Geestelijke groei op de reis die leven heet

Door Aart Mak

‘Nog steeds weet ik niet hoe je de beste elementen uit de oude traditie en het verlangen naar vrijheid organiseert, met alle wijsheid, relativering en zelfcorrectie die daarbij horen. Ik had gedacht dat dit in een kerkgemeenschap kon. Maar ik houd het voor mogelijk dat ik zocht waar het niet kon zijn. Georganiseerde godsdienst heeft namelijk de onuitroeibare neiging de mens afhankelijk te maken…’ Zo eindigde ik de vorige keer. Tja, dit is mijn zoektocht. Ik weet hoe anderen zich thuis voelen in de kerkelijke gemeenschap. Mensen die er de weg weten, graag anderen ontmoeten en voor wie de kerkgemeenschap een tweede familie is. Het is duidelijk dat voor wie oud en afhankelijk van hulp wordt, de kerk een plek is waar je gezien wordt en meetelt. Allemaal niets mis mee. Maar waarom zou je nog meer bij een kerk willen horen? Al die jaren dat ik dominee ben, waren en zijn er collega’s die vol vuur voorgaan in het lezen van de schriften en vinden dat wat daaruit wordt opgediept, gezegd en gevierd moet worden, kortom: je mist iets als je daar niet bij bent. De orthodoxen zeggen dan dat de mens zonder deze aanzegging van verlossing blijft steken in ellende. De evangelische gelovigen geloven dat er zonder Jezus geen leven is. En de liberalen vinden dat deze wereld zonder het woord met een hoofdletter W genadeloos wordt en zonder uitzicht is. Ik heb dat altijd gewaagd te betwijfelen. De leer die het protestantse christendom ontwierp, die van ellende, verlossing en dankbaarheid, was ook maar een opvoedkundig modelletje en de tweeslag zonde – genade was een manier om het reformatorische geloof te verankeren in de menselijke ziel. En de daaruit voortvloeiende opvatting dat mensen zonder christelijk geloof of zonder enige weet van de oude joodse geschriften, totale vreemden zijn als het gaat om genade, naastenliefde en het in vrede leven met jezelf en elkaar, lijkt mij aantoonbaar niet waar.

Iemand schreef mij naar aanleiding van mijn column vorige week, dat het toch om het doorgeven van verhalen gaat, als manier om te geloven. Maar hij overziet, met overigens de beste bedoelingen, dat het mij nooit geschort heeft aan geloof. ‘Ik ben een kind, van God bemind en tot geluk geschapen’, de oude regels van de 18-eeuwse Hiëronymus van Alphen zijn mij, nadat ik allerlei negativiteit over mijzelf, anderen en dit bestaan – ingegeven door de orthodox protestantse opvoeding die ik gehad heb – had overwonnen, tot bijna een lijfspreuk geworden. En juist vanuit die overtuiging ontmoette ik altijd anderen bij wie ik veel herkende, bijvoorbeeld geloven in de betekenis van vertrouwen, het gevoel gezien en gezegend te zijn, het idee dat je als mens verbonden bent met iemand of iets, groter dan jij kunt bevatten, en de diepe overtuiging dat wij nooit moeten twisten over religieuze waarheden maar elkaar wel dienen aan te spreken op moreel gedrag. En dat, elkaar aanspreken op wat wel of niet goed is, op wat wel of niet deugt, is iets waar niet alleen een christelijk gelovig mens maar iedereen uitstekend toe is uitgerust.

Ik moet mijn excuses maken dat ik met te weinig woorden te veel wil zeggen. Laat ik terugkeren naar waar het mij om gaat. Dat wordt vooral ingegeven door teleurstelling. Te vaak heb ik onheilig vuur gezien op plaatsen waar men juist ruimte had gemaakt voor het heilige of de heilige. Bovendien heb ik gezien hoe bij allerlei maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende inzichten over man-vrouw verhoudingen, leven en dood, opvoeding en vragen van oorlog en vrede, de mensen van christelijke huize, op een aantal uitzonderingen na, zichtbaar jaren achterop liepen. Ze waren en zijn te laat. Hun geloof is een ideologie geworden. Bij vraagstukken van oorlog en vrede zag en hoorde ik soms bij christelijk gelovigen de moed om voor de troepen uit te lopen. Maar neem nu de weerzin tegen het individualisme. Met alle terechte kritiek op wat ‘het dikke ik’ wordt genoemd, is de bevrijding van de enkeling toch vooral ook een zegen? Ik weet dat veel gelovigen die ik ken, een hekel hebben aan D’66. Daar kan ik mij iets bij voorstellen gezien de antireligieuze sentimenten die rondwaren in die partij. Maar tegelijk staan die partij en ook andere partijen toch voor een nieuwe manier van mondigheid, gelijkwaardigheid en niet meer bevoogd willen worden door ideeën die bij andere tijden hoorde? En waar is dan het CDA? Conservatief en op het randje van populistisme. Voor mij onbegrijpelijk en eens te meer een bewijs dat christelijk geloof een innerlijke overtuiging is die, zodra je daar iets mee moet in de buitenwereld, tot verschillende gedachten en handelingen leidt. Begrijpelijk omdat mensen van elkaar verschillen.

Kun je dus voluit ja zeggen tegen de inzichten en verworvenheden van deze tijd en tegelijk ook de oude traditie die gaat over wat de mens echt nodig heeft, met je meedragen? Ja, dat kan. Maar dan niet opzichtig en vooral ook niet suggererend dat jij als gelovige iets weet wat anderen niet weten. Ik zeg dit ook allemaal omdat ik de afgelopen week twee keer zeer aangenaam werd getroffen door diepgaande gesprekken met mensen die het wel hadden over spiritualiteit, vertrouwen, stilte, ingevingen en zelfs over God, maar het waren vrijwel allemaal mensen die losgezongen waren van de kerkelijke opvoeding en de bestaande kerkorganisatie. Deze mensen voelden zich vrij en konden vertellen wat ze nodig hadden. En wat ze nodig hadden kwam op het volgende neer: een plek waar je tot rust kon komen, maar dan zonder gemeier aan je hoofd van iemand die het weet. En ze hadden medemensen nodig om het er zo nu en dan over te hebben, over dat wat je bezielt, waar je de moed vandaan haalt en hoe je groeit, geestelijk, op de reis die leven heet.

Terug naar overzicht…