Angst

Door Ds. Aart Mak

Al weken betrap ik mezelf op een bijzondere vorm van gedrag. Ik kijk weg, ik sla het over, ik wil het niet weten, ik denk: het zal wel meevallen, ik hoop stiekem dat het mijn deur wel voorbij zal gaan. Dit gedrag wordt dus veroorzaakt door angst. Dit is het nu: angst. Ik geef het toe en ik begin er nu zelf over. Het is gewoon zo. Een diepe angst welt soms in mij op. En omdat ik vrees deze angst in het aangezicht te zien, kijk ik weg en vermei ik mij met onnozele bezigheden, maak ik lijstjes met de kleine taken die mij in mijn leventje wachten – dakgoot schoonmaken, wasmachine repareren, zolderkast opruimen, u kent dat wel. En wat ik vooral doe, ik heb nu eenmaal een fulltime baan, ik zorg wel dat ik hard aan het werk ben. Werk, zeker mijn werk, geeft zin aan mijn leven en houdt mijn gedachten tot in de nachtelijke uren aan de gang. Op deze manier kan ik mijzelf altijd wijsmaken dat ik of te druk of te moe ben om me met mijn angst bezig te houden. Dat is wel handig. En ik hoop maar dat in de tussentijd mijn angst voorbijgaat.

Ik ben dus bang dat de hele boel gaat instorten. En met die boel bedoel ik onze manier van leven, deze maatschappij, de vanzelfsprekende welvaart, het sociale vangnet, het redelijke overleg, de min of meer veilige straten, het zaterdag met een gevulde kar bij de kassa van de supermarkt afrekenen. Mijn angst is dat dit allemaal voorbijgaat en dat het niet lang zal duren voor het zover is. Soms zie ik het voor me: lange rijen mensen, ergens op een Hollandse dijk, in donkere, grauwe kleding gehuld, handkarren met hun huisraad voortduwend. Geen idee waar ze naartoe op weg zijn, maar ze komen wel ergens vandaan waar ze niet meer willen zijn. Het is geen oorlog. Ik hoor geen sirenes, geweervuur of bomexplosies. Eerder hangt er een intense stilte. Ik hoor geen geluiden van auto’s ook, geen lawaai van fabrieken waar vrachtwagens in en uit rijden, geen treinen in de verte die over de wissels krassen, alleen wat gekrijs van meeuwen in de lucht boven mij.

Ik overdrijf. Zeker. Zo gaat dat met angst die een mens als ik niet onder ogen durft zien. Zo’n angst gaat een eigen leven leiden, hij wordt een zelfstandig persoon die je lastig valt met zijn bevende gehuil. Dat noemen we dus een spook. Misschien is het daarom goed dat ik het eens met u over die angst heb. Ik merk nu al dat hij een beetje krimpt. Ik zal u daarom ook zeggen waar die angst vandaan komt. Hij moet te maken hebben met de dromen die ik als kind had. Over oorlog, brandende huizen, soldaten en bomkraters. En die dromen weerspiegelden de verhalen die ik hoorde over de bezetting in 40-45, de boeken ook die ik  las over soldaten van Napoleon, terugkerend uit Rusland, over mensen die geronseld werden en als slaaf weggevoerd uit Portugal, over scheepsjongens die omkwamen tijdens uitputtende zee-expedities rond Kaap Hoorn. Zo veilig is het leven dus niet, dat werd me wel duidelijk. En als ik dan wakker was geschrokken uit zo’n droom, knipte ik het lampje aan, ging weer normaal ademen en las weer verder in mijn boek, terwijl de andere boeken klaar stonden voor later in het Tomado-rekje boven mijn bed.

Deze oude angst en al mijn vluchtpogingen om die niet onder ogen te zien, hebben te maken met het continent Europa en de ellende waarin dit volgens de mythe ooit zo mooie meisje gedompeld is. Het is de Europese crisis waar de kranten al weken, zo niet maanden over berichten. De volksoplopen in steden als Athene. De bezorgde, zelfs benauwde gezichten van regeringsleiders. De duizelingwekkende getallen die de schuld van een land moeten uitdrukken. Het toenemend aantal huizen dat te koop staat. Bedrijven die failliet gaan. ZZP’ers die het niet redden. Pensioenen die de inflatie niet bij kunnen benen. Verpleeghuizen met tekort aan geld en personeel. Persoongebonden budgetten waarin gesneden wordt. Het idee dat landen als China en India moeten bijspringen om ons te redden. Hebben die nog niet een appeltje met ons, de vroeger kolonisators, te schillen? Nu ik erover spreek, merk ik dat het hele verhaal over Europa religieuze proporties heeft gekregen. Dat is vreemd. Het gaat toch over geld, ruilhandel, begrotingen, inkomsten en uitgaven. Nuchterder en reëler kan het niet, zou je zeggen. Bijt maar eens in een gulden, pardon een euro en je voelt: zo hard als deze munt, zo werkelijk is de wereld van het geld. Niet dus. Neem nu die kredietbeoordelaars zoals Moody’s. Voor mij volkomen onzichtbare en naar ik vrees oncontroleerbare instanties die ervoor zorgen dat een land of een bank als de RABO ineens van driemaal A naar AA plus gaan. En dat leidt weer tot grote consternatie op de financiële markten, zogenaamde afwaarderingen en noodzakelijke nieuwe schuldsaneringen. Die instanties  doen mij ineens sterk denken aan priesters. Onzichtbare, met een heilige reuk omgeven hogepriesters, onaanraakbaar ver weg. Ze vertegenwoordigen een heiligheid waarvoor je op de knieën moet, of je nu wilt of niet. Er worden ook offers gevraagd. Ook weer zo’n typisch religieus woord. Net als schuld natuurlijk. Om de schuld te verminderen, moeten er offers worden gebracht. Dus worden de nationale begrotingen  bijgesteld en zeggen de regeringsleiders dat iedereen het zal voelen. In feite is het een grote cultus met altijd maar weer dat ritueel van de lagere priesterkaste van onze regeringsleiders die in Brussel samenkomen om daar na een of twee dagen nachtelijk overleg gespannen en bezorgd uit tevoorschijn te komen. Geruststellende woorden, uiteraard, maar wel met de boodschap dat elk land zijn leven moet beteren, dat er anders straffen dreigen en dat er zelfs, in geval van Griekenland, excommunicatie kan volgen. Ik wil maar zeggen: dit hele financieel-economische verhaal waar ik zulke angstige beelden bij kan krijgen, heeft religieuze proporties aangenomen. Er is sprake is van een echte en een schijnwereld, van schuld en boete, van belofte van voorspoed en dreiging met armoede en van een rentelast die doet denken aan het voortdurend tekort schieten jegens een onzichtbare god bij wie je voor altijd in het krijt staat.

Zo, dat is eruit. En mijn angst is inmiddels aardig geslonken. Want nu betreed ik weer bekend terrein. Ik herinner mij opeens de verhalen over schuld waar geen boete op volgt. Over onzichtbaarheid die zich onthult als menslievendheid. Over mensen die leerden dat een woestijn een plek is waar je niet alleen armer maar ook wijzer wordt. Over iemand die op het gevaar van rijkdom wees en de eenvoudige zielen zalig sprak. Dit allemaal ontslaat de Europeanen niet van een diep ingrijpende en ongetwijfeld pijnlijke operatie om alle lekken boven water en het financieel-economische schip weer zelfstandig drijvend te krijgen. Maar het is wel afhankelijk van hoe je kijkt. Zijn we op weg naar de afgrond, mensen met grauwe gezichten die hun bakfietsen met schamele huisraad voortduwen over een dijk naar onbekende verten? Of is er andere toekomst? Een jonge vrouw die zwanger wordt, een stronk waaruit een nieuwe scheut tevoorschijn schiet, een volk in het duister waarover een zinderend licht opgaat? Het is Advent en volgens mij is geloof altijd dat we met vertrouwen wachten op wat of wie komen gaat. Ik moest dat maar eens goed tot me laten doordringen in mijn dagdromen en nachtelijke wakker liggen.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek uit Paradise Road en gezang 122 uit het Liedboek van de Kerken. Gelezen werd uit Matteüs 11: 29. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.


 

Terug naar overzicht…