Extreem

Door Ds. Aart Mak

Zes dagen geleden gaf het KNMI voor het zuiden van het land een waarschuwing af voor extreem weer. Het bleek redelijk te kloppen. In het gebied van het Waterschap Rivierenland is maandag extreem veel regen gevallen tijdens het noodweer. Volgens een woordvoerder werd het gebied in onder andere Gelderland geteisterd door 'de zwaarste regenval sinds vele jaren'. Dat woord extreem, het lijkt wel of ik het steeds vaker hoor. Vaak gaat het over het weer, over droogte, overstromingen of  windkracht. Zaterdag een paar weken geleden, toen er zoveel bomen omwaaiden, heette het ook al extreem. Nog nooit had het midden in de zomer zo hard gewaaid. Het weer is van slag. Als het waait dan waait het heel hard. Als het warm is, dan is het extreem heet, zoals ook eind juni deze zomer het geval was. En als het ijs smelt, zowel bij de Noordpool als op en om Antarctica, gaat het extreem hard. Er hangt iets griezeligs om dat woord extreem. Dat komt ook omdat het nogal eens gaat over extremisten. Dan komen we op het politieke vlak. Extremisten zijn mensen die vinden dat het doel de middelen heiligt en daarom opereren ze buiten de wet om en gebruiken ze geweld. Die mensen zijn er altijd geweest, denk aan de anarchisten, de Rote Armee Fraktion en nu de woeste aanhangers van Al Qaida en vooral die van Isis.

Wat mij in mijn binnenkamer puzzelt is hoe het komt dat er zoveel zich groepeert rond dat woord extreem. Want ook in de gewone politiek zoeken mensen in toenemende mate hun heil bij partijen die harde, extreme standpunten uitdragen. Ze zeggen dat ze dit namens het volk doen, daarom heten ze populistisch en intussen is door de angst voor die stromingen, of ze nu links of rechts zijn, de gematigdheid bij de anderen zoek. Maar ook op ander vlak hoor ik het. Van nogal wat jongeren wordt gezegd dat ze extreem gevoelig zijn. Er worden ook andere namen aan gegeven. Er is een sportzender waarop het alleen maar gaat over extreme sporten. En al wordt niet alles extreem genoemd, het gewone, het gemiddelde, lijkt in deze tijd niet nastrevenswaardig. Alles moet bijzonder zijn, een topervaring, een hele bijzondere gebeurtenis, een record, alsof we allemaal als dat handjevol alpinisten zijn dat niet kan slapen zolang ze nog niet de top van de hoogste bergen in de wereld hebben bedwongen.

Ik zal eerlijk zijn. ik geef toe dat ik een tijdlang een hekel had aan het gemiddelde. Dat was op de middelbare school. Ik probeerde weg te blijven uit de zone van de grijze muizen, niet te worden als de mensen die niet opvielen, gewoon deden en er normaal uitzagen. Intussen was ik er wel een, product van mijn opvoeding als ik was, maar dat had ik niet in de gaten. En gretig las ik zoals zoveel anderen de dichter Marsman met zijn onsterfelijke zinnen: ‘Groots en meeslepend wil ik leven, hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis?’ Maar dit puberale gedrag dat voorbij gaat lijkt zich nu haast als een ongeneeslijk virus op deze aarde gevestigd te hebben, en beetje zoals ik vroeger Amerika zag, mensen die zich alsmaar aan het verbeteren waren, de grootste hamburgers aten, de grootste auto’s reden en als een bezetene elk nieuw record nog weer wilden verbeteren. Nu lijkt iedereen wel alles te doen om op te vallen, zich te onderscheiden van anderen, met de daarbij horende ronkende taal, hitsige aankondigingen en een begerigheid die geen grenzen kent. De massamens lijkt vooral een mens te zijn die zich wil onderscheiden van de massa. De deugd van de matigheid – in vroeger tijden zo aangeprezen, lijkt allang bij het oud vuil gezet.

Ik wil niet mopperen en helemaal niet somberen. Ik probeer een gevoel te verwoorden. Wat is er aan de hand? Wat zie ik en wat doet het met mij? De wassende stroom vluchtelingen geven mij het gevoel dat we in tijden leven zoals ik ze nog nooit eerder heb meegemaakt. Dat heb ik al geloof ik sinds de val van de muur in 1989. Soms lijkt het wel alsof de tijd versnelt. Dat geeft ook het gevoel te leven in extreme tijden. Uitersten zijn aan de orde van de dag. Dat is niet echt zo, maar door het nieuws en al die overgevoelige en dwaze reacties in de sociale media, lijkt het soms alsof alles niet gewoon maar buitengewoon moet zijn, wil het wat voorstellen. Misschien is de kunst wel te beseffen dat dit zo lijkt. Het is niet zo. Wie het hardst roept, is het meest hoorbaar. De dwazen domineren. Lijkt het. En als ik dan in de stad waar ik woon ’s morgensvroeg de mensen van de plantsoenendienst hun werk zie doen, stelt mij dat weer gerust. Het is zo heerlijk gewoon. Een middenstander opent zijn winkel. Vaders en moeders brengen hun kinderen naar school. Iemand staat fluitend de ramen te zemen. God toornt niet, Hij glimlacht. Leve het gewone, dagelijkse, gemiddelde leven…

 

 

Terug naar overzicht…