Metselwerk

Door Aart Mak

Tegenover mij, aan de andere kant van het water van de gracht, zijn metselaars al dagen bezig de kademuur steen voor steen op te metselen. In de weken daarvoor was de oude kademuur met grote diepladers, kranen en graafmachines afgebroken. Dat ging gepaard met heel wat lawaai, verkeerschaos en soms doorwerken op zaterdag. Maar nu is het stil. De metselaars doen hun werk. Steentje voor steentje wordt met specie aangebracht op zijn voorgangers, van net boven de waterlijn tot aan straathoogte. Het werk vordert langzaam maar gestaag, een uitdrukking uit voorbije tijden: langzaam maar gestaag. Ik betrap me erop dat ik er soms gefascineerd naar sta te kijken. In een tijd van driftige projecten, prefab-delen en sterke bouwlampen om 24/7 door te kunnen werken, komt dit over als een verademing. Het oude ambacht waarmee kathedralen steen voor steen naar de hemel werden opgericht, is nog niet uitgestorven. Als het regent, werken de mannen gewoon door onder, tegen de regen beschermd door een langwerpig blauw zeil. Water voor de specie put de opperman met een emmer uit de gracht. Ik kijk er naar en realiseer me dat ik als kind vaak heb staan kijken naar metselaars, timmerlieden, loodgieters, schilders en al die andere mensen met een vaardigheid die nodig zijn om te bouwen. Ik ben opgegroeid in de tijd dat Nederland werd opgebouwd. Huizen en die achteraf zo lelijke flats werden in de jaren zestig bij tienduizenden de grond uit gestampt.

De rust die van dit oude ambacht uitgaat ervaar ik juist de afgelopen week als een remedie voor alle emoties waar ik mee te maken had. Op twee uitvaarten waarin ik voorging speelden die een rol. En de kunst is dan mensen recht te doen. Want gevoelens moeten de ruimte kunnen krijgen. Iemand wil gezien worden in de pijn die er was en die vaak nog niet voorbij is. En tegelijk is een uitvaart een openbare bijeenkomst. De verre neef en de groenteboer om de hoek zijn daar ook. En die hoeven niet te weten wat er allemaal speelde in de dagen voorafgaande aan de uitvaart. Maar toch moet iemand recht worden gedaan, niet alleen de gestorvene, ook de nabestaanden. Volwassenen die als kind beschadigd werden. Kinderen uit hetzelfde gezin die na een slaande ruzie elkaar probeerden te ontlopen. En dan helpt het om verhalen bij de hand te hebben die gaan over hetzelfde. Of een toon aan te slaan die aanduidt en tegelijk relativeert. De waarheid moet genoemd worden, voor de goede verstaanders in elk geval. Maar laat het licht mogen zijn. En zacht, zoals Roland Holst in zijn Zwerversliefde ooit dichtte: ‘Veel liefde ging verloren in de wind /
en wat de wind wil zullen wij nooit weten; /
en daarom - voor we elkander weer vergeten -
/ laten wij zacht zijn voor elkander, kind.’

Dit is wat vaak ontbreekt in alle discussies die her en der, in praatprogramma’s, in de sociale media, op straat en in de politieke arena’s worden gevoerd. Het gaat er hard aan toe. Er is een bewijsdrift of noem het bevestigingsdrang die naar het lijkt velen in zijn greep heeft. Kwetsen, beledigen, uitschelden, onderuit halen – het doet er niet toe wat het voor gevolgen heeft, als iemand maar zijn hart mag luchten. Dat is blijkbaar de verworden vrijheid van meningsuiting van tegenwoordig. Veel mensen zijn boos. Over zwarte piet ja dan nee, over Europa al dan niet, over de zorg voor ouderen, over de banken, over de allochtonen die niet meer zo mogen heten, over de rechters, over de files en soms zelfs over het weer. Dat is niet alleen hier. Ook in de Verenigde Staten lijkt de verkiezing van een nieuwe president bepaald te gaan worden door boosheid. Boosheid over de globalisering en de politieke elite in Washington, boosheid over het complot-denken, over de achterstelling van de blanke hardwerkende man, boosheid over vrouwen die mannen hun plaats wijzen. Allemaal denk ik boosheid van heel wat burgers van het machtigste land ter wereld die zich kansloos wanen en de armoede nauwelijks van zich af kunnen houden. Het zou mij niet verbazen als de aanvoerder en manipulator van al die boze Amerikanen de komende presidentsverkiezing toch gaat winnen.

Of dat nu wel of niet gebeurt, er zal daar en ook hier, in dit land en in bijna alle Europese landen onrust, boosheid, latente rebellie, cynisme en afkeer als een veenbrand onder de grond blijven sluimeren. En overal staan de populistische politici klaar om deze brand niet te blussen maar in hun voordeel te gebruiken. Het is dus blijkbaar een hele generatie politici, zelfs Barack Obama, niet gelukt om duidelijk te maken dat een democratie in haar aard ook metselwerk is. Het gaat langzaam, steen voor steen, het vergt tijd en overleg. De populisten zullen niets opbouwen, alleen hun eigen imago. Maar de andere politici hebben blijkbaar mensen in de verdrukking over het hoofd gezien en aan deze mensen niet duidelijk kunnen maken dat zij stilletjes aan het bouwen waren in een maatschappij waarin zoveel wordt afgebroken.

 

 

 

 

 

Terug naar overzicht…