Opruimwoede

Door Ds. Aart Mak

Ik kan een merkwaardig genoegen beleven aan opruimen. Spullen die veel te lang al ongebruikt op zolder staan, dat in de wintermaanden met allerlei weg-is-weg dingen volgepropte schuurtje, stapels boeken en tijdschriften op mijn werkkamer waar ik alsmaar niet aan toe kwam om die te lezen, laat mij m’n gang maar gaan! Ik doe op een mooie dag als een van de afgelopen dagen mijn oude kleren aan en trek fluitend ten strijde. En als ik dan een halve dag de tuin aan kant heb gemaakt (de tuin is nou ook weer niet zo groot dat ik een hele dag nodig heb), loop ik ’s avonds bij het donker worden naar buiten om alleen maar ervan te genieten hoe opgeruimd en schoon alles er bij ligt of staat. En wat een genoegen is het om met een auto vol afgedankte spullen naar het Milieuplein te rijden en daar mijn afval netjes weg te sorteren. Weg is weg, heerlijk. Alles weer schoon, opnieuw beginnen. Hoe leger, hoe beter! Vroeger nooit gedacht dat ik zo’n prettig voelende opruimwoede in mij had. Zoals veel theologen verzamelde ik alles wat bedrukt is en waarvan ik dacht dat het nog wel eens van pas kon komen. En ik vond het jarenlang burgerlijk of misschien wel een beetje beneden mijn stand om mij daarmee bezig te houden: schoonmaken, opruimen, weggooien, en hield mij dan voor dat er wel belangrijker dingen in het leven waren.

Maar wat ik doe met mijn handen is altijd goed voor mijn geest. Bekende boekenwijsheid maar het is nog waar ook. Als ik alleen maar in mijn hoofd aan het werk ben, ga ik denken dat de wereld is zoals die zich voordoet in mijn hoofd. Niet dus, er zijn ook pissebedden, spinnenwebben, er is stof, heel veel stof en ik heb warempel een huid die ik kan schrammen, die vieze vegen oploopt en natuurlijk kan zweten. Altijd goed om weer te weten dat er meer is dan alleen mijn eigen hersenspinsels. Schoonmaken is eigenlijk ook lucht blazen door alle draden van het web van mijn gedachten. Ik knap ervan op, slaap er beter door en loop minder te zweven. Maar het opruimen van spullen is het allerfijnste. Loslaten, zeggen ze dan in menige therapie. Nou, begin maar eens met het wegdoen van spullen die je nooit meer gebruikt maar waarvan je denkt dat die nog wel eens van pas kunnen komen. Als je dat kunt, kun je meer. Ruimte maken is ruimte krijgen. Niet meer denken aan wat je nog had moeten doen, maar nieuwsgierig worden naar wat er kan gebeuren. Ja, dat roept het opruimen van spullen bij mij op.

Ik kom wel eens in huizen die helemaal vol staan. Een en al spullen, volle kasten, stapels op de grond, briefjes her en der. Vol van het verleden en vol met wat nog moet gebeuren. Een groot verdriet kan de reden zijn dat alles is gebleven waar het al was en dat het huis alsmaar voller werd. Of een angst dat iets onvindbaar blijkt te zijn als je het zoekt. Achter dat iets zit vaak een afwezig iemand. Ieder mens kent het voorbeeld van de weduwe die in tien jaar de kamer van haar man, inclusief zijn kleren, onaangeroerd heeft gelaten. Alles is nog precies zoals het was. De tijd stil gezet. Bewaren wat je ooit had. Dit heeft trekken van een tragedie, je krijgt namelijk waar je zo bang voor bent: de dood die het leven beheerst. Hoe dat zij, het opruimen van het huis van je overleden ouders is inderdaad een afscheid van niet alleen spullen met alle herinneringen die daaraan kleven, maar ook een afscheid van een deel van je eigen leven. Maar dat kind dat je ooit was, ben je al lang niet meer. Het speelgoed is nu voor anderen. Het ouderlijk huis ook. Dat is blijkbaar leven. Alles gaat voorbij. Is dit het geheim van mensen met een opgeruimd karakter, dat ze dat aanvaarden?

Ik zal u zeggen – het kan niet anders op een zondag als deze, pal na donderdag hemelvaart – dat het hierover ook gaat bij het weggaan van Jezus. Ook hij is een voorbijganger. Hemelvaart is een voor moderne oren verwarrend woord. Het woord ‘hemel’ roept allerlei misverstanden en afleidende gedachten op. Het gaat om niets anders dan de beweging die bij het leven hoort. De een komt, de ander gaat. Blijven hangen aan iemand leidt niet tot volwassenheid. Een fase in je leven blijven koesteren helpt niet om iets nieuws te leren. Wat zeer doet is dat je sommige mensen nooit vergeet en nooit wilt vergeten. Daarom geef ik het een gerede kans dat er een hemel is waar je elkaar opnieuw zult ontmoeten. Maar de liefde is als de wind, je kunt haar niet vangen, je hebt die te ondergaan, ze komt en ze gaat. En daarom vind ik opruimen zo fijn. Opruimen is ruimte maken. Ruimte maken voor leven dat zich opnieuw aandient en waar ik zelf, zolang ik adem haal, een levend deel van ben.

 

Terug naar overzicht…