Wat zeg je als je God zegt?

Door Aart Mak

Voor u, ook vanuit de binnenkamer, een goed, wijs en liefdevol jaar toegewenst. Ik zou er van allerlei wensen aan kunnen toevoegen, maar dan wordt het te algemeen, als het dat nu al niet is. Dat is het ingewikkelde van deze dagen. Wat zeg je? Beste wensen hoor ik nog het meest. Goedbedoeld en neutraal. Je wenst elkaar het beste toe, wat dat ook moge zijn. Gelukkig nieuw jaar, wat ik meestal zeg, kan zo onnozel klinken. Want wat is geluk? Je moet het hebben, in de zin van krijgen als een cadeau. Kun je er zelf ook aan werken? Nee, maar je kunt er wel de omstandigheden voor creëren. Door het goede te doen. Door vrede te houden met anderen. Door aan te pakken en niet uit te stellen. Door als een boer de grond te ploegen en voor te bereiden op het zaaien. Maar de groei in de donkere grond is iets dat je niet in beheer hebt. En zo is dat ook met geluk. Ik heb de laatste weken veel zitten lezen over de 20e eeuw. Geschiedenis dus en in die 20e eeuw ontsnap je niet aan de twee grote wereldoorlogen. Fascinerend is het dan te lezen hoe mensen ooit aan het jaar 1914, 1929, 1933 of 1939 begonnen, elkaar in de eerste weken van januari de beste wensen, gelukkig nieuwjaar of heil en zegen toewensend, nog onwetend van de catastrofe, die hen later dat jaar te wachten stond. Achteraf weten we alles en zeggen we dat iemand geluk of pech had, maar van te voren weten we niets, aan het begin van een op dat moment nog maagdelijk blank nieuw jaar.

Op één van de dagen voor kerst las ik in de Volkskrant iets dat mij lang bezig hield. Een journalist, hij heet Michael Persson, ging terug naar het dorp waar op 5 november vorig jaar ene Devin Kelley, een gestoorde oud-militair zijn auto parkeert bij een lief wit kerkje op een hoek van het grasveld. In vol gevechtsornaat stapt hij uit, met een zwart kogelvrij vest en een zwart masker en een zwarte helm op, met een semi-automatische geweer in zijn hand en twee pistolen op zijn heup. Hij laat de motor draaien. Door hem worden in dat kerkje in de plaats Sutherland Springs in de staat Texas, 26 bezoekers doodgeschoten. Deze Devin Kelley had het op zijn schoonmoeder gemunt. Die was er niet. Het is niet de grootste schietpartij van 2017 in de Verenigde Staten, wel de sterkst geconcentreerde. Kinderen zijn hun ouders verloren, ouders hun kinderen, zusjes hun broertjes, broertjes hun zusjes, iedereen wel één of meerdere vrienden. Eén man verloor acht familieleden. Van de twintig gewonden ligt er nog een aantal in het ziekenhuis. En dan gaat deze journalist praten met de overlevenden, met de dominee die er die zondag niet was maar van wie wel een dochter is doodgeschoten, met de man die wachtte op het genadeschot dat niet kwam, met de man van het geluid die in een cabine zat en zag hoe acht familieleden van hem het leven lieten. En wat die mensen dan zeggen, dat hield mij bezig, naast het opnieuw weer mij proberen te verplaatsen in wat het is om op zondagmorgen in een kerk te worden overhoop geschoten. De totale tegenstelling tussen een gemaskerde man die dood en verderf zaait en kinderen en volwassenen die in hun zondagse kleren bidden, zingen en zich tot aan dat vreselijke kwartier volkomen veilig voelen.

De overlevenden proberen namelijk betekenis te geven aan die verschrikkelijke gebeurtenis. Dat is typisch menselijk zoals u weet. De mens is niet zozeer een gelukszoeker, zoals het lijkt als we elkaar gelukkig nieuwjaar toewensen, de mens is vooral een betekenisgever. Dit grillige, rare, pijnlijke leven moet toch ergens goed voor zijn. Het moet toch iets betekenen. En zo lees ik hoe de dominee in zijn bijbelstudie op de martelaren wijst, hoe een man die erbij was en het overleefde zegt dat de kinderen die dood zijn goed af zijn omdat ze met de kerst de verjaardag met de jarige zelf kunnen vieren en hoe een mevrouw die op de grond lag tijdens het schieten vertelt dat ze denkt het goede te hebben gezien. 'Ik lag daar onder de banken. Toen liep de schutter ineens de deur uit. Even was het stil. Ik zag de stofwolk in de kerk hangen en wist dat die van de kogels en de ravage kwam. Maar het was ook een wolk die leek op te stijgen naar de hemel.’ Wat een betekenis! Ik merk hoe allerlei gevoelens in mijn binnenkamer met elkaar in botsing komen.

Sutherland Springs is een bedevaartsoord geworden. En de geloofsgemeenschap heeft er een hoop nieuwe leden bij gekregen. Ik lees dat er voor veel gelovigen een ijzeren ratio zit achter de willekeur van de doden en de overlevenden. 'Als God iemand tot zich neemt, heeft hij daar een bedoeling mee. Als God iemand spaart, heeft hij daar een andere bedoeling mee. Als hij iemand laat overleven met een bepaalde aandoening, is God weer iets anders van plan', zegt iemand. Het is Gods mysterie, zegt een ander. Dat verklaart waarom er nét die zondag geen wapendragers in de kerk waren. En dat verklaart waarom er na tien minuten alsnog iemand met een geweer op blote voeten naar de kerk toe rende. En daardoor vluchtte de schutter zwaar gewond en benam hij zich, hevig bloedend, later het leven. Ik begrijp dat mensen er betekenis aan willen geven. Waarom de een wel en de ander niet? Maar is betekenis geven met 26 doden niet onmogelijk? Kun je dat tot God herleiden? Hoezo? Ik begrijp dat u, als u geneest van een ziekte of anderszins een meevaller heeft, God dankbaar bent. Maar wat zou u zeggen over de man op dezelfde kamer in het ziekenhuis als u, met ongeveer dezelfde kwaal die niet beter werd maar gestorven is? Wat zegt u over al die mensen die het einde van het afgelopen jaar niet hebben gehaald, door een vroegtijdige, gewelddadige dood? Is dat allemaal van en voor God? Is dat volgens zijn plannen? Hier gaapt een gigantische kloof tussen gelovigen en ongelovigen maar ook tussen gelovigen onderling. Waar sommige gelovigen enorme troost vinden in het spreken over God, is dat voor anderen zoals ik grenzend aan blasfemie, godslastering. Daar was ik in gedachten en gevoelens mee bezig. De tijd in de binnenkamer is te kort. Maar ik kom er de volgende keer op terug. Heb het, dat hoop ik oprecht, goed vandaag!

 

 

 

Terug naar overzicht…