Tunnelvisie

Door Ds. Aart Mak

In deze zondagse column ben ik eigenlijk nooit met u het gesprek aangegaan over Israël. Israël is namelijk een heikel onderwerp. Een moeras waar je al gauw in wegzinkt. Voor- en tegenstanders melden zich onmiddellijk. Geloof en politieke visie lopen wars door elkaar heen. Christenen voor Israël staan al gauw lijnrecht tegenover de vrienden van Sabeel. Realpolitieke argumenten mengen zich met hartstochtelijke geloofsovertuigingen. Mensen die er geweest zijn, in Jeruzalem, bij het graf of de Klaagmuur, zijn diep onder de indruk en begrijpen niets van degenen die zeggen dat ze er niet over piekeren daar ooit naar toe te gaan. De romantiek van het geloof verdraagt zich blijkbaar niet bij iedereen met de werkelijkheid van patrouilles, een muur en vooral een gesegregeerde samenleving.

Ooit was ik, in de jaren ’70 een zestal weken in Zuid-Afrika en in Namibië. Ik was diep onder de indruk van het besef in Afrika te zijn. Afrika is het moedercontinent. Alles is daar zo anders dan in de aangeslibde en omdijkte rivierendelta die Nederland heet. Maar ik heb gegruwd van wat ik zag aan apartheid, vernedering en vervreemding. Ik sprak met zwarte theologen over de leefomstandigheden, ook met een priester over martelingen in de kelders van de blanke veiligheidsdienst. Ik zag de grimmige maar ook angstige gezichten van de militairen die hun plicht moesten doen. Ik bezocht verre familie van mij en hoorde een uitgebreide, christelijk gefundeerde verdediging aan van de noodzaak tot apartheid en een lofrede op het toenmalige regiem van Botha. Ik proefde bij hen en andere blanken die ik ontmoette grote boosheid over de wereld buiten en met name over de christenen in Nederland die hun standpunt maar niet wilden begrijpen.

Ik heb toen, thuisgekomen en alles verwerkend in een eenmalig magazine, besloten dat ik nooit meer in zo’n samenleving wil rondlopen. Ik ben geen journalist. Dat zou een goede reden kunnen zijn. En in zo’n land wil ik geen toerist zijn. Alles wat ik hoor van Israël doet mij al jaren en steeds sterker denken aan het Zuid-Afrika van de apartheid. Het is nog niet zo lang geleden dat een van de vroegere premiers van Nederland, Dries van Agt, zijn ommekeer bekend maakte en anders dan hij in zijn officiële functie deed of kon doen, grote afkeer uitte over de politiek van Israël en het onrecht dat het volk van de Palestijnen werd en wordt aangedaan. Wie geen tijd heeft zijn boek te lezen, kon de afgelopen donderdag in Trouw een interview lezen met Daoud Nasser, een Palestijnse christen. Zijn verhaal is om meerdere  redenen aangrijpend. Hij lijkt een van die mensen te zijn die het grote vermogen hebben niet mee te gaan in het vijanddenken. Hij vecht tegen de haat die overal om hem heen opvlamt, bij voortduring. Hij zit tussen twee vuren in. Enerzijds de joodse overheid die maar blijft doorbulldozeren, muren bouwt, olijfgaarden afbreekt en mensen eindeloos laat wachten. Anderzijds de fanatieke moslims die last hebben van zijn christelijke levenshouding, omdat zij de wereld alleen nog kunnen zien in tegenstellingen en ieder die anders denkt als een vijand van het ware geloof zien. En dan zijn er nog de fanatieke christelijke toeristen uit Europa en Amerika die verblind zijn geraakt door hun idee dat God het allermeeste houdt van joodse mensen. Iemand als deze Daoud Nasser is omgeven door mensen die in tunnels leven. Figuurlijk, mensen met een tunnelvisie. En de vraag is of er nog genoeg mensen over zijn die het licht zien.

Ik wil hier meer over zeggen. Ik las ook op dezelfde dag een bericht over de religieuze spanning in Burma. Dat lijkt wat anders maar het is in de kern hetzelfde probleem. In de hoofdstad Rangoon zijn het naar het lijkt fanatieke boeddhisten die jaloers zijn op de betrekkelijke economische voorspoed van moslims. Gewelddadige monniken suggereren zelfs dat het boeddhisme aangevallen wordt en dus beschermd moet worden. En de lont zit al in het kruitvat. Rellen, brandstichtingen, doden. En zo gaat dat dus altijd, ook in Israël. Om deze reden zeggen mensen terecht dat religie nooit de oplossing van en probleem biedt maar juist een deel van het probleem is. Weg met de religie dus. Maar dat zou even dwaas zijn als degene die beweert dat de beste remedie tegen hoofdpijn is om het hoofd af te hakken. Religie, godsdienst of geloof horen nu eenmaal bij mensen. Waar het fout gaat is bij het begrip heilig. Heilige grond, een heilig boek, een heilige geschiedenis, heilige mensen. Nog een kleine stap en je hoort bij de uitverkorenen. En zo worden zaken waarover mensen zouden moeten praten, met alle problemen en conflicten die er nu eenmaal tussen mensen zijn, opgeblazen tot onmogelijk te nemen barricades. Mensen verschansen zich in hun eigen, heilige gelijk. Anderen worden verketterd. Alles wat gebeurt wordt erbij gehaald om argumenten, brandstof dus, te krijgen voor het laaiende vuur van het eigen grote gelijk.

Dit is van alle tijden. Europa is in vorige eeuwen bijna kapot gegaan door de godsdienstoorlogen. Toen al zagen sommigen dat geloof of godsdienst, ingezet in conflicten, een jas is om de naaktheid van de angst te verhullen. Mensen zijn bang voor andere meningen, voor vreemdelingen, voor veranderende tijden, voor minder welvaart en voor te moeten verhuizen. Het gaat natuurlijk altijd om leven en overleven. En religie heeft het helaas in zich om de verkeerde sentimenten tevoorschijn te roepen. Die verkeerde sentimenten heten in de bijbel samengevat het dienen van Baäl, afgodendienst.

Israël dus. Natuurlijk weet ik van onopgeefbare verbondenheid met het Israël. Zoiets staat in de denkbeeldige vlag van de Protestantse Kerk in Nederland. Christenen zijn ondenkbaar zonder joden. Jezus was een jood. Het christendom kent een schandalige geschiedenis van haat jegens de joden. Geen Europeaan zou het in zijn hoofd mogen halen om te zeggen dat joodse mensen geen recht hebben op land en dus geen bestaansrecht mogen hebben. Als zij eerst hier, op dit continent, met miljoenen als lammeren ter slechting werden geleid, past ons in Europa nog een eeuwenlange beschaamdheid voor wat tussen 1933 en 1945 gebeurd is. Maar dan moet er ook meer gezegd worden. Zoals de opmerking dat er  geen heilige grond bestaat  Of je moet zeggen dat alle grond heilig is. Er bestaat ook niet één heilig boek. Er zijn meer boeken die een geur van heiligheid hebben. Er bestaat geen uitverkoren volk. Elk mens is in aanleg uitverkoren. En geloof is wat anders dan politiek. Met indringende Bijbelcitaten overtuig je geen moslim. En een christen zal niet onder de indruk zijn van de bewijskracht van een soera in de Koran. We zullen in dit ondermaanse er met elkaar wat van moeten maken. Dat is waar politiek over gaat. En dan gelden, als het goed is, de rechten van de mens. En dan mogen minderheden er ook zijn. En in een democratie geldt de kracht van het argument en niet de geloofsovertuiging. Je geloof mag er zijn, maar als gelovige ben jij geen engel en zijn anderen geen duivels; je bent een mens die er hier wat van moet maken en dus altijd modder aan zijn schoenen en vuil aan zijn handen krijgt. Samenleven met andersdenkenden is een kunst. Ik zou willen dat we in de 21e eeuw gingen begrijpen dat er meer gelovigen opstaan die uitblinken in bescheidenheid, barmhartigheid en het vermogen de liefde te bewaren in een onverschillige en zelfs vijandige omgeving. Zoals die Palestijnse christen, Daoud Nasser. Bij hem gebeurt namelijk iets heel bijzonders. Ingewikkelde, politieke en religieuze vragen worden, net als bij zijn verre voorganger uit Nazareth, door de gedachten en levensstijl van één mens, ineens verrassend eenvoudig.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Manfredini en gezang 200 uit het Liedboek. Gelezen werd uit Johannes 20: 26. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

Terug naar overzicht…