Oordelen

Door Ds. Aart Mak

Als kind was ik er gevoelig voor. Voor het oordeel. Als het in de kerk ging over het laatste oordeel, kon ik moeiteloos fantaseren hoe die grootse finale van de geschiedenis der mensheid eraan toeging. In allerlei verhalen uit de bijbel werd er ook flink geoordeeld. Over die ene man die zijn talent in de grond begroef. Over of over die man die te laat was op het bruiloftsfeest. Het oordeel maakte, nu ik daarover nadenk, deel uit van mijn dagelijkse leven. In ben een aantal jaren op straat opgegroeid en zat op een rauwe school in wat ze nu een achterstandswijk zouden noemen. Er was voortdurend strijd gaande. Onderwijzers die neerbuigende opmerkingen maakten. Stammenstrijd op het schoolplein dat geen schoolplein was maar een doodlopende straat met huizen die naar urine roken. Gereformeerde kinderen die de katholieken uitjouwden. We hebben, waar ik bij was, zelfs nog eens geknokt met die gasten van de hervormde school. De Soennieten tegen de Sjiieten zeg maar, maar dan in onze wereld, een spel gespeeld door kinderen die de oordelen van hun ouders op straat naspeelden. Hoe zat het eigenlijk met mijn ouders? Er werd naast alle liefde, zorg en bescherming die er was, wel vaak gepraat over anderen. Ik wist, achteraf gezien, niet beter dan dat elk gesprek over anderen ging en dan vooral natuurlijk over mensen met wie wat aan de hand was, ziekte of zeerte, maar ook mensen die anders waren, anders leefden, niet gelovig waren, of katholiek – dat was toen bijna hetzelfde als ongelovig. Ja, er werd flink geoordeeld. En je wordt uiteindelijk allemaal geoordeeld, zei mijn vader dan.

Waarom oordelen mensen eigenlijk? Doe ik dat ook? Ja, ik doe dat ook. Het is, merk ik, soms hard werken om mijn oordeel op te schorten. Ik heb wel geleerd dat het niet willen hebben van een oordeel heel vruchtbaar is. Mensen zijn nogal anders dan ik dacht. En wat mij dan opvalt, nu ik toch hierover zit te mijmeren, is dat ik het meest ga oordelen als ik mij onzeker voel. Oordelen is vrij makkelijk om te doen. Het is veilig. Je kunt er anderen mee van je afhouden. En je hoeft niet over jezelf na te denken. Ik realiseer me nu ook dat oordelen en geoordeeld worden nauw samenhangen. Ik heb er een tijd over gedaan om mij minder aan te trekken van hoe anderen over mij oordelen. Ik had jaren lag daar last van, dat getob over of het wel goed is en door de beugel kan, in de ogen van anderen. Ik ben er nu tamelijk los van gekomen. En soms glijd ik toch weer uit. Want een angst gaat er toch schuil achter het woord oordeel!     

Over oordelen gesproken. Ik las de laatste column van Nuweira Youskine in Trouw. Ze is moslima en stopt er mee na 155 stukjes. Ze heeft heel wat over zich heen gekregen. Afschuw, boosheid en ook haat. Het oordeel. Ze schrijft dat ze ontdekt heeft dat er drie soorten mensen zijn. Er zijn allereerst mensen met een ruimhartige geest. Ruimhartigheid is dan vooral dat je niet gelijk een oordeel hebt en een ander in alle openheid benadert. Dat is een hele kleine groep. Dan is er een wat grotere groep mensen die redelijk welwillend zijn. Zij zijn bereid met anderen te leven, maar er hoeft maar iets te gebeuren of deze liberaal denkende mensen sluiten de gordijnen. En dan is er de grootste groep. Dat zijn degenen die altijd wantrouwen en onmiddellijk met hun oordeel klaar staan. Aldus mevrouw Youskine. Ik vrees dat ze dicht bij de waarheid zit. Ik ga dan gelijk over mijzelf nadenken: bij welke groep zit ik? Maar ik heb ook een andere vraag: hoe kan het dat het oordelen over elkaar zich zo breed heeft genesteld in de hoofden van mensen die zich christelijk gelovig noemen? Komt dat door dat altijd in de lucht hangende laatste oordeel?

Tekst: Doe het niet, oordelen. Zoals jij kijkt en oordeelt, zo word je al snel zelf ook bekeken en geoordeeld. Het is een cirkelredenering. En wat je bij anderen afkeurt, zit meestal evengoed ook in jou. Dus: wat is je oordeel waard? (naar Mattheus 7: 1-3)

 

 

 

 

Terug naar overzicht…