Almachtig

Door Ds. Aart Mak

U heeft het vast ook gezien en gehoord. De grote dag, dinsdag jongstleden, met al die plechtige woorden, stralende mensen, ontroerende momenten. Prinses Beatrix nam afscheid en koning Willem Alexander nam het koningschap van haar over. En toen ging hij, na een wat mij betreft verrassende  en inspirerende toespraak, staan om de eed af te leggen en eindigde hij met de woorden: ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’. Later in de Nieuwe Kerk werden de namen van bijna alle leden van de eerste en tweede kamer genoemd – zestien leden deden niet mee en vier hadden zich afwezig gemeld als ik me goed herinner – en klonk opnieuw dat ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’, afgewisseld door ‘Dat beloof ik’. Ieder op zijne wijs, maar dat God almachtig hield mij nog even bezig. Waar komt dat vandaan? Antwoord: uit oude tijden, zoals allerlei symbolen en riten tijdens een kroning. In het beginnende Europa waarin christelijke keizers als Karel de Grote orde en structuur aanbrachten, moest altijd duidelijk zijn dat zelfs de keizer of de koning niet de hoogste macht had. Ook de drager van dit hoogste ambt had zich volgens oude bijbelse gedachten nog altijd weer te verantwoorden tegenover een hogere macht. Geen mens is almachtig, zelfs de machtige pausen van de Middeleeuwen niet. Menselijke macht die nog weer overstegen wordt door de almachtige God; van die macht ben je afhankelijk en voor die God heb je maar het hoofd te buigen.

Aldus de geschiedenis. En het blijft toch wat vreemd om die hele zin met twee opgeheven, aan elkaar klevende vingers tientallen keren te horen uitspreken. Niet omdat de meeste parlementsleden hun trouw aan de grondwet opnieuw aan de koning toezeggen door te zeggen ‘Dat beloof ik’ – dat is nu eenmaal zo, Nederland is een meerstromenland, met gelovigen en ongelovigen in alle soorten en maten, maar door dat bijvoeglijke naamwoord almachtig. In de hele bijbel komt het woord almacht of almachtig maar drie keer voor en alle drie de keren in deuterocanonieke boeken als 2 Makkabeeën, Sirach en het boek Wijsheid en dan slaat het woord almachtig ook nog een keer op de wijsheid. Dat God genoemd wordt met allerlei toevoegsels als alwetendheid, alziendheid, alomtegenwoordigheid en almacht stamt uit de zich ontwikkelende jonge kerk die woorden nodig had om zichzelf en haar geloof in God een plek te geven in de wereld van rangen en standen. Het was dapper van de eerste generaties christenen om niet mee te doen aan de keizerverering; zij wilden alleen buigen voor een hogere macht, God almachtig.

Intussen zei koning Willem Alexander het ook en hij zei nog veel meer. Ik bedacht tijdens zijn toespraak dat de tijden zijn veranderd en dat deze 46-jarige koning dat goed heeft begrepen. Bij dit koningschap gaat het om iemand die borg staat voor de hoogste menselijke waarden. Daarin volgt hij de stijl waar zijn moeder Beatrix een begin mee heeft gemaakt. De moderne koning moge dan wel ceremonieel zijn geworden in Nederland, tegelijk staat hij voor een traditie van bevrijding van mensen, van tolerantie, verdraagzaamheid en van bescherming van ieder die maatschappelijk het onderspit delft. De optelsom van die waarden is wat het volk van dit land bindt aan het Oranjehuis. Dat is wat terug is van weggeweest. Wilhelmina moest niet zo veel van de democratie hebben. Op haar manlijke voorgangers viel door hun autoritaire of immorele gedrag het nodige aan te merken. Juliana heeft veel gedaan om het koningschap gewoon te maken, maar steeg daar zelf weer moeilijk bovenuit. Er zijn in allerlei landen tijden geweest dat de vorst werd ingehaald en gecorrigeerd door liberale en progressieve politieke stromingen, terwijl hij zelf conservatief was. Koningen waren her en der in Europa geworden tot vreemde restanten van een voorbij verleden, een soort getolereerde, soms handige, chique elite in een democratisch land aan wier persoonlijke mening weinig waarde werd gehecht. Koningen moesten de versiering zijn op de doos waarvan de inhoud door de gekozen volksvertegenwoordigers werd vastgesteld. Het ging en gaat immers om de democratie, het geestelijke gedachtengoed van gewone mensen en de visies die de vertegenwoordigers van het volk ontvouwden. Maar dat visionaire is nu juist wat zo ontbreekt de laatste jaren. Veel politici geven de indruk dat ze in hun zucht naar details, hun tekort schietende weidse blik verhullen. De aanhang van een politieke partij is tegenwoordig niet een grote hoeveelheid leden, maar vooral een voortdurend wisselende samenstelling kiezers. Het populisme en de angst de gunst van de kiezer te verliezen, haalt heel wat diepgang weg. En dus liggen er kansen voor een koning die zijn nieuwe rol goed verstaat.

Het is vandaag bevrijdingsdag. Achtenzestig jaar na het einde van de oorlog hier en op een paar maanden na het einde van de wereldoorlog in Azië. Ook hier gaat het om het stilstaan bij de hoogste waarden waar mensen toen hun leven voor gaven. Vrijheid, verdraagzaamheid, minderheden die met anderen in vrede in hetzelfde land kunnen wonen. De behoefte om nauwkeurig en concreet stil te staan bij de oorlogsslachtoffers op 4 mei, zou gelijk op moeten gaan met de drang om op 5 mei ons zeer bewust te zijn van wat de vrede dient. Vrede is een geschenk dat de vorige generaties aan ons cadeau gaven. En tegelijk is het hard werken om die vrede te handhaven, in jezelf, in mindere economische omstandigheden, met angst voor de toekomst en dus neiging bij velen tot vormen van egoïsme. Dat is waar 5 mei over gaat. En als ik dan weer terugdenk aan de nieuwe koning en een deel van de Kamerleden die hardop zeiden ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’, dan ervaar ik dat ook als een erkenning van het gegeven dat wij altijd onderweg zijn. Het land van vrijheid is nog niet het beloofde land. Daar weten vreemdelingen als de Rus Dolmatov alles van. Een koning die zijn landgenoten regelmatig herinnert aan het beste uit hun traditie en hun bij gelegenheid het morele kompas voorhoudt, is dan het beste dat een democratisch georganiseerd volk als het onze kan overkomen, niet alleen op 27 of 30 april, maar ook op 5 mei en alle dagen van vrijheid die mogen volgen.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek uit de film ‘John Adams’ en het ‘Swell, swell’ uit Solomon van Haendel. Gelezen werd uit Romeinen 12: 12-17-18. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…