Leven

Door Ds. Aart Mak

In Parijs viel een kind van nog geen anderhalf jaar oud ergens uit een raam van een appartement op de 7e verdieping. Een voorbijganger die het zag gebeuren, rende toe, zag dat het jongetje neerkwam op een van de zonneschermen van een café op de benedenverdieping, bleef rennen met zijn armen gestrekt vooruit en wist het kind in die armen op te vangen toen het van het zonnescherm dat als een de val brekende trampoline werkte, weer even omhoog veerde en alsnog op straat zou storten. Toen ik het bericht hoorde en later las, moest ik even denken aan mijn vader die mij op ongeveer dezelfde leeftijd ooit met een snelle greep omhoog tilde uit het water dat zich al om mij heen gesloten had.

In Wenen zagen twee vuilnismannen een hand uitsteken boven het vuil dat ze zo-even achter in de grote ronkende vuilophaalwagen hadden gestort. De grote schuiven die de troep zouden samenpersen bewogen al. Zo snel als ze konden drukten ze de rode knop in waardoor alles werd stilgezet en wat bleek? De hand behoorde toe aan iemand die dronken de nacht in een vuilcontainer had doorgebracht, daar gedumpt door onverschillige grappenmakers. Verhalen als deze waarvan je er elke week wel een aantal tegenkomt in het nieuws, maken altijd grote indruk. Het redden van mensen, soms ternauwernood, maakt ons allemaal bewust van de kwetsbaarheid van het leven en we voelen hoe wezenlijk het bij het menszijn behoort om elkaar te redden. Het was het inzicht van Albert Schweitzer die op de brede Ogowe rivier in Afrika ineens besefte dat hij wil leven temidden van ander leven dat ook wil leven. Deze simpele gedachte werd de basis van zijn filosofie over de eerbied voor het leven.

Het is november. Een maand die zo ongeveer begint met Allerzielen van de Rooms-katholieken en eindigt met de dodenherdenking bij de protestanten. De dood is in dit jaargetij dichterbij dan ooit. Velen nemen op allerlei manieren even de tijd en steken kaarsen aan of zenden gebeden op om zichzelf en hun doden niet in de leegte te laten bestaan. Religie is de oeroude behoefte van de mens om zich te verbinden met het onzegbare en onzichtbare. Het zal toch niet waar zijn dat met de dood het laatste over iemand gezegd moet worden? Wij tasten in het donker van de dood en zoeken naar woorden die ons verdriet recht doen en wie weet is er enige hoop. De georganiseerde godsdiensten weten hier wel raad mee. Maar juist nu betrap ik mij op een protest tegen al die officieel door hun God gelegitimeerde wachters bij de dood. Laten zij diezelfde eerbied ook eens toepassen op het leven en ieder mens dat wil leven temidden van ander leven dat wil leven! Wij weten nog steeds niet of in het theocratisch geregeerde Iran mevrouw Sakineh Ashtiani, die veroordeeld werd tot de doodstraf door steniging, nog leeft of al geëxecuteerd is. In het buurland Irak werden tientallen kerkgangers beestachtig vermoord door moslimextremisten, let wel, die extremisten zijn mensen die menen een God welgevallig heilig doel te dienen. De woordvoerder van de aartsbisschop van België, Jürgen Mettepenningen, heeft met onmiddellijke ingang zijn baan opgezegd omdat hij na drie maanden werken voor zijn baas, aartsbisschop André Léonard, tot de conclusie kwam dat deze prelaat zich gedraagt als een spookrijder die denkt dat alle anderen fout zijn. Opnieuw: let wel, de grote wereldkerk, geleid vanuit Rome, hanteert geen extremistisch geweld, maar knevelt en vernedert voortdurend allerlei mensen die anders zijn en anders doen dan de blijkbaar heilige Roomse leer voorschrijft.

Waarom staan zoveel godsdiensten zo vijandig tegenover het leven? Willen ze dan geen mensen redden? Natuurlijk wel, graag zelfs, maar wel op hun eigen voorwaarden. Net zoals de boze rechtse christenen die in Noord-Amerika Obama vorige week de handboeien hebben omgedaan, zijn veel aanhangers van een godsdienst overtuigd van hun heilige gelijk, ervaren zij andersdenkenden als bedreigend en moeten ze blijkbaar in woord en soms daad wraak nemen op hun goddeloze medemensen. Het is te erg voor woorden. Eenentwintigste eeuw! En toen kwam de bescheiden Protestantse Kerk in Nederland met een nota over de Islam met daarin verwoord hoe als christenen om te gaan met moslims. De islamnota, geschreven door Bernhard Reitsma, moet nog behandeld worden door de synode - komende week gebeurt dat, maar het gonsde de afgelopen week al van de protesten en kanttekeningen. Ook in die nota gaat het weer over mensen redden. Het wordt daar wat chiquer geformuleerd: het christendom is een missionaire religie. Wij hebben een woord voor de wereld. Wij zijn er niet voor onszelf maar voor anderen. De Islam trouwens ook. En aangezien er toch wel enige verschillen zijn, diepgaander dan je misschien zou denken, kun je, als je als christenen en moslims bij elkaar zit, niet zomaar doen of je neus bloedt en samen tot God bidden. Want Allah en God, dat is ook niet zomaar hetzelfde. Aldus de nota.

Het vermoeiende van dit hele verhaal is dat er weer twee werelden worden gecreëerd. Wij tegenover de moslims. Net zoals de joden en wij. Ik vind het uitstekend dat theologisch theoretisch de verschillen worden benoemd. Maar dan moet je toch vervolgens onmiddellijk zeggen dat we leven in één wereld waarin niemand mag doen alsof hij het weet? Inspiratie is prima, rituelen zelfs noodzakelijk, maar een volgeling van Jezus en een moslim die gehoorzaam wil zijn aan de profeet, ontmoeten elkaar toch in het dagelijkse leven? Laten ze zelf uitmaken wat hen bindt of scheidt. Laten ze ook samen bidden of debatteren. Maar waar het om gaat is toch het redden van mensen? Zoals die voorbijganger in Parijs impulsief deed toen hij dat kind uit de lucht zag vallen? Of die vuilnismannen in Wenen onmiddellijk reageerden op de uitgestoken hand in het vuilnis? Daar, op straat, vallen toch de beslissingen voor of tegen het leven? Alleen wereldvreemde oude mannen met teveel macht kunnen verzinnen dat zij in naam van hun God of hun goddelijke wetboek mogen beslissen over dood en leven. Laten er alsjeblieft vaker kinderen uit de lucht vallen. Ook zonder het verhaal van het in Bethlehem omlaag gevallen kind snapt ieder normaal mens wel wat er dan moet gebeuren. Rennen, armen gestrekt vooruit, handen uit de mouwen!

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u Tabuh-Tabuhan van Colin McPhee (fragment) en het Lied van de Vrede, comp.: Willem Vogel. Gelezen werd uit Markus 3: 1-4. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

 

 



 

Terug naar overzicht…