Traan

Door Ds. Aart Mak

Ergens in een kerk in Duitsland, in de buurt van de rivier de Rijn bevindt zich een huilende engel. Dat is een zeldzaamheid. Aan engelen worden doorgaans totaal andere eigenschappen toegedicht dan de kunst van het wenen. Maar deze doet het heus waar. Op de afbeelding die ik niet via de radio maar wel via internet (www.kerkzondergrenzen.nl) kan laten zien, ontdekt u zelfs dat een zakdoek van meer dan gewoon formaat tot de attributen van deze engel behoort. Ik zeg engel, maar eigenlijk is het een engeltje. Even doet hij aan ‘Constantijntje, ‘t zalig kijntje, cherubijntje van omhoog’ denken. U weet waarschijnlijk dat deze dichtregels van Joost van den Vondel zijn die niet alleen zijn zoontje Constantijn, maar ook zijn dochtertje Saartje (‘de vreugde van de buurt’) kwijtraakte op jonge leeftijd aan de dood. Je kunt je even voorstellen dat zo’n overleden kind van de andere kant nu verdriet heeft omdat het weet hoeveel verdriet de ouders hebben.

Maar doorgaans worden aan engelen eigenschappen als wijsheid, vreugde en bescheidenheid toegedacht. Hoewel, ook het vermogen tot medeleven schijnt tot de uitrusting van Gods engelen te behoren. En hoort bij medeleven ook niet de vreugde omdat een ander eindelijk vreugde beleeft, of verdriet omdat een ander verdriet heeft? Dat laatste wil nog wel eens met tranen gepaard gaan. Er schijnt een later als heilige vereerde vrouw te zijn geweest die haar leven lang, als ze niet sliep, huilde. Ze huilde om het leed van haar medemensen, ze weende als ze een vlieg tegen de lamp zag vliegen en verbranden in de hitte, ze plengde haar tranen als ze zag hoe een vogel door een pijl, geschoten vanaf de grond werd doorboord. In feite was deze vrouw overgevoelig voor het leed van de wereld. Dat zijn de meesten van ons niet, maar we begrijpen het allemaal in onze aangeleerde onverschilligheid. Al eeuwenlang worden verhalen verteld over beelden van de maagd Maria waar de tranen uit de ogen lopen. Dat is soms eenmalig, soms op gezette tijden. Niemand die dit wonder kan verklaren. En uiteraard worden deze beelden tot centra van bedevaartsoorden. Maar het idee dat er vanuit de hemel wordt meegehuild met al het leed dat eenvoudige stervelingen hier op aarde te doorstaan hebben, is blijkbaar een geweldige troost. Dat is al heel lang de rol van Maria, zij is de ambassadeur van God die regelmatig laat weten dat Hij niet zo streng is als wij denken, integendeel zelfs...

Dat heeft mij altijd gefascineerd. Wij willen geen afstandelijke, onbewogen God. Wij willen een God die met ons meeleeft en weet wat in ons omgaat. Daarom is psalm 139 zo populair, want deze psalm gaat over hoe je als mens tot in het diepst van je ziel en op al je wegen door God gezien en gekend wordt. Misschien dat we ons bij God moeilijk tranen kunnen voorstellen. Maar dan hebben we altijd Jezus nog. Het kortste bijbelvers zegt hoe hij intens weende vanwege de dood van zijn vriend Lazarus. En als er op allerlei plaatsen in het evangelie staat hoe hij tot in zijn binnenste geroerd werd door wat hij zag in de ogen en in de houding van mensen, kun je je voorstellen dat hij soms natte ogen gekregen heeft.

Die natte ogen kun je trouwens ook krijgen als je onbedaarlijk moet lachen. Of als je, zoals van Franciscus van Assisi verteld wordt, overweldigd raakt door alle schoonheid die je omringt. Van deze mannelijke heilige wordt gezegd dat hij regelmatig zijn tranen de vrije loop heeft gelaten en dat was ook omdat hij zich zo gelukkig voelde. En, hem kennende, ongetwijfeld ook als hij intens verdriet had. De meesten van ons durven de met tranen gepaard gaande emotie niet te laten zien. Er wordt dan luidkeels of zachtjes in zakdoeken gesnoten, mensen vegen ongemerkt – denken ze – hun ogen af en ze zetten schouderophalend het gesprek weer voort. Maar als wij onze tranen al weer zijn vergeten, is er iemand die ze bewaart. In psalm 56 wordt verwacht dat de Eeuwige God niet alleen uw en mijn omzwervingen optekent (moet u nagaan!), maar ook onze tranen opvangt in een kruik. Dat is een fascinerend en opnieuw tot tranen leidend beeld. Niets gaat verloren blijkbaar, vooral onze diepste emoties niet en ik denk wel eens dat dat komt omdat we, als we huilen het meest onszelf zijn. Al onze verstandige en vooral verstandelijke overwegingen zitten er even niet tussen. We worden niet gehinderd, al is het maar een paar seconden, door de gedachten dat mannen niet mogen huilen en dat vrouwen altijd het roer moeten vasthouden en dus een heldere blik moeten hebben. We worden meestal overvallen door het verdriet en we realiseren ons pas op dat moment hoe diep iets ons raakt.

Daarom ook zullen aan het einde der tijden al onze tranen uit onze ogen worden gewist. Dat beeld gebruikt de schrijver van het boek Openbaring. Het heeft voor mij altijd te maken met de erkenning dat we langs vele vreemde en vaak intens verdrietig stemmende wegen zijn gegaan, voor we ten slotte aankomen waar we altijd al moesten zijn. En wie even rond kijkt in de achterbuurten van de wereldsteden, merkt ook hoe veel verharding er niet alleen in de harten van volwassenen maar ook in die van kinderen heeft plaats gevonden. Velen worden hard om maar te kunnen overleven. Maar we worden dus weer een keer zacht gemaakt, we herinneren ons eindelijk – want dat kan en mag nu – wat we allemaal hebben meegemaakt, al dan niet met schuld beladen, en dan mogen de tranen er eindelijk zijn. Om ten slotte gedroogd te worden door degene van wie we altijd al gedacht hadden dat Hij dat zou doen. En daarom heeft dat engeltje in de kerk ergens in Duitsland zo’n grote zakdoek bij zich. Want dat lichte ventje weet hoe veel bloed, zweet en tranen het nog zal vergen voor de mensen even licht zullen worden als hij. Wat een medeleven van deze kleine engel dus. Ik krijg er op mijn beurt weer tranen in mijn ogen van!

Gewoon nog een keer - ik had een weekje vrij - dit verhaal verteld (herhaling van 13 juli 2008). Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde muziek van Bach en een improvisatie op ‘Wij moeten Gode zingen’ door Dirk Out. Gelezen werd uit Romeinen 12: 13-14. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

 

 

 

Terug naar overzicht…