Vertrouwen

Door Aart Mak

Het is geen kunst om met woorden te onthutsen, af te breken, dodelijke opmerkingen te maken, muren tussen mensen neer te zetten. Wat wel een kunst is, is om met woorden bruggen te bouwen, herkenning op te roepen, ontroering te veroorzaken, inkeer en verandering teweeg te brengen, dat helemaal, verandering, als dat toch eens zou kunnen! Dit is een merkwaardige tijd. Advent, bijna kerst. We wachten op iets dat al lang geleden gebeurd is. Dat kind dat ooit geboren is en dat ver na zijn wrede dood op de lange duur de wereld ingrijpend heeft veranderd. Waar wacht ik dan op? Misschien is het eerder dat ik mij oefen in de kunst van het wachten. Noem het verwachting. Misschien kun je nog beter spreken van hoop. Optimisme zelfs misschien. Maar dat komt je niet als vanzelf aanvliegen. Wie het nationale gesprek over zwarte piet beluistert, schrikt zich te pletter. Een volkomen uit de hand gelopen discussie waar voor- en tegenstanders zich ingegraven hebben in hun eigen gelijk. De meesten zoals ik praten er niet over, geschokt als ze zijn over de verharding en vooral de boosheid die bezit heeft genomen van een naar het lijkt behoorlijk aantal mensen. Je moet voorzichtig zijn met wat je op straat tegen iemand zegt, is de grootste volkswijsheid van dit moment. En als sinterklaas weer naar Spanje is vertrokken, dient zich de volgende splijtzwam aan. Dus: waar haal je dan de hoop vandaan? Of, anders gezegd, is er, om je heen kijkend, ook nog iets goeds te verwachten?

En toen was er ineens Jan Terlouw. In één van de praatprogramma’s zat deze inmiddels 85-jarige voormalige politicus zijn verhaal te vertellen. En dat verhaal ging behalve over de aarde en het klimaat, over het grote gebrek aan vertrouwen in de huidige maatschappij. Het leek erop, gezien de reacties de volgende dag, dat veel mensen dit herkenden. En dan vooral zijn pleidooi om elkaar weer te leren vertrouwen ondersteunen. Men herkende zijn voorbeeld dat je tegenwoordig om een brug te bouwen meer advocaten dan ingenieurs nodig hebt. En ook, denk ik, zijn verklaring van de opkomst van het populisme, namelijk een gebrek aan vertrouwen in de huidige politici. Hoe dat herstel van vertrouwen moet gaan, zei Terlouw er niet bij. Hoefde hij ook niet. Zijn taak was om als een Johannes de Doper ons de ogen te openen. En de meer dan een miljoen kijkers en anderen zoals ik die later hebben gekeken, realiseerden zich dat we niets klaarmaken als we het meest fundamentele wat mensen tot iets in staat stelt, overslaan. En dat is dus vertrouwen.

Vertrouwen, mooi woord. Maar waarom waren we dat woord dan kwijt geraakt? Het lijkt er al langer dan vandaag op dat we in tijden terecht zijn gekomen dat de taal van de kerk niet meer wordt verstaan. Dat ligt aan het instituut, de schatbewaarder van oorspronkelijke woorden vol hoop, vergevingsgezindheid en dus ook vertrouwen, dat het goud heeft laten verdoffen en misschien zelfs verdonkeremaand. En dat ligt ook aan mensen die als tovenaarsleerlingen niet goed om weten te gaan met de verworven vrijheden van de laatste zeventig jaar. Ik hoorde op de radio de oud-schaatser Björn Nijenhuis die uitlegde waarom seksueel misbruik van jonge mensen in de sport zo verdacht veel lijkt op het seksuele misbruik van jongeren in de kerk. Sport is namelijk een instituut. En daar wil je als jongere bijhoren. En als oudere mannen dan rare dingen doen, duurt het heel lang voordat je jezelf durft toegeven dat het niet deugt. Je bent bang door het machtige instituut, vroeger de kerk, nu de sport, geëxcommuniceerd te worden. Terwijl je er zo graag bij wilt horen. En van die macht maken sommige priesters, trainers en masseurs dus misbruik. En dat is, voeg ik eraan toe, precies de reden dat moderne mensen het instituut wantrouwen. Net als dat ze de politiek wantrouwen. Het zijn zakkenvullers, mensen die alleen maar aan zichzelf denken in plaats van dienstbaar te zijn aan de samenleving, hoor je dan. Dus waar zullen we dan de woorden van hoop, de kunst om geduld te oefenen en de drang om in beweging te komen om er iets moois van te maken, vandaan halen?

Hoop en verwachting komen niet als de kwartels uit het oude woestijnverhaal als vanzelf aanvliegen. Hoewel. Het is mij vaker in mijn leven gebeurd dat ik iets niet zag omdat ik het niet verwachtte. Of dat ik zo bezig was met het verwerken van mijn mislukking, dat ik totaal overzag dat iets nieuws zich als een vogeltje in mij nestelde. Ik ben iemand die door studie en ervaring wel verbinding heeft gehouden met die oude verhalen van hoop, vergevingsgezindheid en vertrouwen. En het is mijn taak om daarvan te blijven getuigen en mensen die door omstandigheden op het verkeerde been zijn gezet, te helpen hun gewicht weer te verplaatsen. Door wat Terlouw in DWDD zei, realiseerde ik me opnieuw dat we ernaar snakken om te midden van alle denigrerende en afbrekende woorden, woorden te horen die opbouwen en verenigd te worden door verhalen vol visie en verwachting. En soms komt dat je toch aanvliegen, haast als vanzelf, hoera! 

Terug naar overzicht…