Spiegel

Door Aart Mak

Neem nou iemand die tegenover je zit en hele gespierde taal uitslaat. Krachttermen. Opmerkingen soms die randje grof zijn. Wat doe je dan? De kans bestaat dat, als je dat niet eerder hebt meegemaakt, je gaat meedoen. Terwijl je eerst nog genuanceerd antwoord geeft, overeenkomstig je manier van denken, blijkt dit totaal geen vat te hebben op je gesprekspartner. Hij valt je in de rede. Hij walst over je heen. En dan ga je ook grote woorden gebruiken. En termen als ‘absoluut’. Of een uitdrukking als ‘zonder twijfel’. Of je begint je zinnen ook met ‘Geloof me!’ of je eindigt je zinnen met ‘denk je ook niet?’ Omdat je niet alleen maar wilt luisteren naar de halve en hele onzin, ga je ook overdrijven, uitvergroten en opmerkingen maken als ‘Dat kan iedereen begrijpen, tenzij je dom bent.’ De ander zegt dat alle joden onbetrouwbaar zijn. Nu wordt het moeilijk. Je hebt je namelijk daarvoor al aangepast, bent al harder gaan praten en gebruikt woorden die je anders nooit gebruikt. Wat zeg je dan? Waarschijnlijk roep je terug: ‘Nee, nee, niet alle joden, ik ken er zat die..!’ Waarop die ander over je heen gaat en het ene na het andere voorbeeld geeft waaruit moet blijken dat Hitler toch wel een beetje gelijk had. Dat soort gesprekken. Dan vergt het moed om tegen die ander te zeggen dat je het er totaal niet mee eens bent en dat je het zelfs walgelijk vindt om mensen zo te etiketteren. Maar doe je dat? Durf je dat?

Waar ik hier op doel is, is het kopieergedrag van mensen. Het is prima en zelfs beschaafd om je aan elkaar aan te passen. Maar tot hoever ga je? Het begint vaak met overdrijving. Meestal ook met tamelijk groffe grappen over bevolkingsgroepen. Dan wordt er een sterk staaltje bijgehaald, iets dat werkelijk gebeurd is en dat inderdaad niet deugt. En dan wordt, na wat gesputter van jou, gezegd dat je toch voorzichtig moet zijn. Je kunt maar beter op je hoede zijn, dat soort altijd geldige waarheden. En dan wordt dat wat belangstellend en hartelijk begon, een gesprek tussen twee mensen, een litanie van ellende waarop maar één antwoord mogelijk is: zij tegenover wij. Je moet niet denken dat zij eerlijk aan hun geld gekomen zijn. Je moet je huis afsluiten. Het zijn zakkenvullers. Wat wordt er gedaan voor ons, hardwerkende mensen? Dat soort opmerkingen. En als je niet uitkijkt of bang bent dat die ander jou wel eens niet aardig zou kunnen vinden, houd je je mening voor je en mompel je hooguit wat amper opgemerkte tegenwerpingen.

Dit spiegelgedrag – zo noem ik het ook wel – is heel bekend. En van elke keer dat je erin trapt, kun je een hoop leren, tenminste als je je schaamte te boven wilt komen. Ik zeg dit in deze Binnenkamer omdat ik zelf heel goed weet waar dit over gaat. De neiging om aardig gevonden te worden door wie dan ook en om niet als een man van de wereld gezien te worden, kan heel sterk zijn. Maar je kunt leren van je uitglijders. En wat ik nu om mij heen zie gebeuren, in het groot, doet mij hieraan denken. Want populisten zijn de meesters van de oneliners, de grappen en de grofheden. Ze provoceren graag. Ze houden niet van nuance. Ze zijn verongelijkt of roepen dat gevoel bij anderen op. En het is toch logisch dat je het recht in eigen handen neemt? Want die politie van tegenwoordig! Neem nou die man in Italië wiens pas getrouwde vrouw door een automobilist die door rood reed, werd dood gereden. De dader moest nog berecht worden, liep vrij rond en zat genoeglijk ergens in een café. De weduwnaar drong gewapend met een pistool dat café binnen, schoot vier keer op de man die zijn grote liefde had vermoord, ging naar het graf van zijn vrouw, liet het pistool daar achter en gaf zich aan bij de politie. Een indrukwekkend verhaal. Maar, als je niet uitkijkt, is het koren op de molen van al die mensen die tegenwoordig vinden dat het een zootje in de maatschappij is en dat we strenger en harder moeten optreden tegen hufters in het verkeer, dronkenlappen en – en dan komt het, in één moeite door – de vluchtelingen, de asielzoekers, ach wat, al die gelukszoekers. En voor je het weet wordt er gezegd dat de meeste moslims ook niet te vertrouwen zijn. Net zoals altijd al van de joden werd gezegd. En wordt gezegd. Hoewel de meeste populisten geen antisemiet maar filosemiet zijn. Moet je aan de Palestijnen vragen wat dat betekent.

Ik geef toe, ik heb de laatste twee weken bijna obsessief het nieuws over Trump en zijn regering gevolgd. Ik wilde niets missen van wat ik als een zich langzaam ontvouwende catastrofe beschouw. Met velen was ik verbaasd of verbijsterd over zijn uitspraken en presidentiële pennenstreken. Tot ik mij zelf tijdens het scheren aankeek in de spiegel. Ik besefte dat ik mij liet vangen door die grofgebekte manier van praten en doen die nu vanuit het Witte Huis de wereld over gaat. Op allerlei manieren levensgevaarlijk. Maar ik vertrouw erop dat miljoenen mensen zoals ik vasthoudend, beschaafd en genuanceerd zo’n hork van repliek  dienen en opkomen voor mensen en groepen die ineens onbeschermd het oordeel en de wilde dadendrang van deze schreeuwer over zich heen krijgen. En ook, bedacht ik, doorgaan met leven, genieten, gewoon doen, subtiel blijven en zachtaardig zijn.                 

Terug naar overzicht…