Polder

Door Ds. Aart Mak

Blijkt Leo Blokhuis een domineeszoon te zijn. Leo Blokhuis wordt ook wel ‘popprofessor’ genoemd omdat hij meer dan wie ook in Nederland weet van de laatste halve eeuw popmuziek. Regelmatig duikt zijn gezicht op in De Wereld Draait Door bijvoorbeeld. Zijn vader was dus predikant van de vrijgemaakte gereformeerde kerk onderhoudende artikel 31. Dat is een kerk waar ze tot op de dag van vandaag donker roggebrood en zeker geen slap witbrood serveren. Ik lees zijn verhaal in het blad Happinez, het blad dat gaat over moderne spiritualiteit en zo’n hoge oplage heeft. Leo zal nu iets meer dan vijftig jaar oud zijn. Op zondag werd er vroeger bij hem niet gefietst en keek men niet naar de televisie. Het aardige is dat hij met liefde over zijn ouders en het altijd hectische gezin spreekt. Zijn vader was altijd aan het werk en kwam niet echt toe aan zijn hobby’s, aan zijn moeder die geen Engels sprak, probeerde hij tevergeefs uit te leggen dat in sommige popmuziek het evangelie wordt verteld zonder de naam Jezus te gebruiken en het harmonium vond hij een seksloos instrument waar je alleen maar lucht inpompt om er Johannes de Heer op te spelen. Maar hij zegt wel: ‘God geeft me kracht. Ik geloof in een sturende, stuwende, alziende Schepper, ik bid, ik vast en ga zondag naar de kerk, al zou dat laatste vaker mogen.’ En even later: ‘In God geloven is naïef. Het is een aanname. Het gaat om vertrouwen, om beleving, om gevoel.’

En zo kan iemand je verrassen. Heb ik me toch weer mee laten slepen door het beeld dat cultuurdragers van nu niet of nauwelijks iets met het christelijke, laat staan het kerkelijke geloof hebben. Goeie les. Nog een citaat van Leo Blokhuis, ik kan het niet laten: ‘Ik houd zielsveel van mijn ouders. Maar ik vind dat zij zich hebben laten vangen door de cultuur en structuur van het gereformeerde geloof. Ik weet nog dat Toon Hermans op zondagavond op televisie was. Ik was toen een jaar of achttien en zat in het café. Dat veroordeelden mijn ouders: op zondag in de kroeg mag niet. Dat ik een goed en diepgaand gesprek met een vriendinnetje had, deed niet er zake. Waar hebben we het over? Eer je God dan wel als je onderuitgezakt naar Toon Hermans zit te kijken? Angst is een sleutelbegrip in het geloof. Angst voor seks, angst voor de duivel, angst voor eeuwige straf. Ik heb me van de angsten ontdaan. Liefde, daar gaat het om.’

Ik moest, toen ik dit allemaal overwoog en mijzelf onderzocht, aan drie  woorden denken. Allereerst aan het woord polderblindheid. Zo noemt de wel vaker door mij genoemde godsdienstsocioloog Joep de Hart dat. Hij bedoelt daarmee dat veel kerken tegenwoordig lijken op chauffeurs die op kilometerslange rechte wegen op de automatische piloot rijden en niet meer alert zijn op bochten en kruisingen. Veel van de huidige kerkgemeenschappen gaan maar door, doen wat ze altijd al deden en hebben geen idee van wat er om hen heen in de samenleving op geestelijk vlak gebeurt. Men is gericht op zichzelf en het in stand houden van de eigen gemeenschap en dat is het dan. Ander beeld: nogal wat kerken zijn als goudvissen die hun rondjes zwemmen in een kom. Meer gebeurt er, althans voor het oog van buitenstaanders, niet.

Toen moest ik denken aan het woord molensteen. Dat was het woord dat in de laatste Kerkinformatie, het officiële blad van de PKN, boven de maandelijks column van Peter Verhoeff stond. Peter Verhoeff, Alkmaars predikant, is alweer een jaar of twee voorzitter van de generale synode, de hoogste vergadering van deze kerk. Hij schrijft dat de kerk haar eigen molensteen is geworden. Hij signaleert wat iedereen kan zien: kerken doen aan schaalvergroting. Financieel gaat het niet meer als zelfstandige gemeente, te weinig leden, te veel kosten voor het onderhoud. Dan maar met andere kerken samen. Gewoon een paar dorpen bij elkaar voegen, stadswijken herschikken en dan samen een dominee beroepen. Deze schaalvergroting, signaleert Verhoeff, wordt dikwijls gezien als het ei van Columbus, maar doodt in wezen het laatste elan. Hij bedoelt dat veel kerken ondanks gebouwen die gesloten moeten worden en dominees die desnoods dan maar voor 30% worden aangesteld, in essentie kerk willen blijven op de manier zoals ze het altijd deden. Het zal allemaal voortkomen uit liefde voor de kerk en uit een onvermogen om anders over de kerk te denken, maar, zegt Verhoeff, het klopt niet. Zo organiseert de kerk haar eigen ondergang. Alle kaarten worden gezet op het instandhouden en bewaren van het pand der vaderen, letterlijk en geestelijk. Maar wordt er ook nagedacht over de vraag: Waar deden we het ook alweer voor?

En tenslotte dacht ik aan het woordpaar ‘Nee en Amen’. Ik kwam het tegen in een verhaal over wat Wigle Tamboer, voorganger van de Vrije Baptistengemeente De Meerkerk in Hoofddorp, ergens gehouden had. Met ‘Nee en amen’ zeggen bedoelt hij dat we als kerken vaak teveel willen - nog weer een activiteit erbij, mensen nog actiever maken -, maar daar ligt de kern van kerk zijn niet. Integendeel zelfs, al dat moeten en steeds maar meer willen maakt kopschuw. Het gaat in de kerk om wat Tamboer noemt: mensen leren focussen op hun roeping, trouw zijn daaraan, bidden en bereid zijn geestelijk te groeien. Te veel doen in de kerk leidt af van de roeping, kopte de verslaggever van dit verhaal zijn artikel in Christelijk Weekblad. En toegegeven, de Meerkerk doet het in de polder, de Haarlemmermeer, goed met zo’n 1500 bezoekers per zondag. Na haalt Radio Bloemendaal dat ook gemakkelijk volgens mij, maar daarmee trap  ik in de val om te letten op de buitenkant, cijfers, aantallen en niet op de binnenkant, de geest, de kern. En op die binnenkant wijzen Tamboer, Verhoeff en ook, bien étonnés de se trouver ensemble, Blokhuis.

Het worden dus opnieuw spannende en uitdagende jaren. U moet vooral gaan letten op grensdoorbrekende activiteiten. Gedurfde projecten. Leden van kerkelijke gemeenten die het bekende kerkgebouw achter zich laten en de markt opzoeken, letterlijk en figuurlijk. We zijn er aan toe. De jongen piepen allang niet meer zoals de ouden zongen. Na niet doorrijden in de polder en denken dat het wel goed komt. Stoppen. Om je heen kijken. Luisteren. In Happinez gaat het elke maand om mensen met een groot verlangen naar harmonie, richting in hun leven, evenwicht en een vorm van leiding van hogerhand. Er valt daar net zo veel commentaar op te geven als er valt te geven op het verlangen naar God, geestkracht en troost binnen de kerken. Maar mensen zijn wezens die in het algemeen niet zomaar raak willen leven. Ze willen ingebed zijn in een groter geheel, weten dat hun leven ertoe doet, ontdekken wie ze zijn en wat er uit kan komen, dat allemaal. Daar moeten nieuwe vormen voor worden gevonden. Dat kan alleen door ook op geestelijk vlak contact te maken en de zogeheten buitenkerkelijken te leren kennen, elkaar in alle verschillen te aanvaarden en samen iets nieuws te verzinnen. In plaats van polderblindheid hebben wij zieners nodig, zieners in de polder.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Purcell en gezang 114 uit het Liedboek van de Kerken. Gelezen werd uit Matteüs 18: 6-7. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…