Heimwee

Door Ds. Aart Mak

Soms bekruipt me dat gevoel. Het gevoel wat er niet alleen in tien jaar tijd maar helemaal in de laatste vijftig jaar veranderd is. Een fors aantal veranderingen mag je bijtellen als verbeteringen. Dat geldt als ik kijk naar mijn eigen leven, maar ook als ik zie naar de welvaart die voor iedereen toenam, de gezondheidszorg, de sociale mobiliteit, het internet, de bereikbaarheid van informatie en alle mogelijkheden die er zijn om je te ontwikkelen. Er is vooral veel meer vrijheid gekomen. Het is niet meer gewoon om niet in een keurslijf te hoeven rondlopen. Ik denk aan de dwang die kon uitgaan van je familie of van de groep waar je bij hoorde. Een mens mag zich met je talenten ontwikkelen tot wie hij is of meent te willen zijn. Er zijn grotendeels geen groepscodes, morele druk of godsdienstige voorschriften meer waaraan een individu zich dient te houden.

Maar er is ook iets anders gaande. En dat andere is inherent aan wat ik zo-even beschreef. Het gevoel dat ik erbij krijg, lijkt nog het meest op de heimwee die mij bespringt als ik aan mijn grootouders, mijn ouders en de dorpen waar ik opgroeide denk. Ik bedoel daarmee niet de romantiek van de verdwenen polderslootjes en de tegenwoordig onvindbare kleine kruideniertjes. Het is ook niet het gevoel dat Paul van Vliet ooit bezong toen hij het had over het jongetje dat veilig achterop zat bij vader op de fiets: ‘Vader weet de weg en ik weet nog van niets.’ Het is iets anders dat  ik mis. Wat ik soms hevig mis, is het gevoel dat je weet waar alles goed voor is. Het grote verband is weg. Ooit was het er wel. Iemand (Peter Berger) noemde dat grote verband een hemels baldakijn. En toen kwam er een dag dat je opkeek en ontdekte dat het baldakijn er niet meer was.  Vroeger leken de mensen te weten waar ze mee bezig waren en waar hun inspanningen toe dienden. Ik kan mij mensen herinneren die op mij de indruk maakten dat ze in alle rust niet alleen bezig waren met hun werk en wat hun hand verder vond om te doen, maar vooral ook de rust gevende overtuiging hadden dat zij een bijdrage leverden aan iets groters. Er was geen twijfel over de zin van het leven en hun aandeel daaraan, hoe bescheiden dat ook was. Ik kom die mensen soms nog wel eens tegen. Wat mij dan opvalt is dat zij een rustig levensritme hebben en een diepe overtuiging waar ze zich schatplichtig aan voelen. Mijn stellige indruk is dat die rust en daarmee gepaard gaande stijl van leven voor de meesten van ons weg is. Geen hemels, alles en iedereen overkoepelend baldakijn meer. Wij leven tegenwoordig allemaal in onze eigen wereld. Die wereld maken we zelf en dat wordt ook van ons verwacht. Het is een in feite een denkwereld, een idee dat we creëren over onszelf en het leven. De zin en het uiteindelijke doel zijn we kwijt. Die moet ieder voor zichzelf zoeken en bepalen. Het moderne nieuws stemt niet vrolijk en geeft ook niet het idee dat er nog een groter en doelgericht verband is. Machtsmisbruik, een ongrijpbare financiële wereld, wankele revoluties, decadentie, ontbossing en uitputting van grondstoffen zijn aan de orde van de dag. In Nederland voel je hoe de politieke partijen de weg kwijt zijn, de christen-democratie geen sociaal gezicht meer heeft, haast alle partijen gehaast zijn in hun beleid, nogal eens bijten naar anderen in debatten en vooral elkaar opzwepen in de zucht de kiezers te behagen. Geen idee waar het allemaal goed voor is en waartoe het leidt.

Dat bedacht ik toen ik las wat Joep de Hart schrijft in zijn boek ‘Zwevende gelovigen’. Hij beschrijft daarin de veranderingen in het religieuze landschap van Nederland en in de zijlijn die in de hele westerse wereld. Het gaat in zijn boek niet alleen over de teloorgang van de oude volkskerken. Het gaat De Hart veeleer om de omslag in denken die heeft plaatsgevonden. Hoewel er in Nederland nog steeds zo’n vier miljoen kerkelijke gelovigen zijn, is er buiten maar ook in die kerk veel veranderd. Wij hebben allemaal van godsdienst een privé-zaak gemaakt. We zijn gaan relativeren. We zijn allemaal besmet geraakt met het virus van de subjectiviteit. Daarmee doelt De Hart op een soort zelfredzaamheid, een voortdurende constructie of reconstructie door de enkeling van het leven om zich heen. Er is geen archimedisch punt meer. Er zijn ook geen gedetailleerde voorschriften, groepsdruk of sociale controle meer. Het interessante van zijn boek is dat hij aantoont dat deze ontwikkeling zich overal en dus ook bij mensen die (nog) wel lid zijn van een kerk, voltrekt. Voor veel hedendaagse mensen lijkt geloof  of spiritualiteit – met de woorden van Octavio Paz –‘iets wat meer is dan een mening en minder dan een zekerheid’. Daarbij is de ervaring, het zelf geraakt worden, de toetssteen. Ik noemde geloof en spiritualiteit. Het verschil, leerde ik uit dit boek, is niet zo groot. De spiritualiteit die je tegenwoordig veel aantreft, denk aan een blad als Happinez, kun je een soort zelfreligie noemen. Het is aandacht voor persoonlijke groei, zelfkennis, persoonlijke ontwikkeling en lichaamsbewustzijn. Dat zijn  allemaal zaken die door moderne mensen belangrijk worden gevonden en door een aantal van hen ook verbonden wordt met het bestaan van een geestelijke wereld of diepere bedoeling. Daarin verschillen kerkelijk geloof en deze spiritualiteit niet zoveel van elkaar. en beide, zowel het kerkelijke geloof als de spiritualiteit veroorzaken geen enkele rimpeling in het reilen en zeilen van de samenleving, noteert De Hart.

Ik begrijp door Joep mijn heimwee ineens beter. We zijn met elkaar iets kwijt geraakt en het komt nooit meer terug. Hoewel... Toen ik de afgelopen week na een middag intensief praten op twee adressen over de schaduwen van de dood, mijn auto weggezet had en naar huis liep, schoot de buurman van de overkant van de brug mij aan. Hij had twee bakjes met allerlei zoetigheid bij zich die hij aan mij overhandigde. Het is feest vandaag, zei hij mij hartelijk aankijkend, suikerfeest! Deze man naar wie ik soms zwaai als hij in zijn Turkse reisbureau zit te telefoneren, was dus een van de vele moslims die hun ramadan afsloten en dat graag met hun buren deelden. Ik voelde me even als een kleine Abraham die moegestreden terugkeert en door de hem onbekende Melchisedek wordt onthaald met brood en wijn. Er is, bedacht ik later, godzijdank meer aan de hand dan ik kan bedenken in mijn moderne, zelf geconstrueerde wereld. Het gebaar van deze gelovige man gaf mij een ouderwets gevoel. Ik genoot ervan.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u muziek van Max Reger en gezang 20 uit het Liedboek van de Kerken.. Gelezen werd uit Romeinen 12: 11-13. Het gebed kwam uit de bundel Bij gelegenheid (II) van Sytze de Vries.

Terug naar overzicht…