Familie (3)

Door Ds. Aart Mak

Van je familie moet je het hebben. In deze zomerweken wil ik het een aantal keren met u daarover hebben. Dus tot en met eind juli geen actualiteit, maar familieverhalen. Alle verhalen zijn afkomstig uit het pas verschenen boek Zielenroerselen en Speldenprikken, dat ik schreef met Astrid Hart samen. Het boekje met veertig verhalen, gedichten, bijbelteksten en vragen die te denken geven, is in elke boekhandel te verkrijgen. Terug naar de familie. Nu een verhaal over mijn grootvader:

Walm

Mijn grootvader heeft jarenlang Volkswagen gereden. Een kever, met zo’n minuscuul achterraampje dat bovendien nog in tweeën gedeeld was. Bij hem thuis lag een reclameboek van de fabrikant van dit merk auto en als kind heb ik heel wat uren ademloos met dit boek doorgebracht. De kever in de woestijn, de kever op Groenland, de kever in de regen … En altijd deed de betrouwbare boxermotor met luchtkoeling het weer.

In dit voertuig werd het jonge maar snel uitdijende gezin waarvan ik deel uitmaakte elk jaar naar het vakantieadres vervoerd. Het vertrek was een ritueel op zich. Onder de voorklep gingen eerst een grote koffer, speelgoed, handdoeken, de werkkleding van mijn vader die in de vakantie ook moest bijverdienen, en in en om het reservewiel alle schoenen. Meer liet de bolvormige bagageruimte niet toe. Op het imperiaal werden vervolgens een box, een kinderwagen en bijna alle andere koffers gerangschikt en nauwkeurig vastgesjord. Hierna mochten mijn oudste broer en ik instappen in wat we de kattenbak noemden: de ruimte achter de achterbank. En tussen onze opgetrokken benen werd dan de laatste koffer geplaatst en wat nog over was aan ruimte gedempt met enig los gerei.

Vervolgens namen mijn grootmoeder en mijn moeder plaats op de achterbank en schakeerden zij de resterende drie kinderen op en om zich heen. De volgende handeling verrichtte mijn vader door het geldkistje onder de stoel naast de bestuurder te wurmen. En na de stoel zo ver mogelijk naar achteren geschoven te hebben, was er ook voor zijn lange lichaam ruimte om te gaan zitten. Ten slotte inspecteerde mijn grootvader alles nog eens voor de laatste maal, stak een verse sigaar op, trok zijn autohandschoenen aan, nam achter het stuur plaats en startte de motor. En altijd deed de betrouwbare boxermotor met luchtkoeling het weer …

Ik vertelde het jaren later aan mijn moeder. Zij keek mij eerst ongelovig aan. Maar herinnerde zich ten slotte toch de sigarenwalm van haar schoonvader. Ik heb haar lachend gezoend.

Mijn grootvader is de man naar wie ik vernoemd ben. Hij stierf plotseling, 77 jaar oud. Hem had ik nog zoveel willen vragen. Soms denk ik aan hem en bedenk dan dat hij zich heel ongemakkelijk in deze tijd zou hebben gevoeld. Hij herinnert me aan waar ik vandaan kom en wat ik niet wil vergeten. Familie...

U hoorde lezen uit 1 Koningen 5:5 (Zolang Salomo leefde, konden de inwoners van Juda en Israël, van Dan tot Berseba, onbezorgd onder hun wijnrank en hun vijgenboom zitten). En u hoorde o.a. zingen: gezang 299 uit het Liedboek.
 

Terug naar overzicht…