Vrouwelijk

Door Ds. Aart Mak

Lezend in de evangeliën valt op dat veel vrouwen in de buurt van Jezus waren. Het lijkt er ook op dat die vrouwen niet een rol op de achtergrond speelden maar in allerlei opzichten gelijkwaardig aan de mannen waren, zeker in de ogen van Jezus en dat was in die tijd revolutionair.

In het leven van één van die vrouwen die met name genoemd worden, Maria uit Magdala, was de ontmoeting met Jezus zo intens, dat haar hele leven nadien anders werd. Ook voor haar (en andere vrouwen) gold wat voor mannen als Petrus, Johannes en Thomas opging: zij gingen de weg van de waarheid volgen.

Maria de vrouw uit het vissersdorp Magdala - het dorp ligt aan het meer van Genesareth - staat een beetje symbool voor alle vrouwelijke discipelen. Haar leven, zegt het evangelie, was eerst nog van zeven boze geesten bezeten en toen ontmoette zij Jezus. Ze moet een bestaan geleid hebben dat blijkbaar niet aan haarzelf toebehoorde. Allerlei stemmen, vreemde stemmen, klonken in haar hart en ze wist niet meer wat haar eigen stem was. Ze moet veel angsten doorstaan hebben en zich opgejaagd hebben gevoeld, een vreemde voor anderen en voor zichzelf. Dan ontmoet zij Jezus en begint haar tweede leven. Die ontmoeting moet voor haar een tweede geboorte geweest zijn. Een nieuw begin van alles, een herwinnen van oude krachten die in haar sluimerden maar er nooit uitkwamen. Eindelijk begon zij te leven en werd zij als vrouw een volledig mens, met een eigen geest, met een eigen vrijheid, met een eigen verantwoordelijkheid en met een eigen gevoelsleven. Een mens die weer kan zeggen: 'ik ben, ik voel, ik leef'. En zo gaf Jezus Maria terug aan zichzelf.

Vrouwen spelen in de evangeliën een vooraanstaande rol. Toen Jezus aan het kruis hing, bleven de vrouwen erbij staan. Juist zij wisten van geen wijken. Maar in de daaropvolgende eeuwen lijkt de vrouw verdonkeremaand te zijn. Ja ze mag wel een plek hebben, natuurlijk. Die van dienares en behulpzame schaduw van de man. Waar zijn de zelfstandige vrouwelijke discipelen van Jezus gebleven? Zijn ze weggeschreven door de mannelijke auteurs van evangeliën en brieven? Paulus doet aan het eind van zijn brief aan de Romeinen de groeten aan allerlei mannen én vrouwen. Tussen de regels door lees je dat vrouwen hier en daar een prominente rol in de eerste christelijke gemeenten speelden. In het begin nog wel, later niet meer...

Over Maria van Magdala is later een legende geweven. De legende zegt dat zij als vrouwelijke apostel verzeild raakte in een bootje ergens op de Middellandse Zee, in een storm terechtkomt en belandt op de zuidkust van Frankrijk in de buurt van Marseille. De legende zegt dat ze daar in een tempel (net zo als Paulus dat vaak heeft gedaan) haar geloof in Jezus verkondigde. Op grond van haar 'evangelisatie' zijn mensen in de streek van Zuid-Frankrijk tot geloof gekomen. Volgens het verhaal is ze daar overleden en in de achtste eeuw heeft een vrome hertog haar gebeente naar de Noord-Franse stad Vézelay gebracht. Daar heeft hij er een kerk omheen gebouwd, de Magdala-kerk. De kerk is nog steeds het beginpunt van de pelgrimsroute naar Noord-Spanje, naar Santiago de Compostella.

Deze Maria van Magdala wordt wel eens de Apostola Apostolorum genoemd. Dat betekent de eerste der apostelen. In de niet officieel kerkelijke traditie in de eerste eeuwen van het christendom, had zij een prominente plaats. Dat was de gnostische traditie die, anders dan de katholieke kerk, de vrouwen evenveel waard achtte als de mannen als het ging om het ontvangen en doorgeven van het evangelie. In die traditie wordt Maria als een vrouw met grote wijsheid gezien. Een soort ingewijde.

In het evangelie van Thomas staat het volgende: "Maria Magdalena vraagt Jezus op wie zijn leerlingen lijken. Jezus zegt dan: 'Mijn leerlingen lijken op kinderen die zichzelf op een veld hebben neergezet dat niet van hen is. Als de eigenaars van het veld komen zullen ze zeggen: Laat ons het veld. Als ze het veld dan aan hen teruggeven zullen ze naakt zijn in hun aanwezigheid." Met andere woorden, Jezus zegt hier dat zijn leerlingen zich op dat moment nog niet zijn leringen hebben eigen gemaakt. Het is nog niet hun bezit geworden en daarom staan die leerlingen nog naakt tegenover de waarheid. Maar Maria wordt in al die geschriften telkens weer opgevoerd als de vrouw die het wél begrijpt. Maria als de vrouw die begrepen heeft waar het Jezus om ging en die op haar manier met haar leven, met haar nieuwe leven, met haar wijsheid, met al haar gaven getuigd heeft van het grote grootse evangelie van Jezus de Christus.

In het evangelie dat op haar naam staat, 'Het evangelie van Maria', staan prachtige dingen. Het is vooral een evangelie dat met wijsheid, met innerlijk inzicht, met intuïtief geloven te maken heeft. Dus niet met geloven op gezag, niet met boekenwijsheid, niet met datgene waarmee mannen zich nogal eens bezig hielden en houden: objectiviteit, autoriteit en gehoorzaamheid. Nee, deze vrouw (en het is natuurlijk ook een vrouwelijk aspect in het mens zijn dat mannen kunnen kennen), deze vrouw gelooft met haar gevoel en intuïtie. In het begin van het evangelie van Maria staat dat de discipelen in rouw zijn gedompeld over Jezus' dood. Zij zijn ook bevreesd voor hun eigen leven. Dan staat Maria van Magdala op om haar mannelijk medediscipelen moed in te spreken. Ze zegt: 'Ween niet, twijfel niet, want Christus leeft en zijn genade zal volkomen bij jullie zijn en Hij zal jullie beschermen.'

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u het lied ‘Wie door de Geest is aangeraakt’ en muziek van Edvard Grieg. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..


 

Terug naar overzicht…