Genadeloosheid

Door Ds. Aart Mak

De afgelopen week was het weer raak. Elke keer dat Islamitische Staat (IS) een stad of een dorp verovert, verschijnen er nieuwe gruwelvideo's op het internet. Honderden mannen, vaak Irakese soldaten of mensen met een ander geloof die zich niet tot de islam willen bekeren, worden in rijen naast elkaar gelegd en één voor één doodgeschoten. Voor zover bekend, heeft niemand dit overleefd. Behalve ene Ali Hussein Kadhim, die deze week vertelde hoe de kogel die voor hem bestemd was, hem schampte, hij nog uren bleef liggen tot het donker was, ontsnapte, na twee dagen zwerven toch maar ergens aanklopte, ontdekte dat er ook goede mensen waren en uiteindelijk dankzij een Soennitisch stamhoofd definitief ontkwam uit het vijandelijke gebied en nu weer bij zijn familie in het zuiden van Irak is. Het verhaal deed mij, los van de kogel, sterk denken aan een bijbels verhaal, over David en hoe hij vluchtte voor Saul. Ineens realiseerde ik me in wat voor een veilige zone in deze wereld ik woon. Ik ken, dankzij diezelfde Bijbel, van kinds af aan allerlei verhalen over gevaar en ontsnapping, over oorlogen en soms wonderbaarlijke reddingen, maar ik had in mijn volwassen onnozelheid gedacht dat dit allemaal tot een oud verleden hoorde. Ik leefde met mijn ouders, generatiegenoten en later geboren kinderen in een andere wereld.

Niet dus. Ik vermoed dat deze illusie van veiligheid en definitieve beschaving ook de oorzaak is dat de meeste Europeanen (en daar hoor ik ook bij) knap nerveus worden van al die Afrikaanse vluchtelingen die in hun wrakke bootjes de Middellandse Zee oversteken, in hun verlangen te ontsnappen aan de honger, de armoede en het totale ontbreken van een beschermende overheid. Halbe Zijlstra, de fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, zei de afgelopen dagen dat Nederland maar de grenzen moet sluiten als Europa dat niet doet. Hoe onrustig ik ook word van die groeiende vluchtelingenstromen, dit sneed mij door de ziel. Ook hier moest ik denken aan die oude verhalen uit de Bijbel, verhalen die vaak juist gaan over gastvrijheid en vooral over vreemdelingen herbergen omdat je zelf uit je verleden weet wat het is om vreemdeling te zijn. Merkwaardig toch, bedacht ik, hoe in tijden waarin politici het woord crisis vaak in de mond nemen en er zichtbaar allerlei spanningen ontstaan in onze samenleving, ineens die oude verhalen zich in mijn geest aandienen. Alsof ze niet geschreven zijn voor betere maar juist voor slechtere tijden.

Nog zoiets. Dinsdagavond jongstleden werd door de beulen van Islamitische Staat een video vrijgegeven waarin de onthoofding van Steven Sotloff te zien is. De familie die, toen deze Amerikaanse journalist nog leefde, een heftig en emotioneel beroep had gedaan op Abu Bakr al-Baghdadi, de leider van IS, om die jongen in leven te laten, richtte een paar dagen later opnieuw het woord tot deze zogenaamde kalief. De familie vroeg hem om in te staan voor de zonde die hij had begaan. 'Ik heb een boodschap voor Abu Bakr al-Baghdadi', zei Barak Barfi, de woordvoerder van de familie, in het Arabisch tegen verslaggevers. 'Waar is je genade?' Barfi citeerde uit de Koran en vroeg waarom de leider van IS de geboden heeft overtreden. 'Ik sta hier in vrede voor je. Ik heb geen zwaard in mijn handen en ben klaar voor je antwoord.'
Indrukwekkende woorden die niet ongedaan kunnen maken wat gebeurd is, maar wel in de lucht blijven hangen, als oude psalmwoorden, eindeloos herhaald. Daar moest ik dus aan denken. Weer opende het oude Boek zich en werd ik er als vanzelf aan herinnerd aan hoe vaak deze oproep daar klinkt. De roep om recht, gericht tot de vijand en soms zelfs tot de Eeuwige: ‘Kom tevoorschijn en laat me weten waarom dit moest gebeuren. Verantwoord je! Geef mij antwoord, doe mij recht!’ We leven, zou je haast zeggen, in Bijbelse tijden.

Ik had het nog een keer. Wonderlijke week. Dat was toen ik las over Sicco Mansholt. Dat was de man die vanaf zijn boerderij in de Wieringermeer transporten voor voedselvoorziening aan onderduikers regelde. Meteen na de oorlog werd hij minister van voedselvoorziening. Zorg dat Nederland te eten heeft, was zijn opdracht. Later werd hij de eerste Nederlandse eurocommissaris. Het hele landbouwbeleid van de gezamenlijke Europese markt, later de EEG, later de EU, was grotendeels zijn werk. Opnieuw werd hij gedreven door het diepe verlangen dat er nooit meer oorlog en nooit meer honger zou zijn, de drijfveren van zoveel mensen van zijn generatie die aan de basis stonden van het moderne Europa. Maar wat gebeurde er? De markt ging regeren. Het grote geld greep de macht. Boter- en vleesbergen ontstonden, een kaalslag van het landschap vond plaats en dan was er de uitputting van de grond. Denk aan het rapport van de Club van Rome. Sicco Mansholt probeerde de koers van het uit de hand gelopen beleid te veranderen. Hij werd erom verguisd. Zijn naaste medewerker schreef hem een verschrikkelijke brief. Hij trok zich terug op een boerderij. Over hem gaat nu een reizende voorstelling. Zijn leven laat zich beschrijven als een Griekse tragedie, zei de regisseur. Dat zal ongetwijfeld waar zijn. Maar ik dacht aan Jeremia, die profeet uit de Bijbel dus en hoe hij zich genoodzaakt zag dingen te zeggen die bij zijn tijdgenoten niet in goede aarde vielen. Maar hij kon niet anders. De waarheid, ja, die moest gezegd worden.

Wat bij mij het meeste bleef hangen? Het woord genade. Ook zo’n Bijbels woord. Er gaat een wereld achter schuil en het kan, mits omarmd door mensen, een wereld openen. Mensen kunnen genadeloos zijn. Abu Bakr al-Baghdadi, waar is je genade? Hardheid en onverschilligheid verduisteren de geest. Machtswellust ongetwijfeld ook. En de angst natuurlijk er zelf slechter van te worden. Er moet soms heel wat gebeuren wil een mens bekeerd worden tot genade. Maar het lijkt de deur naar de hemel op aarde. Vergevingsgezindheid. Mededogen. Ontferming. Genade is het begin van leven. Het is het eerste woord dat bij het noemen van de naam van God opkomt, in alle drie de monotheïstische godsdiensten. Als genade ontbreekt, ontbreekt ten enenmale God. Hadden we dat ooit niet met pijn en moeite ontdekt en afgesproken dat we dat zouden onthouden?

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Marco Enrico Bossi en het lied ‘Zonder maat is Gods erbarmen’. Gelezen werd uit Psalm 103 (8-15). Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

 

 

Terug naar overzicht…