dienst van 10 uur waarin ik een kindje mag dopen, meer zeggen. Hier wil ik even wat hardop mijmeren over de doop. Generaties christenen hebben de doop als iets vanzelfsprekends ervaren. Het enige grote en blijvende verschil van mening was de kinderdoop. Waarom zou je die onnozele schapen die nog geen woord kunnen uitbrengen, al dopen? Omdat je als ouders daarmee tot uitdrukking wil brengen dat ook die kinderen bij het verbond van God horen. Moest u mijn vader daarover horen. Voor hem was de doop pas de bezegeling van de geboorte. Andere christenen, doopsgezinden, baptisten, allerlei Pinkstergroepen en ook de Zevendedagsadventisten hanteren de volwassendoop. Maar de doop is er altijd geweest, sinds Johannes de Doper.

Nu praat ik nogal eens met jonge mensen die zomaar even uit het moderne, drukke leven zijn weggestapt. Zij zijn vader en moeder geworden en de vraag is of hun kindje ook gedoopt zal worden. U begrijpt waarschijnlijk dat traditionele antwoorden dan niet volstaan. Want de doop is van een soort kerkelijke toegangsbewijs een geboorterite geworden. We leven in een tijd dat mensen, zonder zich te binden aan een gemeenschap of vast te leggen op één traditie, wel stil willen staan bij de grote momenten van het leven. en dan is er dus de geboorte. Het begint bij de gevoelens van vreugde en verwondering. Het zal je maar gebeuren dat je een kind krijgt! Veel ouders ervaren dat als een wonder, zeker ook als het kindje gezond is. Aan die vreugde en verwondering willen ze op een of andere wijze uitdrukking geven. Het bij hen geboren kind doet hen beseffen dat het leven een geschenk is. Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is. Vervolgens komt het gevoel van verantwoordelijkheid. Want ga er maar aan staan, een kind in je huis ontvangen is een, een kind opvoeden is twee en een kind als een volwassen mens aan de wereld laten meebouwen is drie. Dat kan benauwen en het besef is daar dat het ouderschap een bijzondere verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Ook daarin zoekt men naar woorden. Niemand wil dan zoiets zeggen als: 'Dat doen we wel even.' Het wordt ervaren als een belofte aan elkaar en aan je kind en daar moeten getuigen bij zijn, eigen ouders, familie, vrienden en buren. En dan, is mijn ervaring - anders zou ik er ook niet bij betrokken worden -, komt het kleine woord god ter sprake.

Maar wie of wat is God? En is God ook buiten de kerk te vinden? Ja, natuurlijk. Want God is groot en klein tegelijk, alles en een, geest en persoonlijk, kortom: wat zullen we zeggen? Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is en dat van dit geheimenis, god het begin en einde is. Zoiets?, vraag ik dan. Ja zoiets, zeggen de ouders dan. Maar ben ik dan zelf wel christelijk genoeg om mijn kind te laten dopen?, vraagt een vader van een pasgeboren kind. Goeie vraag. We kunnen natuurlijk dopen als was het een ritueel waarin we erkennen dat het leven uit het vruchtwater tevoorschijn komt en dat ook dit kindje een mensje is dat als een vis op het droge mag worden getrokken. Maar het christendom heeft er nog iets meer van gemaakt. En dat is weer Johannes de Doper. Dopen heeft ook met de erkenning van een leven met stijl te maken. Dat uit zich in die grote naam die verbonden wordt met de naam van dat kind, de Drie-enige God, de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Dat betekent - zo probeer ik het uit te leggen, dat je bereid bent je hoofd te buigen voor God die je te boven gaat. Het betekent dat je met eerbied voor alle medemensen leeft want in ieder van hen houdt Jezus zich verborgen. En het betekent dat je zelf niet als een sloom onverschillig mens maar als een begeesterd, door God bezield iemand wilt leven. Vul zelf verder maar in. Het is in mijn ogen langzamerhand een soort christendom te velde geworden. Het instituut kerk speelt als drager van een traditie nog steeds een rol. Maar vaak staan we erbuiten, letterlijk of figuurlijk, en mengen we het dagelijkse leven met z'n hoogte- en dieptepunten met wat we als de kern van Jezus' boodschap zien.

En zo wordt er dan meestal gedoopt, nog steeds, zelfs in 2009 en naar ik stellig verwacht ook in 2010. Nu ik erover nadenk heeft die wat ruimer en moderner geformuleerde betekenis van de doop nog steeds met Johannes te maken. Zomaar, ergens, in de wildernis van het leven, een doop als teken van een je bewust zijn van wie je bent en wilt zijn als mens. En net als Johannes kijken we nog steeds, met al onze twijfels, wat vreemd naar die zogeheten Messias. Is hij het ultieme kind van God of moeten wij toch een ander verwachten? Zo briljant staat de wereld er toch niet voor? Dat vroeg die arme Johannes in de gevangenis. Moet u zo meteen horen wat Jezus hem toen antwoordde: 'Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt.'

Met muziek van Grieg en Rachmaninoff. Verder hoorde u Dirk Out in de Martinikerk in Bolsward die improviseerde op de melodie van gezang 301 (Wij moeten Gode zingen). Gelezen werd uit Matteüs 11: 4-6. Het gebed kwam uit de bundel 'Zeggen & Zwijgen' van o.a. Marcel Barnard.

Terug naar overzicht…