Fout

Door Ds. Aart Mak

Die jongen van wie dat gedicht niet mocht worden voorgelezen, raakte een gevoelige snaar in onze samenleving. Ik geloof dat het Centrum Informatie en Documentatie Israël begon met teleurgesteld te zijn in het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het CIDI vond het onvoorstelbaar dat een 15-jarige scholier tijdens de jaarlijkse dodenherdenking op de Dam een gedicht zou voordragen over een oudoom die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aanmeldde bij de Waffen-SS. Esther Voet van het CIDI zei  dat er aandacht moet zijn voor de daders van destijds, maar niet op 4 mei. Citaat: ‘Het is een hellend vlak. Als het comité 4 en 5 mei al niet meer kan laten zien wat de verschillen zijn tussen dader en slachtoffer, hoe zit dat dan met de rest van de maatschappij. Hoe kun je nog kijken naar wat het verschil is tussen goed en kwaad?’ Ze benadrukt dat 4 mei een dag is waarop de slachtoffers moeten worden herdacht.

Maar de directeur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, Nine Nooter,  zei toen dat het niet gaat over daders en slachtoffers. Met zijn gedicht laat de 15-jarige Auke de Leeuw volgens het comité zien hoe de oorlog generaties lang doorwerkt en hoe er binnen één gezin goede en foute keuzes zijn gemaakt. Mevrouw Nooter wees er bovendien op dat er ook vier kinderen van het gezin van de oudoom in het verzet zaten. De scholier heeft volgens de directeur van het comité grote moed getoond om zijn geschiedenis te delen en het dilemma bloot te leggen waar hij mee worstelt. ‘Het gaat over het maken van keuzes en hoe hij ervoor kan zorgen dat het een betere wereld wordt. De dichter roept op integere wijze de generatie van nu juist op om te blijven herdenken.’

Inmiddels hebben we de 4 mei-vieringen gehad en wist u voor die datum al dat het gedicht van Auke de Leeuw niet zou worden voorgelezen op de Dam in Amsterdam. Kort voor 4 mei ontstond er trouwens ook ophef over de dodenherdenking in de Gelderse plaats Vorden. Het leidde zelfs tot een kort geding. Men wilde daar ook Duitse soldaten die omkwamen gedenken. En daartegen kwamen het Simon Wiesenthal Centrum en Federatief Joods Nederland in opstand. De rechter moest beslissen. En zo zal de Nederlandse samenleving ook volgend jaar weer even heftig bezig zijn met de vraag voor wie de herdenking bedoeld is en voor wie niet en om welke slachtoffers het nu eigenlijk moet gaan.

Het probleem is dat we twee dingen tegelijk willen. De gevallenen van toen herdenken is een, de huidige generaties alert houden voor wat er in de wereld gebeurt is twee. Mij komt het voor dat Auke de Leeuw precies dat heeft geschreven waarom het gaat. Een jonge, onbezonnen vent, mede gedreven door armoede, maakt de verkeerde keuze en vergooit daarmee zijn leven. Het kiezen voor goed of fout hoort fundamenteel bij een mens, maar het besef hoe lastig, verwarrend en soms onmogelijk dat kan zijn, ook. Vorig jaar waren er protesten toen Grimbert Rost van Tonningen op 4 mei zou spreken tijdens een herdenkingsdienst in Culemborg. Rost van Tonningen is een fatsoenlijke man die op alle mogelijke manieren het fascistische gedachtegoed van zijn ouders heeft verworpen. Toch schreef rabbijn Evers van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap toen: ‘Natuurlijk onderscheid ik goede en slechte mensen. Iedereen kan spijt hebben. Grimbert heeft ongetwijfeld afgerekend met het Naziverleden van zijn ouders. Maar dat besef is niet essentieel voor de vraag of hij moet worden uitgenodigd. Historische, emotionele en psychologische feiten pleiten tegen.’ Vergelijkbaar hiermee was weer een jaar eerder toen er heftig gediscussieerd werd over de Duitse ambassadeur en zijn eventuele aanwezigheid bij de dodenherdenking op de Dam. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei wist de hele discussie uiteindelijk te sussen door aan te geven dat de herdenking op de Dam een nationaal karakter heeft en dat er daarom geen ambassadeurs worden uitgenodigd.

Nu ik er goed over nadenk, besef ik dat bij deze jaarlijkse nationale herdenking er altijd sprake moet zijn van de grootste gemene deler. Het moet gaan over wat ons allen in dit land verenigt en bindt. Dan moet je, het is onontkoombaar, rekening houden met de gevoelens van de zwaksten. Zo haakt niemand emotioneel af, dat is de kracht, maar het houdt tegelijk het gevaar van ritualisme in. Ritualisme is dat je iets doet maar je voelt er haast niets bij. Bedenk, in vergelijkende zin, dat je op allerlei plaatsen in Nederland op 15 mei elk jaar bijeen zou komen om de Vrede van Münster te gedenken. Dat was, zoals u misschien nog weet, het einde van de tachtigjarige oorlog met Spanje, in 1648 gesloten. Ook in die oorlog zijn veel slachtoffers gevallen. Er is genoeg reden om hier ook bij stil te staan. Maar we doen het niet. Waarom dan wel bij de Tweede Wereldoorlog? Omdat het zo kort geleden nog maar is? Omdat talloze gezinnen en families de sporen dragen van wat toen gebeurd is, hier, in Duitsland, in Polen of in het Verre Oosten? Omdat er nog elk jaar zoveel verhalen loskomen over deze periode? Omdat we nog steeds aan het verwerken zijn dat het niet alleen een oorlog was waar soldaten in omkwamen, maar ook een godgeklaagde barbarij met het bijna geslaagde plan om een heel volk uit te moorden? Dat is allemaal mogelijk.

Ik kan mij wel voorstellen dat in kleinere, niet door een nationaal of plaatselijk comité georganiseerde bijeenkomsten, andere vragen worden gesteld. Over goed en kwaad, over toen en nu, over alles waar het gedicht van Auke de Leeuw bijvoorbeeld over gaat. Dat lijkt mij de taak van kunstenaars en zeker ook van geloofsgemeenschappen. Zo hebben direct na de oorlog verschillende verzets- en vervolgingsslachtoffers het initiatief genomen om met voormalige vijanden in gesprek te gaan. Anderen waren en zijn daar nog lang niet aan toe. Het zonder moralisme aan de orde stellen wat er komt kijken om aan vergeving en verzoening toe te komen, lijkt mij wel typisch christelijk. Evengoed als de terughoudendheid om te oordelen over de mens. Hoe snel kan iemand de verkeerde keuze maken? Wat mij het meest trof was die moeder in dat gedicht van Auke. Elf kinderen had die moeder, zes thuisblijvers, waarschijnlijk nog te jong, vier in het verzet, een vechtend aan het oostfront. En dan staat er: ‘Alle elf had ze even lief.’

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Michael Nyman en het Lied van de Vrede van Willem Vogel. Gelezen werd uit 1 Korinte8: 9. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Mijn naam is Auke Siebe Dirk

Ik ben vernoemd naar mijn oudoom Dirk Siebe

Een jongen die een verkeerde keuze heeft gemaakt



Koos voor een verkeerd leger

Met verkeerde idealen

Vluchtte voor de armoede

Hoopte op een beter leven



Geen weg meer terug

Als een keuze is gemaakt

Alleen een weg vooruit

Die hij niet ontlopen kan



Vechtend tegen Russen

ngst om zelf dood te gaan

Denkend aan thuis

Waar Dirk z’n toekomst nog beginnen moet

Zijn moeder is verscheurd door de oorlog

Mama van elf kinderen, waarvan vier in het verzet zitten

En een vechtend aan het oostfront

Alle elf had ze even lief



Dirk Siebe kwam nooit meer thuis



Mijn naam is Auke Siebe Dirk

Ik ben vernoemd naar Dirk Siebe

Omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden.

 

Terug naar overzicht…