Offer

Door Ds. Aart Mak

Hoera, mijn nieuwe boekje is uit! Het is een in mooi rood gevatte bundeling van zeven toespraken, eerder dit jaar uitgezonden door de NCRV op Radio 5. Titel: Help, ik lijd aan het leven. Bij ons, op het bureau van Kerk Zonder Grenzen, af te halen of te bestellen voor 7 euro 50. En ander in de boekhandel of bij uitgeverij Narratio. Om een indruk te geven van de toon en de inhoud, citeer ik uit een toespraak die ging over mensen die zich zo gauw slachtoffer voelen:

Wie weet kon je ooit met een mooi offer de godheid gunstig stemmen of vermurwen het ergste niet te doen, in elk geval jou te sparen voor wat zo vaak in die tijden uitbrak: ziekte, honger en oorlogsgeweld. Het offer gold dus als een bezwering, een ritueel om de onbekende god of goden met een mooi cadeau tegemoet te treden en dan maar te hopen dat de regen op tijd zou komen of dat de vijand het niet in zijn hoofd zou halen tegen jou ten strijde te trekken.

Wie die godheid is? Vult u maar in. De God over wie het in de Bijbel gaat, wil dat mensen niet komen aanzeulen met stieren, rammen, geurende olie en al helemaal niet met eerstgeboren kinderen. Het gaat erom dat mensen elkaar recht doen, trouw zijn en eenvoudig blijven. Zoiets wordt met grote nadruk door een oudtestamentische profeet gezegd en het leek er toen al op dat deze man, Micha, dat zei tegen de grote meerderheid in. Want, nu komt het, mensen waren en zijn vrijwel altijd geneigd wél offers te brengen. De angst voor het onbekende leidt tot de instinctieve reactie om aan ruilhandel te doen. We willen marchanderen, we hopen een wit voetje te krijgen, we willen een voorkeursbehandeling van het lot of van god. En zo wordt er nog steeds geofferd, ook in de moderne tijd, ook door christenen. Dat gaat zo sluipenderwijs dat ook hier sprake is van een onnodig lijden aan het leven. Ik zal dat uitleggen aan de hand van twee voorbeelden.

Het gaat iemand die veel meegemaakt heeft, al een tijd voor de wind. Het geluk lacht hem toe. Er is geen vuiltje aan de lucht. Wat zegt zo iemand dan? Dit kan niet bestaan! Of: waar heb ik dat aan verdiend? Vooral die laatste opmerking, alsof het een prestatie is en een kwestie van beloning of straf, ligt heel wat mensen voorin de mond. Wat doe je dan? Je wordt bang van alle geluk dat jou ten deel valt. En je vraagt je af welk offer je over een tijd moet brengen om de weegschaal van je leven in evenwicht te houden. Nog steeds denken veel mensen bij een ziekte die hen overvalt, dat die ziekte niet zomaar is en dat ze die prijs voor hun geluk moeten betalen. Ook dit is lijden aan het leven, in dit geval meer dan nodig is.

Ik geef nog een ander voorbeeld. Met name oudere mensen kunnen er diep in hun hart niet tegen dat iets gemakkelijk, haast vanzelf gaat. Dat kan dan in hun ogen niet goed zijn. Je mag pas iets fijns incasseren, als je er ook daadwerkelijk je best voor hebt gedaan. Anders klopt het niet. In feite hanteren ze hiermee het vaak niet bewuste beeld van een hemelse godheid die handelt als een ouderwetse onderwijzer die voortdurend alleen maar let op vlijt, netheid en gedrag. Dat er ook zoiets zou bestaan als mazzel of genade of sterker nog, dat dit een achterhaald en niet terecht beeld is, komt niet in hun hoofd op. En zo moet het leven altijd moeite kosten. Want als dat niet zo is, dan doe jij iets niet goed. Hier komt het oude woord uit de Bijbel ook tevoorschijn waarin tot de mens en zijn vrouw wordt gezegd dat de vrouw voortaan met smart haar kinderen zal baren en dat zij beiden in het zweet huns aanschijns het brood zullen eten totdat ze tot de aardbodem weerkeren. Ik gebruik nu maar even de oude vertaling die de ouderen onder u nog steeds bekend in de oren zal klinken.

In die opvatting is het leven dus voortdurend offers brengen, in dit geval van je zélf. Het kan en mag jou niet goed gaan. De mens is nu eenmaalverdreven uit het paradijs en gedoemd zijn dagen te slijten in moeite en verdriet. En, merkwaardigerwijs, dat is ook nog eens eigen schuld, dikke bult. Begrijpt u dat ik daarom zoveel met name ouderen tegenkom die uiterst gevoelig zijn voor de rol van slachtoffer? Ze offeren dan wel niet meer zoals ik eerder beschreef. Ze hebben van zichzelf een slachtoffer gemaakt. Er hoeft maar iets te gebeuren in hun omgeving, of zij onderzoeken hun geweten al met een stofkam om te zien of zij iets gedaan dan wel nagelaten hebben. Vooral dat laatste, dat is altijd prijs. Altijd heeft een mens wel iets niet gedaan wat je achteraf gedaan zou moeten hebben. Schuld dus. En dat altijd aanwezige neerslachtige gevoel is al heel lang je metgezel. Dat onbestemde gevoel, je weet niet waar het vandaan komt. Het is er soms even niet, zalig moment van onverdiende rust. Maar dan is het er weer. Je bent gauw jaloers op medemensen die zich nergens wat van aantrekken. Of je oordeelt over al die anderen die van God los zijn en niet weten dat ze ooit nog wel hun bekomst zullen krijgen. Nee, jij weet het. Jouw leven is lijden en dat is omdat jij weet hoe het zit en dat God jou beproeft om te zien of jij wel ooit eens zijn genade deelachtig mag worden. Vreemde manier van redeneren, maar het is een vaak voorkomende vorm van haast onzichtbaar lijden aan het leven. Grote vraag ten slotte: wat belemmert velen onder ons toch om overeind te komen en het leven in al zijn grilligheid te omhelzen? Wat ons belemmert is een verkeerd idee over God en de onuitroeibare gedachte dat wij voor zijn liefde altijd een prijs moeten betalen...

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde muziek van Christine Pluhar en gezang 234 uit het Liedboek. Gelezen werd uit Micha 6: 6-8. Het gebed kwam uit bovengenoemd boekje.


 

Terug naar overzicht…