Bezieling

Door Ds. Aart Mak

Glasblazer, stoffeerder, rietdekker, voeger, pannendekker, goudsmid, restauratiestukadoor, tegelzetter en stratenmaker. Het zijn alle oude ambachten die volgens ingewijden nauwelijks nog nieuwe liefhebbers trekken. Dit jaar nog maar dertien leerlingen, terwijl dat er zes jaar geleden nog zestig waren, zei het hoofd van de meubel- en stoffeerdersopleiding aan het ROC Twente. De rietdekkersopleiding had dit jaar drie aanmeldingen. En ook de cursus rietdekken gaat niet door. Riet is ziek. Dat laatste is een grapje, ik kon het niet laten. Waar het om gaat is dat we over een aantal jaar niet alleen een tekort aan vaklieden hebben, maar dat er misschien ook wel geen Nederlander meer te vinden is als u uw kapotte stoel wilt laten repareren. Is dat ernstig, in een tijd dat Nederland meer en meer deel van Europa wordt? Ik weet het niet. Meestal gaan vraag en aanbod zich in een maatschappij opnieuw tot elkaar verhouden. Er komen wel weer oplossingen en anders gaat het zoals het ging met de schaapherders, de parlevinkers en de lorrenboeren. Ze zijn er niet meer omdat niemand meer om hen vraagt.

Je kunt op eenzelfde manier je in alle ernst afvragen of er halverwege de 21e eeuw nog kerkelijk gelovige christenen in Nederland zijn. Nu weet ik ook wel dat christen-zijn geen beroep is, maar ook hier volg je een opleiding (catechese) en leg je op een leeftijd dat je volwassen bent, een proeve van bekwaamheid af (belijdeniscatechese). In de rooms-katholieke kerk ging en gaat dat iets anders, maar het maakt geen wezenlijk verschil. Christen kun je je voelen maar lid van een kerk ben je niet zomaar. Zo ging het althans generaties lang in Nederland. Inmiddels lopen er in allerlei kerkbesturen (kerkenraden) in Nederland mensen rond die van toeten noch blazen weten. Ze doen het omdat ze na lang aandringen gezwicht zijn, ook de beroerdste niet zijn en iets willen bijdragen aan de gemeenschap rond de mooie oude kerk in hun dorp of wijk, waar ze uit zichzelf ook niet zomaar naar binnen stappen. Dominees die door hun studie wel weten waar Abraham de mosterd haalt en het goed weten te vertellen, zijn met een oog koning in het land der blinden en kunnen, als het om bijbelse kennis, christelijke traditie en het eigene van een kerkelijke organisatie gaat, van de grond af aan opbouwen tot ze weer vertrekken.

Maar gelukkig is Nederland de wereld niet. Op dit moment vergadert de Assemblee van de Wereldraad van Kerken. Duizenden christelijk gelovigen uit de hele wereld zijn bijeen in Busan, een grote havenstad in Zuid-Korea. Tot acht november praten vierduizend vertegenwoordigers uit 345 kerken wereldwijd over allerlei thema’s. Het gaat over puur kerkelijke onderwerpen als het spreken van de heilige geest en de vraag wat een kerk is, maar zeker ook over zaken als ecologie, economie en allerlei ethische vragen. Het centrale thema is ‘God van vrede, leid ons naar rechtvaardigheid en vrede’. Interessant is dat deze Wereldraad ooit begon in 1948 in Amsterdam. De Tweede Wereldoorlog was voorbij. De Verenigde Naties waren net opgericht en er moest ook zoiets komen voor de kerken, een wereldwijd platform om te werken aan eenheid in verscheidenheid en bij te dragen aan rechtvaardigheid en verzoening tussen de volken die kort daarvoor elkaar nog zo vreselijk hadden bevochten. Dat gebeurde, dankzij Nederlanders als Visser ’t Hooft en andere visionaire christenen. Toen, 65 jaar geleden, was die wereldraad nog een grotendeels blanke, West-Europese, Noord-Amerikaanse onderneming. Nu zie je hoe de wereld veranderd is. De wereldraad vertegenwoordigt 500 miljoen christenen uit meer dan 110 landen. De rooms-katholieke kerk is geen lid want deze kerk beschouwt zich als de ware en dus enige kerk. In de kerk van Rome en in de Wereldraad zie je hoe het christendom in Afrika, Azië en Latijns-Amerika gegroeid is en dan gaat het echt over grote aantallen. Elke dag komen er wereldwijd 35.000 nieuwe leden bij. Een kwart van de twee miljard christenen op aarde bezoekt een pinksterkerk. Evangelische kerken maken een ongekende opmars. In de wereldraad dreigt de gematigde protestantse cultuur zoals wij die kennen, verdrongen te worden door een orthodox getoonzette koers. Over persoonlijk ethische zaken, zoals de vragen rond levensbeëindiging, het al dan niet aanvaarden van homoseksualiteit en het al dan niet toepassen van geboortebeperking, zijn de meeste moderne christenen in de wereld erg conservatief, terwijl ze, als het gaat om milieu, het marktdenken en de economische crisis heel vooruitstrevend zijn. Een beetje de Christen Unie in Nederland, zeg maar, maar dan met heel veel aanhangers wereldwijd.

Terwijl er dus wereldwijd sprake is van een groei van jewelste in het christendom, zien we in dit lage land een leegloop die, als het zo doorgaat, ertoe leidt dat er over veertig jaar geen protestantse kerk meer te vinden is. Is hier nog een goed begin van te maken? Of gaan de protestantse kerken waar ik ook van harte bij hoor, de weg van alle vlees en zullen zij over een eeuw met de mosselmannen, blikslagers en poortwachters tot de historie van het vroegere Nederland horen? Het zou kunnen. Ik vermoed dat gaat gebeuren wat je nu al ziet. De evangelische kerken, de opgewekte groeigemeenten en de charismatische geloofsgemeenschappen vangen voor een deel de leegloop van de oude bestaande kerken op en zullen wel blijven bestaan met hun sterke nadruk op gemeenschap en het hameren op de eigen identiteit van de christen. Zij zijn als het ware van het ‘Gij geheel anders - geloof’ waarover de apostel Paulus schrijft. De christen is weer, net als in de eerste eeuwen van onze jaartelling, degene die bij geloofsgenoten schuilt tegen de boze buitenwereld en zich onderscheidt van wat in de heidense wereld gangbaar is door een eigen levensstijl en moraal. De rooms-katholieke kerk zal ook wel blijven, ondanks het huidige beleid van de bisschoppen waarbij talloze mensen gekwetst en teleurgesteld weglopen. Met deze paus zal er wel weer een mystieke, in wezen conservatieve maar in uitstraling tolerante kerk ontstaan waarin het vrouwelijke een plaats heeft – moeder Maria – en de enkeling letterlijk en figuurlijk in en uit mag lopen. Die kerk haalt de toekomst wel.

Maar de kerk en de stijl van kerk-zijn waarin ik voorganger ben, zal verdwijnen. De tolerante, cultuurgevoelige, op de oude bronnen georiënteerde, maar open en zoekende manier van christen-zijn, heeft, naar het zich laat aanzien, in dit land zijn tijd gehad. Om het zowel persoonlijk als pregnant te zeggen: ik ga als christen, met mijn manier van geloven, teveel op in de wereld. Ik zie teveel goeds om mij heen. Ik geloof dat God ook niet-gedoopte mensen liefheeft. Ik strijd met anderen, ook en soms juist niet-gelovigen, tegen dezelfde uitwassen in deze maatschappij. Ik zie dat er, geestelijk gesproken, meer wegen naar Jeruzalem leiden. Ik vermoed dat God zich op verschillende manieren in vele culturen manifesteert. ik houd van vragen stellen en betwijfelen. Nu, dat is dan zo. En alles waarvoor mijn overgrootouders tot en met mijn ouders door het vuur wilden gaan, met hun ernstige orthodoxie en diep gemeende vrijzinnigheid - beide richtingen komen in mijn familie voor -, zal, voor zover ik het nu zie, teloor gaan. Is dat erg? Ja en nee. Maar ik houd het erop dat ook over veertig jaar mensen vragen zullen stellen over zichzelf en het leven. En dat er dan antwoorden te vinden zijn in een 21eeuwse vorm van christen zijn. Want geloof moet zich niet isoleren maar durven bewegen en desnoods opgaan als zout in het geheel. En misschien zijn er dan nieuwe vormen van gemeenschap en wie weet, beroepen waar nu niemand meer aan denkt. Zielenherder ofzo.

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde muziek van Sebastien de Brossard en de melodie van ‘Een vaste burcht’. Gelezen werd uit Efeze 4: 17-20. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a.

Terug naar overzicht…