Leegloop

Door Ds. Aart Mak

In de Verenigde Staten van Amerika krijgt een presidentskandidaat in korte tijd alsnog heel veel stemmen door alom te getuigen van zijn bijbelgetrouwe levensstijl en vooral te vertellen hoe vaak hij wel niet bidt. Het gewicht dat het geloof in dat grote land in de schaal legt, lijkt hand in hand te gaan met het lichaamsgewicht van de gemiddelde Amerikaan. Zo hangen er op de veerboten van Seattle tot en met New York sinds kort nieuwe bordjes met het maximaal toegestane aantal passagiers. Minder dan vroeger omdat de gemiddelde passagier, met kleren, daar tegenwoordig 84 kilo weegt, terwijl de regels voorheen uitgingen van 72.5 kilo. Dat scheelt op een hele grote veerboot toch al gauw zo’n 300 mensen.

In Nederland en overigens in heel West-Europa lijkt het allemaal met de zwaarte van de gemiddelde man en vrouw mee te vallen, al wordt hier ook al langer dan vandaag gewaarschuwd omdat steeds meer kinderen met obesitas kampen. Wat geloof betreft zijn wij hier echte lichtgewichten vergeleken met de nazaten van de Founding Fathers aan de andere kant van de oceaan. Elke week sluiten er nu twee kerkgebouwen in dit land. Van de zes rooms-katholieke kerkgebouwen in Apeldoorn bijvoorbeeld blijft er maar een over. Hetzelfde geldt voor een aardig grote stad als Eindhoven. Wie de wereld zou bekijken en beoordelen op grond van het aantal mensen dat een kerk bezoekt, zou dus langzamerhand moeten concluderen dat in dit land alle beschaving de lucht in vliegt. Daar helpen de kleine huiskamergezelschappen waarin gelovigen elkaar opzoeken ook niet veel aan, al was het alleen al omdat daar dezelfde generatie bij elkaar zit als in de kerken die nog wel open zijn.

Als het over de ondraaglijke lichtheid van het geloof in dit lage natte land gaat, moet ik onmiddellijk een paar kanttekeningen maken. De achteruitgang in betrokkenheid bij een kerk geldt alleen de grote volkskerken, de Rooms-katholieke en de stromingen binnen de PKN en daarnaast de kleine vrijzinnige kerken. De orthodoxie houdt stand en de charismatische en evangelische kerken groeien zelfs. Al is dat laatste grotendeels te verklaren door het zogenaamde rondpompen van gelovigen. Dat betekent dat deze groeigemeenten profiteren van mensen die ergens anders de kerk verlieten. Zij vormen slechts luttele procenten van de totale bevolking. Ter vergelijking: tegenover de middelgrote stad van 170.000 inwoners die de afgelopen decennia jaarlijks bij de RK kerk en de PKN weggaat, staat een kleine wijk van 14.000 als aanwas van deze kerken. Het proces van ontkerkelijking gaat dus door. En dat zal, gezien het vooral denk ik door de misbruikaffaires in de RK kerk afnemend vertrouwen in de kerk, voorlopig doorgaan. In ons land leeft dat vertrouwen in de kerk bij iets meer dan 8% van de Nederlanders en dat is nog zelfs minder dan in landen als België, Frankrijk, Duitsland en Tsjechië. Wat in feite ernstiger is, is het gegeven dat maar een tiende deel van de Nederlanders bij een ernstig gewetensconflict raad zou vragen aan een geestelijke of kerkelijke vertegenwoordiger. Illustratiever kan de kloof tussen de wereld van de kerk en het alledaagse leven niet geschetst worden.

Maar het wonderlijke is dat wij hier niet op weg zijn naar religieuze leegte. Dat werd ooit vermoed en zelfs voorspeld door de meeste sociologen. De beroemde secularisatiethese hield in dat toename van welvaart en mondigheid zou leiden tot afname en zelfs verdwijnen van geloof en religieus denken. Het tegendeel is het geval. De vijf miljoen Nederlanders die zich nog steeds als lid van een kerk beschouwen, hebben inmiddels gezelschap gekregen van zo’n zes miljoen landgenoten die graag met anderen praten of mailen over spiritualiteit, daarnaar op internet zoeken of in een gespreksgroep zitten of een cursus volgen die daaraan gewijd is. Daarnaast is er iets anders aan de gang. Richt de aandacht zich in dit land vrijwel volledig op de islam, vergeten wordt dat er hier in de laatste decennia heel wat christenmigranten zijn komen wonen. Sommigen schatten hun aantal op een kleine miljoen mensen. Hun meer dan duizend geloofsgemeenschappen komen niet in fraai gerestaureerde kerkgebouwen samen, maar in afgehuurde loodsen, leegstaande scholen en donkere garages. Er is altijd meer aan de hand dan je zo op het eerste gezicht denkt. Dat geldt overigens ook voor onze zware broeders in de Verenigde Staten. Bij nader inzien fungeert geloof daar vaak als een code om te laten weten dat je een brave, oppassende burger bent. En in een land waar de inwoners zo vaak verhuizen, zijn locale kerken de ideale instanties om in een nieuwe woonplaats snel weer een netwerk op te bouwen.

Vergelijken is lastig. Wij zijn toch Europeanen met een eigen geschiedenis, onderweg in een eigen proces. Het heeft even geduurd voor wij het konden doorgronden. Vroeger zeiden wij dat de zich steeds meer ontwikkelende individualisering zou leiden tot egoïsme. Dat lijkt niet per se waar te zijn. Individualisering sluit solidariteit, gevoelens van verbondenheid en bereidheid tot maatschappelijke inzet niet uit. Wat er wel gebeurt, is dat wij van zware gemeenschappen zijn overgegaan naar lichte gemeenschappen. Alom, binnen en buiten de kerk, is zichtbaar dat mensen niet meer van de wieg tot het graf ergens lid van willen zijn. Men wil meerdere keuzes, is flexibel in zijn gedrag, aanvaardt dat men van gedachten kan veranderen, in een andere levensfase bijvoorbeeld, wil ervaringskennis en geen opgelegde gehoorzaamheid, houdt van zoekgedrag en aanvaardt dat identiteit verandert naargelang de context.

Veel van deze en andere genoemde gegevens haal ik uit het boekje Maak het nieuw!, een uitgebreide versie van de prachtige oratie van Joep de Hart bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in nieuwe en vernieuwende vormen van christelijke gemeenschap  in hun betekenis voor de Nederlandse samenleving. Dat is een hele mond vol en u mag het weer vergeten, als u maar onthoudt dat er gelukkig door hem en anderen hard gewerkt wordt om te doorgronden wat er religieus aan de hand is in dit land. Het geeft mij in elk geval veel inspiratie en moed om vol te houden. Ik heb namelijk een tijd gedacht dat de kerk erg leek op Eastman Kodak. Dat is een ooit, in 1888 opgericht Amerikaans bedrijf dat groot werd in de fotografie. Iedereen wist vroeger wat Kodakjes waren. Maar de wereld is veranderd en ook de wereld van de fotografie. Het bedrijf dreigt zijn beursnotering te verliezen en raakt steeds verder in geldnood. Misschien valt het daarbij vergeleken nog wel mee met de kerk. Op voorwaarde tenminste dat kerkmensen begrijpen dat er van geloof geen foto valt te maken waarin de boel voor eens en altijd wordt ingekaderd en vastgelegd.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek de Westside Story en ‘Gij die het sprakeloze bidden hoort’ van Oosterhuis / Oomen. Gelezen werd uit 1 Tessalonicenzen 5: 19-22. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…