Water

Door Ds. Aart Mak

In de afgelopen dagen, toen de thermometer de dertig graden Celsius overdag met gemak haalde en de hitte als een onzichtbare kolom om ons heen ging staan, moest ik aan de moslims denken. Zij zijn al bijna een maand lang, tussen de schemer van zonsopgang en zonsondergang, aan het vasten. Het is Ramadan en dat overdag niet eten en vooral ook niet drinken duurt nog tot aanstaande woensdag, 7 augustus. Ik lees er te midden van het komkommernieuws van deze dagen niets over. Ik weet hoezeer gelovige moslims er een vreugde in stellen om de ramadan te vieren – het is bedoeld om de ziel te zuiveren en je verbonden te weten met andere mensen -, maar het lijkt mij een opgave met de vele zonuren van de zomerdagen en de huidige, haast on-Nederlandse hittegolf.

Het is al een twee weken geleden dat ouderen gewaarschuwd werden om toch vooral niet te vergeten veel te drinken. Er was toen zelfs nog even een discussie over de vraag of de overheid zich niet teveel bemoeide met haar onderdanen. Alsof mensen niet uit zichzelf begrijpen dat je de hete zon moet mijden en zelf niet zouden weten hoe je de hitte uit je huis moet weghouden. Maar nu delen medewerkers van het Anne Frank Huis water uit aan de grotendeels toeristen die al gauw een anderhalf uur in de rij staan te wachten voor ze naar binnen mogen. Het Drents Museum met zijn veel publiek trekkende tentoonstelling over de Dode Zeerollen, zorgt inmiddels ook voor water voor de wachtenden. Wat we nu in deze hete zomer meemaken lijkt op een winter met strenge vorst. Het weer is geen decor waarin we ons onnadenkend bewegen, maar iets om rekening mee te houden. Je loopt niet zomaar naar buiten, je verandert je tempo en werktijden en je let meer op anderen, ook op dieren.

De afgelopen week sprak ik zo’n anderhalf uur met een tot dat moment mij onbekende familie. Het gesprek ging over hun overleden vader. Ik was erbij gehaald want er moest wat gebeuren, meer dan alleen condoleren en begraven. Iets plechtigs, moois. En vader was toch wel een katholieke man, dus de volwassen kinderen, mijn leeftijd, konden en wilden hem niet zomaar in de grond stoppen. In zo’n gesprek gaat het eerst over feiten. Daar vraag ik ook naar. Wat bekend is. Wat iemand heeft gedaan, werk, verhuizingen, huwelijk, al die zaken. En dan al gauw gaat het ook over gevoelens. Ook daar vraag ik naar. Er wordt altijd veel gezegd, ook als het maar weinig woorden zijn. Gezichten spreken boekdelen. Blikken worden gewisseld. De overledene heeft ook dingen nagelaten. Of niet goed gezien. Of wekte bij de een bewondering terwijl de ander daar juist zo’n moeite mee had. De verrassing is altijd als de hoog en breed volwassen kinderen zaken horen die ze niet wisten. Soms zegt iemand: Nou begrijp ik het! En er zijn bij die en gene tranen. Niet alleen omdat je oude vader gestorven is en je nu echt niemand meer voor je hebt staan, maar ook omdat het nu definitief is en dat wat je je leven lang miste, ook altijd zo zal blijven.

Ineens kreeg ik in dat gesprek het beeld van de rots waaruit pas water vloeit als je er hard op slaat. Ik noemde het, zei dat er zo’n verhaal in de bijbel staat en vroeg of ze dat herkenden bij hun vader. Ze beaamden het. Een vader die als een rots altijd dezelfde was en bleef, onwrikbaar, niet te veranderen was en nauwelijks liet zien wat er in hem omging. Maar je wist als kind dat hij o zo gevoelig was. Er moest dus heel wat gebeuren wilde je zien dat er in dat massieve voorkomen ook gevoelens leefden die konden stromen als water. Als u dit Goede Begin hoort of leest, heeft de uitvaart al plaatsgevonden. Ik denk dat ik het beeld van de rots die water herbergt wel zal gebruiken. Het kan troosten op de manier dat elk mens veel meer is dan je van hem of haar ziet. Achter merkbare onwil gaat vaak onmacht schuil. Heel gevoelige mensen hullen zich nogal eens in een mantel van afstandelijkheid. Op de grens van leven en dood, ervaar je opnieuw de complexiteit van dit bestaan, je eigen onvoldaanheid maar ook je verlangen, de altijd doorgaande pendeltocht tussen het kind dat je bent en de volwassene die je soms tegen heug en meug moet zijn.

Het is niet zomaar dat water een beeld is van het leven. De beweging, de cirkelgang, het komen van een bron, het stromen als een rivier, het opgaan in de zee, het verdampen en als regen weer terugkeren naar de aarde, is een beeld van het leven, ook van het leven van mensen. Wij zijn niet vast te leggen. Water kan ijs worden. Beweging kan verstarren tot stilstand. Maar wat bevroren is geraakt, zal een keer smelten. Veel therapie is erop gericht om wat mensen in zichzelf hebben laten verstarren, uit schrik, angst of schaamte, met warmte te bejegenen, waardoor dat wat koud als ijs werd meegedragen, soms een leven lang, kan ontdooien en gaan stromen. Stromend water reinigt ook, neemt wat vuil is mee op zijn reis, zorgt voor opluchting, zoals een enorme huilbui met dikke tranen de kille spoken van je ziel kan verjagen.

Genoeg gemijmerd in deze warmte. Terwijl in Barcelona mensen als dolfijnen door het water schieten, op jacht naar nieuwe records bij het WK zwemmen, denk ik opnieuw aan de ramadan. Zo’n vijftien uur overdag, van ‘s morgens zes tot ’s avonds negen uur zonder water, het lijkt mij een opgave. Zou het dichterbij God of hoe we die ook noemen, brengen? Dat moet ieder zelf maar ontdekken. Het is mogelijk. Ik heb daar in elk geval mijn twijfels over. Meestal gaat het bij alles wat mensen doen, om henzelf, zeker als het geloof erbij betrokken is. Mensen willen iets bewijzen, dat ze goed zijn, dat ze om anderen geven, dat ze de liefde of het respect waard zijn. Het is het levenslange gevecht om jezelf te overtuigen dat je mag bestaan en dat jouw leven ertoe doet. En je fantaseert en maakt God tot een grote boven je uit torende rechter in een enorme paleiszaal die het oordeel over jou velt. Maar is dat ijzige beeld niet geboren uit angst? Wij denken dat we iemand moeten zijn. Maar we zijn allang opgenomen in iets veel groters. Zoals in een druppel de hele zee schuilgaat, zoals in een enkel mens God allang woont. Laat ik eindigen, over water gesproken, met de aardige gedicht van Hein Stufkens:

Ik was op Schiermonnikoog, aan het strand,
getuige van ‘n misverstand.
ik hoorde twee golven spreken,
precies, voordat ze zouden breken,
de een riep: ‘het is gedaan,
wij zullen te pletter slaan.’
maar de ander zei: ‘welnee,

je bent de golf niet, je bent de zee.’

Met muziek van Desplat en Lane/Vitarelli. Verder hoorde u muziek van Händel (Water Music) en psalm 150 (Nieuw Utrechts Psalter). Gelezen werd uit psalm 42: 2-3. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

Terug naar overzicht…